Het vredesaltaar van  Augustus

 

Het “Vredes Altaar van Augustus” (Ara Pacis Augustae), gebouwd ter herinnering aan de

triomfantelijke terugkeer van Augustus uit Spanje en Gallië, stond in de oudheid aan de

Via Flaminia (nu de Via del Corso) onder het huidige Palazzo Fiano op de hoek van de Via Lucina.

Sinds 2006 is de Ara gehuisvest in een luchtig glas-en-beton gebouw naast de oever van de Tiber;

het Museo dell’ Ara Pacis, Lungotevere Augusta, Rome.  

 

De overvloedig gebeeldhouwde decoratie van de Ara Pacis behoort tot de mooiste voorbeelden van de

Romeinse kunst; de reliëfs die de ceremoniële processie voorstellen tijdens de inwijding van het

altaar zijn de eerste in de westerse kunst die men strikt genomen documentair kan noemen.

De gezichten zijn niet slechts conventionele maskers, onherkenbaar geïdealiseerd.

Dit zijn levensechte portretten en ze hebben nog steeds hun frisheid die identificeerbare personen

tonen tijdens een eigentijdse gebeurtenis.

Augustus, in zijn ‘Res Gestae’(Mijn daden), geschreven tijdens de laatste jaren van zijn leven

zegt: ‘Toen ik tijdens het consulaat van Tiberius Nero en Publius Quintilius na voorspoedig verlopen

veldtochten vanuit de provincies Spanje en Gallië naar Rome terugkeerde, besloot de senaat als dank

voor mijn terugkeer op het Marsveld een altaar te wijden aan de Vrede van Augustus. Hij heeft magistraten,

priesters en Vestaalse maagden opdracht gegeven op dat altaar jaarlijks een offer te brengen.’

 

Het senaat besluit dat de stichting van de Ara Pacis autoriseerde werd op 4 juli 13 v. Chr. aangenomen,

en het werd ingewijd op 30 januari 9 v. Chr. [Ovidius’ Fasti, boek I, 709-722)