Ontdekking van keizerlijke regalia
 

Op woensdag 4 december 2006 maakte de Italiaanse minister van cultuur Francesco Rutelli tijdens een

bezoek aan New York bekend, dat archeologen onder leiding van direttore Clementina

Panella, archeologe aan de Universiteit van La Sapienza in Rome, de vondst van hun leven

hadden gedaan.

Tijdens opgravingen op de noordoostelijke helling van de Palatijnse heuvel

ontdekten zij in een ondergrondse opslagruimte onder een trap

terzijde van de Via Sacra, de overblijfselen van een antieke houten

kist waarin zich onder andere Romeinse keizerlijke standaarden

(signa imperii) bevonden en drie scepters waarvan de

belangrijkste scepter de vorm had van een bloem die een blauwgroene

bolomvatte, waarvan men vanwege het ingewikkelde vakmanschap aanneemt,

dat hij aan keizer Maxentius

zou hebben toebehoord, verder nog enige

metalen speerpunten van werpsperen

(pilum), twee perfect ronde goud en groen

gekleurde glazen bollen en een bol van

azuurblauwe chalcedonen.

Tot aan deze vondst waren er, op enige fragmenten na, geen

overgebleven exemplaren bekend van de keizerlijke signa.

Om onduidelijke redenen zijn deze objecten toegeschreven

aan de regering van keizer Maxentius (306-312), en worden

verondersteld daar in grote haast te zijn begraven aan de

vooravond van de “Slag bij de Milvische brug”

(nu Ponte Molle) op 28 oktober 312 te Rome waarin

Constantijn de Grote Maxentius versloeg en diens lijk

in de Tiber liet gooien.

Deze buitengewone voorwerpen zijn thans te bezichtigen in het

Museo Nazionale Romano in het Palazzo Massimo in Rome.