NOTITIA DIGNITATUM
 

De Notitia Dignitatum, de "Lijst van Dignitarissen", is een overzicht van alle administratieve en

bestuurlijke functies in het Romeinse Rijk.

 

De benamingen van de laat-antieke functies zijn niet of nauwelijks te vertalen. Zo ook de

inhoud daarvan die soms bij het verstrijken van de tijd geleidelijk veranderde, ook de

onderlinge hiërarchische positie is niet altijd even duidelijk. De meeste van deze

functieaanduidingen zijn in weze onvertaalbaar en zouden zo moeten zijn gebleven.

 

De aanduiding “comes” komt men voor vele uiteenlopende ambtelijke functionarissen tegen,

maar ook als eretitel voor hoge ambtenaren die deel uitmaken van de keizerlijke adviesraad,

het “consistorium”. 

Zou het om de wat latere Frankische periode gaan dan zou het probleem minder groot zijn,

dan zou men met de vertaling “graaf” veelal in de goede richting zitten. Voor de late

Oudheid daarentegen is deze vertaling volstrekt onbruikbaar.

De uitgangspunten die vanaf de jaren zeventig gelden dat voor alle antieke begrippen een

Nederlands equivalent gevonden dient te worden gelden ook hier. (Prof.Dr.J.E.Spruit)

 

Titulatuur van de diverse functies na Diocletianus’ herindeling:

 

Het rijk werd verdeeld in 101 provincies en 12 diocesen.

De basis van het civiele bestuur van het rijk wordt gevormd door eerst drie,

later vier prefecturen, elk onder verantwoordelijkheid van een

praefectus praetorio:

de praefectura praetorio (1) per Orientemde

praefectura praetorio (2) per Illyricumde

praefectura praetorio (3) per Italiam

de praefectura praetorio (4) per Gallias

 

De prefecturen worden bestuurlijk verdeeld in diocesen, elk onder een vicarius

(plaatsvervanger van de prefect), twaalf in totaal:

(1) in Oriens, Pontus en Asia(na).

(2) in Pannonia, Moesiae en Thraciae.

(3) alleen Italia.

(4) in Galliae, Viennensis, Hispaniae, Britanniae en Africa
 

Diocesen worden vervolgens verdeeld in provincies, zo’n honderd in getal,

bestuurd door een consularis, corrector of praeses

(in aflopende belangrijkheid), vaak iudex genoemd. 

 

Rome en Constantinopel, vallend buiten de jurisdictie van de respectieve

praefecti praetorio, genieten de eer van een eigen praefectus urbi

 

De praetoriaanse prefect van het oosten, die zetelde in Constantinopel, en de

praetoriaanse prefect van Italië waren in rang de hoogste ambtenaren in het rijk;

na hen kwam respectievelijk de prefect van Illyricum, die zetelde te Thessalonica,

en de prefect van de Gallië’s.De functies van de prefect waren veel omvattend,

zij waren administratief, financieel,juridisch, en zelfs wetgevend.

De provinciale gouverneurs werden benoemd op zijn aanbeveling,en bij hem

berustte ook hun ontslag, afhankelijk van de keizerlijke instemming. Hij ontving

regelmatig verslagen over de bestuurlijke stand van zaken in zijn prefectuur van

zijn vicarissen, en van de provinciale gouverneurs.

Hij had eigen ministeries van financiën, en de betaling en de voedselbevoorrading

van het leger berustte bij hem. Hij was tevens de hoogste beroepsrechter;

in geval van zaken die voor zijn hof werden gebracht door een lager tribunaal

was geen verder beroep op de keizer mogelijk. Hij kon op eigen gezag praetoriaanse

edicten uitvaardigen, maar deze betroffen alleen detail- kwesties. De belangrijkste

keizerlijke verordeningen waren normaliter geadresseerd aan de prefecten daar zij de

hoofden waren van het provinciaal bestuur, en over de middelen beschikten om de wetten

bekend te maken in het gehele rijk.

 

De ondergeschiktheid van deze ambtenaren ten opzichte van elkaar was niet volledig of strikt                                                         volgens rang. Een vergelijking van dit systeem met een viertreden ladder, de keizer aan de top,                                                             de provinciale gouverneur onderaan, met de prefect en de vicaris er tussen in zou misleidend zijn.

Want de relatie tussen de provinciale gouverneur en de prefect was niet alléén direct, de keizer zou                                                    zowel direct met de  de gouverneur van een diocese alswel met een provinciaal gouverneur kunnen                                     communiseren. Twee provincies hadden een bijzonder privilege; de proconsuls van Afrika en van                                                         Asia vielen niet onder de jurisdictie van de vicaris noch onder die van de prefect maar onder de                                                        directe controle van de keizer.

 

Onder de keizer, die bijgestaan werd door een sacrum consistorium, zijn adviesraad,

fungeerde in het paleis als de hoogste civiele autoriteit de magister officiorum, onder

wie de vier praefecti praetorio ressorteren, ieder belast met de civiele administratie

van een kwart van het rijk,  die daarnaast verantwoordelijk waren voor de

scholae palatinae (de keizerlijke lijfwacht), de schola der agentes in rebus, de keizerlijke koeriers.

Hun taak was oorspronkelijk het verrichten  van koeriersdiensten en het overbrengen van de

berichten vanuit de centrale kanselarij,  in de provincie hielden zij het toezicht op de postdienst,

de cursus publicus (benaming van het wegennet van de keizerlijke post, ook wel van de

keizerlijke post zelf) en sedert Constantijn II fungeeren zij als rapporteurs omtrent de gang van

zaken bij het bestuur van de provincie. Zodoende werd, door zijn positie als hoofd van de

agentes in rebus, de magister officiorum in zekere zin het hoofd van de keizerlijke

inlichtingendienst, en tengevolge van zijn kennis van staatsgeheimen, één van de meest

invloedrijke personen aan het hof. Ook de inning van de belasting in natura, de annona,

valt onder zijn verantwoording. 

De macht van deze magister officiorum, soms een eunuch, kan moeilijk worden overschat:

hij heeft de supervisie over de hele administratieve en ceremoniële gang van zaken aan het hof,

beslist welke rapportage de keizer onder ogen komt en wie door hem wel of niet in audiëntie

worden ontvangen. In verband met dit laatste fungeert onder hem de magister admissionum 

(de ceremoniemeester die de audiënties regelt). Ook onder de verantwoordelijkheid van de

magister officiorum valt de magister memoriae, de rijksarchivaris, onder wie de

proximus libellorum de afhandeling van petities (preces) regelt.

 

Na de magister officiorum komt de quaestor sacri palatii.

De quaestor van het heilige paleis was juridisch adviseur van de keizer, tevens was hij verantwoordelijk

voor het formuleren van de keizerlijke wetten (leges dictandae), en het ontvangen van petities (preces).

Hij had geen eigen officium, maar werd verwacht te vertrouwen op de diensten van de scrinia,

de griffiers en adviseurs van de drie belangrijkste secretariaten: van memoria, epistolae, en libelli,

wiens magistri ondergeschikt waren aan de magister officium.

 

Hierna volgden twee fiscale magistraten: de comes sacrarum largitionum, belast met het aerarium privatum,

het keizerlijke privé vermogen. Hij onderhield de bezittingen en ontving alle opbrengsten welke deels

gingen naar de res privatae, de staatskas, en deels naar het patrimonium sacrum, en de comes largitionum,

de bewindhebber van de keizerlijke uitgaven, de eigenlijke minister van financiën.

 

Een voor de keizer persoonlijk belangrijke functie wordt vervuld door de praepositus sacri cubiculi,

de ‘eerstverantwoordelijke voor ’s keizers intieme vertrekken’, de grootkamerheer, meestal een eunuch,

geassisteerd door cubicularii , terwijl palatii decuriones, deurwachters, met hun silentiarii  voor

stilte en rust rondom de keizer zorgen. 

 

De bureaus van deze functionarissen worden bevolkt door enorme aantallen ambtenaren,

van wie de actuarii en notarii, de secretarissen in verschillende rangen de belangrijkste zijn. 

Hoge functies zijn tenslotte die van de tribunus stabuli, de opperstalmeester van de keizer,

en de curatores palatii  oftewel hofmaarschalken. 

 

Het officium.

De princeps van de prefect, de vicarissen, en de proconsuls, behoorden strikt gesproken niet tot het officium,

hoewel zij wel als zodanig worden genoemd in de Not.dig. Zij werden gekozen uit de agentes in rebus.

Het officium bestond uit de cornicularius, de assistent van het hoofd van het departement van justitie;

onder leiding van een commentariensis. Deze bracht de beschuldigde voor het gerecht,

stelde de processtukken op, voerde de veroordeling uit, hield toezicht op het gevangeniswezen,

op een deel van de notarissen (numerarii), die fiscale zaken behandelden; de adiutor, en enige anderen. 

 

Buiten het officium waren een aantal georganiseerde korpsen (scholae) van klerken en assistenten

van diverse aard hieraan verbonden  die ter beschikking stonden van de beambten, in het bijzonder

de scholae van stenografen (exceptores), waarvan de meest ervarenen een college van augustales vormden.

Andere scholae waren de chartularii (archiefbeheerders); de singulares (in dienst als bodes naar de provincies)

en de scriniarii. Uit dezen kozen de departementale hoofden hun klerken,

die daarop leden werden van het officium.

 

De belangrijkste bureaus (de keizerlijke secretariaten) de z.g. sacra scrinia ofwel

scrinia palatii, waren die van:

 

De Magister memoriae, deze schreef korte keizerlijke beslissingen (adnotationes) in de kantlijn

van de documenten, beantwoordde verzoekschriften, en was waarschijnlijk verantwoordelijk

voor de definitieve vorm van de vele documenten van de bureaus van andere magistri.

 

De Magister epistularum als hoofd van de keizerlijke kanselarij behandelde de diplomatieke correspondentie

binnen de rijksgrenzen met de provinciale gouverneurs, alsook daar buiten met vreemde mogendheden.

 

De plichten van de Magister libellorum als hoofd van de juridische raad en voorzitter van het hof van beroep

betroffen hoofdzakelijk beroepszaken (cognitiones) en verzoekschriften om juridische bijstand. Hij was in

hoge mate  verantwoordelijk voor de samenstelling van de keizerlijke dekreten cq voorschriften aan de

verzoekschriftsteller.

Alleen uit deze drie scrinia koos de quaestor zijn assistenten (Adiutores)

 

Het srinium dispositionum staat helemaal apart hiervan. Het hoofd van dit bureau werd oorspronkelijk

magister dispositionum genoemd later de comes dispositionum; zijn werk was het opstellen van het

dagelijkse programma van de keizer en het treffen van de noodzakelijke regelingen.

 

Zoals de hoogste bestuurlijke, wetgevende en rechterlijke macht, berust ook het hoogste militaire commando

bij de keizer.  In de loop van de 4e eeuw heeft de militaire organisatie - strikt gescheiden van de civiele -

een aantal veranderingen ondergaan, de beschrijving daarvan blijft hier beperkt tot ca.400

 

Vermeld zijn reeds de korpsen lijfwacht, de scholae palatinae, elk bestaande uit enkele honderden

manschappen, onder het gezag van de magister officiorum, en de korpsen protectores et domestici,

elk zo’n 500 man sterk, elitekorpsen, waarvan slechts zij lid kunnen zijn als domestici die in langdurige

dienst hun sporen hebben verdiend of als protectores die afkomstig zijn

uit families van krijgsfaam.

 

Comites rei militaris.— In het Westen waren er twee Generaals in aanwezigheid,

één voor de infanterie (Magister peditum in praesenti.) en één voor de cavalerie

(Magister equitum in praesenti.) Deze twee bevonden zich aan het hof, ‘in aanwezigheid’ van de keizer’.

De Generaal van de infanterie was de directe commandant van de infanterie in Italië en had het                                                    opperbevel over de gehele infanterie van het keizerlijke parate mobiele veldleger (later aangeduid met de

vervangende naam van comititatenses. Zij werden op strategische punten in het binnenland gestationeerd

om binnenvallende troepen effectiever te kunnen bestrijden) in alle diocesen, en tevens over de

commandanten van de limitanei of ripenses, (lett. riviertroepen), de meer statische grens- en

kustbewakingstroepen.

De Generaal van de cavallerie had dezelfde rang maar dit werd later aangepast door de Generaal van

de infanterie te bekleden met gezag over zowel de infanterie als de cavalerie; hij werd toen

aangeduid als de ‘Generaal van de cavalerie en de infanterie’ of  ‘Generaal over beide diensten’

(magister utriusque militiae).

 

Vanaf het midden van de 4e eeuw is het opperbevel komen te liggen in handen van twee

magistri equitum et peditum, generaals van de cavalerie en de infanterie, ook kortweg

magistri militum genoemd, namelijk één voor het westen en één voor het oosten van het rijk.          

Deze opperbevelhebbers waren alleen ondergeschikt aan de keizer.

Vrij snel, nog onder Constantius, werden voor Oriens, Gallië en Illyricum eigen magistri militum

benoemd, zodat er vijf regionale opperbevelhebbers functioneerden. Onder de magistri militum

opereren lagere generaals, comites en daaronder duces, waarbij een generaal of comes

verantwoordelijk is voor een grotere regio en verschillende duces onder zich kan hebben en

het commando van een dux zich beperkt tot een provincie. De militaire staven hadden een

princeps en een commentariensis, daar deze geen jurisdictie hadden in civiele zaken behoefden zij

geen cornicularius of adiutor.

 

Vermeld moeten nog worden de quaestor als verantwoordelijke voor de voorzieningen van het leger,

de tribuun als commanderende officier of onderofficier, soms een figuur in een semi-militaire functie

(tribunus stabuli, stalmeester, tribunus fabricarum, leider van een wapenfabriek) of zelfs een civiele

functionaris, en tenslotte de rationarius (betaalmeester) en de numerarius (belastingambtenaar).

 

We beschikken helaas niet over voldoende informatie om een scherp onderscheid te kunnen maken

tussen de verantwoordelijkheden van de diverse ministeries, welke elkaar op vele punten overlapten

en een voortdurende samenwerking vereisten. Zij moeten ook doorlopend in contact hebben gestaan met

zowel de directeur-generaal (magister officium) en de Quaestor.

 
 
I.  Lijst van burgerlijke en militaire dignitarissen in het Westen
II. De praetoriaanse prefecten in Italië
III.De praetoriaanse prefecten van Gallië
IV. De stadsprefect van Rome
V. De illustere generaal van de infanterie in aanwezigheid
VI.De illustere generaal van de cavaerie in aanwezigheid
VII.Troepen detachering over de diverse provincies
VIII.Grootkamerheer van de heilige slaapkamer
IX. Directeur-generaal van de diensten
X. De illustere quaestor
XI.Bewindhebber van de keizerlijke uitgaven
XII.Bewindhebber v/h keizerlijk privé vermogen
XIII. Generaal v/d huishoudelijke cavalerie.
XIV. Eerste kamerheer v/d keizerlijke slaapkamer
XV. De intendant van het heilige paleis.
XVI. Het hoofd van de secretariaten.
XVII. De afdelingshoofden
XVIII. De proconsul van Afrika.
XIX. De vicaris van de stad Rome
XX. De vicaris van Afrika
XXI. De vicaris van Spanje
XXII. De vicaris van de zeven provincies
XXIII. De vicaris van de Britannia’s
XXVI.De generaal van Tingitania
XXXVII. De generaal van het gebied der Armoricani
XXXVIII. De consularis van Campanië
XLIV. De corrector van Apulië en Calabrië
XLV. De gouverneur van Dalmatië
 
 

                        I

 

De praetoriaanse prefect van Italië..

De praetoriaanse prefect van de Gallië's .

De prefect van de stad Rome.

Generaal v/d infanterie in aanwezigheid.

Generaal v/d cavalerie in aanwezigheid.

Generaal v/d cavalerie in de Gallië’s .

Grootkamerheer van de heilige slaapkamer.

Directeur-Generaal van de diensten.

De quaestor.  

Bewindhebber v/d keizerlijke uitgaven.

Bewindhebber v/h keizerlijk privé vermogen.

 

Generaal v/d huishoudelijke cavallerie.

Generaal v/d huishoudelijke infanterie.

Eerste kamerheer v/d heilige slaapkamer.

Het hoofd v/d secretariaten.

De intendant v/h heilige paleis.

De afdelingshoofden:

van het rijksarchief.

van de administratie.

van verzoekschriften.

De proconsul van Afrika.

Zes vicarissen:(v/d diocesen) van:

De stad Rome.

van Italië.

van Afrika.

van de beiden Spanjes.

De zeven provincies.

van de  Britannia’s

Zes generaals:

van Italië.

van Afrika.

van Tingitania.

van de tractus Argentoratensis.

van de Britannia’s. 

van de Saxische kust van Britannia.

Dertien bevelhebbers: (duces)

van de grens van Mauritania Caesariensis.

van de grens van Tripolitania.

van Pannonia prima en Ripuarisch Noricum.

van Pannonia secunda.

van ripuarisch  Valeria.

van Raetia prima en secunda.

van Sequanica.

van de tractus Armoricani en Neruicani.

van Belgica secunda.

van Germania prima.

van Britannia.

van Mogontiacensis.

Twee en twintig consularissen:

in Pannonia één:

van Pannonia.

in Italië acht:

van Venetia en Histria.

van Emilia.

van Ligurië.

van Flaminia en Picenum annonarii.

van Tuscië en Umbrië.

Picenum suburbicarii.

van Campanië.

van Sicilië.

in Afrika twee:

van Byzacium.

van Numidië.

in de Spanjes drie:

van Beatica.

van Lusitanië.

van Callaecië.

in de Gallië's zes:

van Viennensis.

van Lugdunensis prima. (Lyon)

van Germania prima.

van Germania secunda.

van Belgica prima.

van Belgica secunda.

in de Britannia’s twee:

van Maxima Caesariensis.

van Valentia.

Drie correctores:

in Italië twee:

van Apulië en Calabrië.

van Lucanië en Brittii.

in Pannonia een:

van Savia.

Een en dertig praesides:

in Illyricum vier:

van Dalmatië.

van Pannonia prima.

van Mediterraans Noricum.

van Ripuarisch Noricum.

in Italë zeven:

van de Cottische Alpen.

van Raetia prima.

van Raetia secundum.

van Samnium.

van Valeria.

van Sardinië.

van Corsica.

in Afrika twee:

van Mauritania Sitifensis.

van Tripolitana.(Libië)

in de Spanjes vier:

van Tarraconensis.(Tarracona)

van Carthagiensis. (Carthago)

van Tintgjtania.

van de Balearische eilanden.

in de Gallië's elf:

van de Maritime Alpen

van de Penninische en Grajische Alpen.

van Maxima Sequanortim.

van Aquitanica prima.

Aquitanica secunda.

Novempopulana.

van Narbonensis prima

van Narbonensis secunda.

van Lugdunensis secunda.

van Lugduneasis tertia.

van Lugdunensis Senonica.

In de Britannia’s drie:

van Britannia prima.

van Britannia secunda.

van Flavia Caesariensis.

 

     II.    

De illustere praetoriaanse prefect van Italië.

 

Onder de controle van de illustere praetoriaanse prefect

van Italië zijn de diocesen: Italië; Illyricum; Afrika.

 

Provincies:

van Italië zeventien:

Venetia

Aemilia

Ligurië

Flaminia en Picenum annonarii.

Tuscië en Umbrië.

Picenum suburbicarii.

Campanië.

Sicilië.

Apulië en Calabrië.

Lucanië en Brittii.

de Cottische Alpen.

Raetia prima.

Raetia secunda.

Raetia secunda.

Valeria.

Sardinië.

Corsica.

 

van Illyricum zes:

Pannonia secunda.

Savia.

Dalmatië.

Pannonia prima.

Mediterraans Noricum.

Ripuarisch Noricum.

 

van Afrika zeven:

Byzacium.

Numidië.

Mauritania Sitifensis.

Mauritania Caesariensis.

Tripoli.

De prefect v/d graanvoorziening Afrika.

De prefect v/d keizerlijke landgoederen.

 

Het personeel v/d illustere

praetoriaanse prefect van Italië:

Een personeelshoofd.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Een hoofdassistent/adjudant

Een griffier van een rechterlijk college.

 Een archivarus.

Belastingontvangers.

Assistenten van de adiutor.

Een hoofdadministrateur.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus, of keizerlijke postdienst. (Regerendarius)

Stenografen.

Assistenten/hulpen.

Bodes naar de provincies.

 

III
De praetoriaanse prefect

 v/d Gallië's

 

Onder de controle van de illustere praetoriaanse prefect

v/d Gallië's zijn de diocesen hieronder beschreven:

De Spanjes.

De Zeven Provincies.

De Britannia’s  *.

 

Provincies:

Van de Spanjes zeven:

Baetica.

Lusitanië.

Callaecië

Tarraconensis (Tarragona)

Carthaginensis (Carthago)

Tingitania.

de Balearische eilanden.

 

Van de Zeven Provincies zeventien:*

Viennensis.

Lugdunensis Prima. (Lyon 1)

Germania prima.

Germania secunda.

Belgica prima.

Belgica secunda.

de Maritime Alpen.

van de Penninische en Grajische Alpen;

Maxima Sequanorum.

Aquitania prima.

Aquitania secunda.

Novempopuli.

Narbonensis prima.

Narbonensis secunda.

Lugdunensis Secunda. (Lyon 2)

Lugdunensis tertia. (Lyon 3)

Lugdunensis Senonia.

 

[*] van de Britannia’s vijf:

Maxima Caesariensis.

Valentia.

Britannia prima.

Britannia secunda.

Flavia Caesariensis.

 

[*] zie Bury's Gibbon,vol  11, App.ii, voor de anomalie van zeventien provincies gerangschikt onder de titel De Zeven Provincies. Onderverdeling en toevoeging had veroorzaakt

dat de originele  diocese van De Vijf Provincies de hier genoemde zeventien omvatte.

 

Het personeel van de illustere praetoriaanse

prefect v/d Gallië's:

Een personeelshoofd.

Een hoofdassistent /plaatsvervanger

Een hoofdassistent/adjudant.

Een griffier van een gerechtelijk college.

Een archivarus.

Belastingontvangers.

Assistenten van de Adiutor

Een hoofdadministrateur.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus, of keizerlijke postdienst. (Regerendarius)

Stenograven.

Assistenten/hulpen.

Bodes naar de provincies.

 

IV.
De prefect van de stad Rome.

 

Onder de controle v/d illustere prefect

van de stad Rome zijn de administratieve rangen

hieronder beschreven:

De prefect van de graanvoorziening.

De prefect van de wacht.

De beheerder van de aqueducten.

De beheerder van het bed en de oever

van de Tiber en de riolering.

De havenmeester.

Het hoofd van de volkstelling.

De ontvanger van de  wijnbelasting.

De marktmeester v/d varkensmarkt.

De consularis v/d watervoorziening.

De beheerder v/d hoofd werken.

De directeur van openbare werken.

De conservator van standbeelden.

De beheerder v/d Galbanische graanschuren.

De centenarius van de haven,*

De tribuun van kunstwerken.*                       

Zie hieronder

 

Het personeel van de illustere stadsprefect:

Een personeelshoofd.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een archivarus.

Belastingontvangers.

Een opperklerk (of belasting ontvanger).

Assistenten van de adiutor..

Een hoofdadministrateur

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus,of keizerlijke postdienst.

(Regerendarius)

Stenografen.

Assistenten/hulpen.

Griffiers van de volkstelling.

Naamgevers (slaven verantwoordelijk voor de

benoeming van mensen.)

Bodes naar de provincies.

 

[*] De functies van deze beambte en de volgende kan niet precies worden vastgesteld en de vertaling is onzeker in

het laatste geval, tribunus rerum nitentium.

 

V.

De illustere general van de infanterie in aanwezigheid.

 

Onder de controle v/d illustere

Generaal van de infanterie in aanwezigheid:

De bevelvoerders van de grenzen hieronder beschreven:

van Italië.

van Afrika.

van Tingitania.

van de Tractus Argentoratensis.

van de Britannia’s.

van de Saxische kust tegenover de Britannia’s.

 

De tien bevelhebbers v/d hieronder genoemde grenzen:

van Mauretania Caesariensis.

van Tripolitanus.

van Pannonia secunda.

van ripuarisch  Valerië.

van Pannonia prima en ripuarian Noricum.

van Raetia prima en secunda.

van Belgica secunda.

van Germania prima.

van de Britannia’s.

van Mogontiacensis.

 

Twaalf Palatijnse legioenen:

*opsomming weggelaten        

Vijfenzestig Palatijnse hulptroepen:

Twee en dertig legioenen van het veldleger:

Achttien legioenen van de pseudo-comititatenses..

 

Het personeel van de voornoemde generaal

van de infanterie in aanwezigheid:

Een personeelshoofd.

Een belastingontvanger.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op .de Cursus Publicus,of keizerlijke postdienst.

(Regerendarius)

Stenografen en andere aanwezigen.

 

                                   VI.                                              

De illustere generaal van de cavalerie

in aanwezigheid.

 

Onder de controle van de illustere bevelvoerder

en  generaal v/d cavalerie in aanwezigheid:

Tien Palatijnse detachementen:

*opsomming weggelaten       

Twee en dertig detachementen van het veldleger:

 

Het personeel van het kantoor van

 de voornoemde generaal:

Een personeelshoofd.

Een belastingontvanger.

Een opperklerk.                                

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

 Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus, of keizerlijke postdienst. (Regerendarius)

Stenografen en andere aanwezigen.

 

                       VII                                    

 Distributie van de boven genoemde

strijdkrachten over de diverse provincies.

 

In Italië:

Vijf legioenen van het veldleger.

Twee legioenen van de pseudo-comititatenses.

Twee niet nader genoemde groepen.

 

In Illyrië met de eerbiedwaardige generaal van Illyrië:

Dertien palatijnse hulptroepen.

* opsomming weggelaten 

Vijf legioenen van het veldleger.

Drie legioenen van de pseudo-comititatenses.

Een niet nader genoemde groep.

 

In Gallië met de illustere generaal

v/d cavallerie van de Gallië's:

Vijftien palatijnse hulptroepen.

* opsomming weggelaten 

Een palatijns legioen.

Tien legioenen van het veldleger.

Tien legioenen van de speudo-comititatenses.

Twaalf niet nader genoemde groepen.

 

In Gallië met de illustere rgeneraal

van de Gallië's

Een personeelshoofd van het

personeel van de generaal in aanwezigheid.

In een jaar van dat van de Generaal

v/d infanterie, in het volgende van

dat van de  Generaal van de cavalerie.

Een griffier van een rechterlijk college

Belastingontvangers van de twee

bureaus in afwisselende jaren.

Een hoofdassistant/adjudant.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus, of keizerlijke postdienst.

(Regerendarius)

Stenografen en andere aanwezigen.

 
 

In de Spanjes met de

eerbiedwaardige  generaal:

Elf palatijnse hulptroepen,

*opsomming weggelaten

Vijf legioenen van het veldleger

 

In Tingitania met de

eerbiedwaardige generaal:

Twee palatijnse hulptroepen

*opsomming weggelaten.

Twee legioenen van het veldleger.

 

In Afrika met de

eerbiedwaardige generaal

van Afrika:

Drie palatijnse legioenen.

*Opsomming weggelaten.

Een palatijnse hulptroep.

Zeven legioenen van het veldleger.

 

In de Britannia’s met de

eerbiedwaardige generaal

van de Britannia’s:

Een palatijnse hulpgroep

*opsommin weggelaten.

Een legioen van het veldleger.

Een niet nader genoemde groep.

Tevens cavallerie eenheden:

 

In Italë:

Zes Palatijnse hulptroepen.                            

*opsomming weggelaten

Een van het veldleger.

 

In Gallië met de illustere

generaal en ritmeester

in de Gallië's:

Vier Palatijnse hulptroepen.                 

*opsomming weggelaten.

Acht van het veldleger.

 

In Afrika met de eerbiedwaardige 

generaal van Afrika:

Negentien van het veldleger.

*opsomming weggelaten

 

In Britannia met de

eerbiedwaardige  generaal

van de Britannia’s:

Drie van het veldleger.

*opsomming weggelaten

Twee niet nader genoemde.

 

In Tingitania met de

eerbiedwaardige  generaal

van Tingitania:

Drie van het veldleger.

*opsomming weggelaten

 

VIII
Grootkamerheer van de

heilige slaapkamer

De tekst met betrekking tot de  Grootkamerheer ontbreekt.

 

IX.

                   Directeur-generaal van de diensten.

 

Onder de controle v/d illustere

directeur-generaal van de diensten:

Het eerste korps van schilddragers.

Het tweede korps van schilddragers.

Het korps van lichtgewapende senioren.

Het korps van senior gentiles.

Het derde korps van schildragers.

Het korps van keizerlijke koeriers en

hen toegewezen aan dit korps.

Het secretariaat van het rijksarchief.

Het secretariaat van regelingen

Het secretariaat v/d administratie.

Het secretariaat van verzoekschriften.

Deurwachters.

Gerechtssecretarissen.

 

De arsenalen hieronder genoemd:

In Illyricum:

van schilden, zadelkleden en wapens, te Sirmium.

van schilden, te Acincuin.

van schilden, te Carnuntum.

van schilden, te Lauriacum.

van wapens, te Salona.

 

In Italë:

van pijlen, te Concordia.

van schilden en wapens, te Verona.

Van leren borstpantsers, te Mantua.

van schilden, te Cremona.

van bogen, te Ticinum.

van brede zwaarden, te Luca.

 

In de Gallië's:

van alle wapens, te Argenton.

van pijlen, te Macon.

van leren borstpantsers, ballistae, en post, te Autun.

van schilden, te Autun.

van schilden, te Soissons.

van brede zwaarden, te Rheims.

van schilden te Trier.

van ballistae, te Trier.

van brede zwaarden en schilden, te Amiens.

 

Het personeel v/d voornoemde

illustere Directeur-Generaal

van de diensten is samengesteld

 uit het korps v/d keizerlijke koeriers

op deze wijze:

Een hoofdassistent/adjudant.

Een assistent v/d hoofdassistent/adjudant

Assistenten v/d diverse arsenalen.

Een inspecteur van de keizerlijke post

 in aanwezigheid.

Inspecteurs voor alle provincies.

vertalers voor alle volkeren.

 

X.

De illustere quaestor.

 

Onder controle v/d illustere quaestor:

Formuleren van keizerlijke wetten.

Petities.

Hij heeft ondergeschikte assistenten

van de diverse secretariaten.

 

          XI.                 

Bewindhebber v/d keizerlijke uitgaven. 

(min.van financiën)

 

Onder de controle v/d  illustere bewindhebber

van de keizerlijke uitgaven:

De bewindhebber v/d uitgaven in Illyrië.

De beheerder van de garderobe.

De beheerder van het goud.

De beheerder v/d Italiaanse uitgaven.

 

Rentmeesters: (belastingambtenaren)

De  rentmeester van de algemene belasting van

Pannonia secunda, Dalmatia en Savia.

De rentmeester van de algemene belasting in Pannonia prima, Valeria, Mediterraans en ripuarische Noricum.

De rentmeester van de algemene belasting in Italië.

De rentmeester van de algemene belasting van de stad Rome.

De rentmeester van de algemene belasting van de

Drie Provincies, dat is, van Sicilië, Sardinië en Corsica.

De rentmeester van de algemene belasting van Afrika.

De rentmeester van de algemene belasting van Numidië.

De rentmeester van de algemene belasting van Spanje.

De rentmeester van de algemene belasting

van de Vijf Provincies.

De rentmeester van de algemene belasting van de Gallië’s.

De rentmeester van de algemene belasting van de Britannia’s.

 

De hoofden van de pakhuizen:

in Illyricum:

Het hoofd van de pakhuizen te Salona in Dalmatia.

Het hoofd van de pakhuizen te Siscia in Savia.

Het hoofd van de pakhuizen te Savaria in Pannonia prima.

 

In Italië:

Het hoofd van de pakhuizen te Aquileia in Venetia.

Het hoofd van de pakhuizen te Milaan in Liguria.

Het hoofd van de pakhuizen van de stad Rome.

Het hoofd van de pakhuizen van Augsburg in Raetia secunda.

 

In de Gallië's:

Het hoofd van de pakhuizen te Lyon.

Het hoofd van de pakhuizen te Arles.

De beheerder van de pakhuizen te Rheims

Het hoofd van de pakhuizen te Trier.

 

In de Britannia’s:

Het hoofd van de pakhuizen te Londen

 

Administrateurs van de munt:

De administrateur van de munt te Siscia.

De administrateur van de munt te Aquileia.

De administrateur van de munt in Rome.

De administrateur van de munte Lyon.

De administrateur van de mun te Arles.

De administrateur van de munt te Trier.

 

Administrateurs van de weverijen:

De administrateur van de weverij te Bassiana,

in Pannonia secunda – verplaatst van Salona.

De administrateur van de weverijte Sirmium in

Pannonia secunda.

De administrateur van de Jovianusweverij te Spalato,

in Dalmatia

De administrateur van de weverij te Aquileia in Venetia inferior.

De administrateur van de weverij te Milaan, in Ligurië.

De administrateur van de weverij in de stad Rome.

De administrateur van de weverij te Canosa en Venosa,

in Apulië.

De administrateur van de weverij te Carthago, in Afrika.

De administrateur van de weverij te Arles, in de provincie Viennensis.

De administrateur van de weverij te Lyon.

De procureur van de weverij te Rheims, in Belgica secunda.

De administrateur van de weverij

te Tourney Belgica Secunda.

De administrateur van de weverij te Trier, in Belgica secunda.

De administrateur van de weverij te Autun

– verplaatst van Metz.

De administrateur van de weverij te Winchester, Britainnia.

 

Administrateurs van de linnen

weverijen te:

De administrateur van de linnen weverij te Vienne, in Gallië.

De administrateur van de linnen weverij te Ravenna, in Italë.

 

Administrateurs van de ververijen te:

De administrateur van de ververij te Tarentum, in Calabrië.

De administrateur van de ververij te Salona, in Dalmatia.

De administrateur van de ververij te Sissa, in Venetia en Istrië.

De administrateur van de ververij te Syracuse, in Sicilë.

De administrateur van de ververijein Afrika.

De administrateur van de ververij te Girba, in de provincie Tripolitana. (Libië)

De administrateur van de ververijen van de  Balearische eilanden in Spanje

De administrateur van de ververij te Toulon in Gallië

De administrateur van de ververij te Narbonne

 

De hoofden van de borduursters

in goud en zilver:

Het hoofd van de borduursters in goud en zilver te Arles.

Het hoofd van de borduursters in goud en zilver te Rheims.

Het hoofd van de borduursters in goud en zilver te Trier.

 

De hoofden van de goederen

verzending:

Voor de verzending

naar het oosten:

Het hoofd van de eerste verzending naar het oosten,

en de vierde [retour]

Het hoofd van de tweede verzending

naar het oosten, en de derde

[retour]

Het hoofd van de tweede [retour] verzending,

en de derde uit het oosten

Het hoofd van de eerste [retour] verzending, en de vierde uit het oosten.

 

Voor het verkeer met de Gallië’s:

Het hoofd van de eerste Gallische verzending, en de vierde [retour]

 Bewindhebber van het handelsverkeer iin Illyricum.

 

Het personeel van de voornoemde  illustere bewindhebber

van dekeizerlijke uitgaven

(min.v.financiën) omvat:

Een opperklerk van het gehele bureau.

Een opperklerk van het  bureau voor de vaste belastingen.

Een opperklerk van het bureau van de administratie.

Een opperklerk van het bureau van de belastingontvangers.

Een opperklerk van het bureau van ongemunt goud.

Een opperklerk van het bureau voor goud verzending.

Een opperklerk van het bureau voor de heilige garderobe.

Een opperklerk van het  bureau voor zilver.

Een opperklerk v/h bureau voor zilveren munten.

Een opperklerk van het bureau van muntgeld,

en andere klerken.

Een adjunct opperklerk , die hoofd is van de secretariaten.

Een adjunct opperklerk  belast met het beheer van de verzending van goederen.

 

XII.

                  van het keizerlijk privaat vermogen

 

Onder de controle van de illustere Bewindhebber

v/h keizerlijkprivé vermogen (res privata):

Bewindhebber van het privé vermogen.

De beheerder van het Gildonische patrimonium,*1

De rentmeester van het keizerlijprivé vermogen in Illyricum

De rentmeester van het privé bezit in Italië,*2

De rentmeester van de privé bezittingen in Italië.

 

Gildo was een Moor die in Afrika gediend had onder de Romeinen  tegen zijn opstandige broer en daarvoor door hen een hoge positie kreeg. Maar Gildo op zijn beurt kwam in opstand en werd in 398 tijdens een strijd gedood. Zijn geconfiskeerde landgoederen vormde het Gildonische patrimonium. (Gibbon,hoofdst. xxix)                                    

 

Het verschil tussen een rentmeester van het privé bezit in Italië en een van de privé bezittingen (Meervoud) is onduidelijk.   

(Misschien een schrijf fout.)

 

De rentmeester van het privé bezit in de stad Rome en de voorstedelijke regio’s met het deel van Faustina.

De rentmeester van het privé bezit in Sicilië.

De rentmeester van het privé bezit in Afrika.

De rentmeester van het privé bezit in de Spanjes.

De rentmeester van het privé bezit in de Gallië's.

De rentmeester van het privé bezit in de Vijf Provincies.

De rentmeester van het privé bezit in de Britannia’s.

De rentmeester van het privé bezit van de keizerlijke landgoederen in Afrika.

De beheerder van de privé bezittingen iin Sicilië.

De beheerder van het privé bezit in Apulia en Calabria en de

weidegronden van Carmignano.

De beheerder van het privé bezit in Sequanicum,

en Germania prima.

De beheerder van het privé bezit in Dalmatia.

De beheerder van het privé bezit in Savia.

De beheerder van het privé bezit in Italië.

De beheerder van het privé bezit in de stad Rome.

De beheerder van het privé bezit van de landgoederen van Julianus in de voorstedelijke regio’s.

De beheerder van het privé bezit in Mauritania Sitifensis.

De beheerder van het privé bezit in de weverijen te Trier.

De beheerder van de  weverij te Viviers,

rei privatae Metii translata anhelat,

[*de tekst is corrupt en betekenisloos/]

Het hoofd van de privé bagage verzending naar het oosten

via de lagere/onderste [* via de zee?]

Het hoofd van de privé bagage verzending naar de Gallië's.

 

Het personeel v/d voornoemde

beheerder van het keizerlijke

privé vermogen omvat:

Een opperklerk voor het gehele personeel.

Een opperklerk van het bureau van kwijtgescholden

belastingen

Een opperklerk van het bureau van de vaste belastingen.

Een opperklerk van het bureau van (belasting) ontvangsten.

Een opperklerk van het bureau van het privé vermogen,

en andere griffiers van de voornoemde bureaus.

Een assistant opperklerk voor het gehele personeel,

belast met de documenten die dat personeel heeft.

Andere palatijnse beambten.

 

                                    XIII. 

                 Generaal v/d huishoudelijke cavalerie. 

Generaal v/d huishoudelijke infanterie.

 

Onder de controle v/d illustere

generaal v/d huishoudelijke

cavalerie en infanterie:

De huishoudelijke cavalerie.

De huishoudelijke infanterie.

Zij toegewezen aan deze.

 

XIV

Eerste kamerheer v/d

keizerlijke slaapkamer

 

Onder de controle v/d

eerbiedwaardige Eerste kamerheer

 v/d heilige slaapkamer:

[De tekst ontbreekt.]

 

XV
De intendant van het

heilige paleis.

 

Onder de controle van de eerbiedwaardige intendant:

De pages.

De keizerlijke huishoudelijke dienaren.

De keizerlijke lijfwacht.

 

Het personeel van de

eerbiedwaardige intendant

voornoemd bevat:

Een keizerlijk boekhouder.

Een boekhouder voor de Augusta (keizerin)

Een assistent.

Een archiefbeheerder en zijn bureau, en andere beambten

van de voornoemde dienst.

 

                                  XVI
                   Hoofd van de secretariaten

 

Onder de controle van het eerbiedwaardige hoofd

van de secretariaten:

Lijst van alle burgelijke alswel militaire hoogwaardigheidsbekleders en hun administratieve functies.

 

                               XVII.
                    De afdelingshoofden.

 

Het hoofd van het bureau van memoriae formuleert alle

korte keizerlijke beslissingen (adnotationes), verzend ze,

en beantwoord verzoekschriften.

Het hoofd van het bureau van correspondentie handeld met gezandschappen van steden, raadplegingen en petities.

Het hoofd van het bureau van verzoekschriften behandeld

beroepszaken en petities.

 

XVIII
De proconsul van Afrika

 

Onder de controle v/d eerbiedwaardige proconsul of Afrika:

De proconsulaire provincie en haar twee legaten.

 

Het personeel is als volgt:

Een personeelshoofd v/d koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belastingontvangers.

Een hoofdambtenaar/Opperklerk.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een archivarus.

Assistenten.

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XIX.  

De vicaris van de stad Rome.

 

Onder de controle v/d

eerbiedwaardige vicaris van de 

stad Rome zijn de provincies

hieronder genoemd:

Consularissen:

van Campanië.

van Toscanië en Umbrië.

Picenum suburbicarii.

van Sicilië.

 

Correctoren:

van Apuliië en Calabrië.

van Bruttii en Lucanië.

 

Praesides:

van Samnium.

van Sardiniië.

van Corsica.

van Valeria.

 

Het personeel v/d voornoemde eerbiedwaardige vicaris

is als volgt:

 

Een personeelshoofd van de koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belastingontvangers.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een archivarus.

Een hoofdadministrateur.

Assistenten.

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XX

De vicaris van Afrika

 

Onder de controle v/d 

eerbiedwaardige vicaris van Afrika:

Consularissen:

van Byzacii.

van Numidië.

Praesides:

van Tripolitana.

van Mauritanië Sitifensis.

van Mauritanië Caesariensis.

 

Het personeel van de

eerbiedwaardige vicaris is als volgt:

Een personeelshoofd v/d koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belastingontvangers.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdadministrateur.

Een archivarus.

Assistenten.

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XXI.

De vicaris van Spanje.

 

Onder de controle v/d eerbiedwaardige vicaris van de Spanjes zijn:

Consularissen:

van Baeticae.

van Lusitanië.

van Callicië.

Praesides:

van Tarraconensis.

van Carthaginensis.

vanTingitanië.

van de Balearische eilanden.

 

Het personeel van de eerbiedwaardige vicaris is als volgt:

Een personeelshoofd v/d koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belastingontvangers.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een archivarus.

Een hoofdadministrateur.

Assistenten.

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XXII
De vicaris van de

zeven provincies.

 

Onder de controle van de eerbiedwaardige vicaris

van de Zeven Provincies:

Consularissen:

van Viennensis.

van Lyon.

van Germania prima.

van Germania secunda.

van Belgica, prima.

van Belgica secunda.

 

Praesides:

van de Maritime Alpen.

van de Penninische en Grajische Alpen.

van Maxima Sequanorum.

van Aquitanica prima.

van Aquitanica secunda.

van Novem populi.

van Narbonensis prima.

van Narbonensis secunda.

van Lugdunensis secunda.

van Lugdunensis tertia.

van Lugdunensis Senonia.

 

Het personeel v/d

eerbiedwaardige vicaris v/d

Zeven Provincies is aldus:

Een personeelshoofd van de koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belastingontvangers.

Een griffier van een rechterlijk college

Een archivarus.

Een hoofdadministrateur.

Een hoofdassisten/adjudant.

Assistenten .

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XXIII.

De vicaris van de Britannia’s.

 

Onder de controle v/d

eerbiedwaardige vicaris

van de Britannia’s:

Consularissen:

van Maxima Caesariensis.

van Valentia.

 

Praesides:

van Britannia prima.

van Britannia secunda.

van Flavia Caesariensis.

 

Het personeel van de genoemde eerbiedwaardige vicaris

is als volgt :

Een personeelshoofd v/d koeriersdienst der eerste klasse.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee belasting ontvangers.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een archivarus.

Een hoofdadministrateur.

Een hoofdassistent/adjudant.

Assistenten.

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.


XXVI.  

De generaal van Tingitania

 

Onder de controle v/d

eerbiedwaardige generaal

van Tingitania:

Kust- en grens bewakingstroepen:

[Een prefect van een eskadron, en zeven cohort tribuuns.]   

*opsomming weggelaten

 

Het personeel van dezelfde eerbiedwaardige  generaal

is als volgt:

Een personeelshoofd van het personeel van de generaals

der soldaten in aanwezigheid; een jaar van dat van de  generaal van de infanterie, de andere dat van de generaal van de cavallerie.

Een griffier van een rechterlijk college als boven.

Twee boekhouders, in afwisselende jaren van het bovengenoemde personeel.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger

Een hoofdassistent/adjudant.

Een assistent.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking

op de Cursus Publicus , of keizerlijke postdienst.

(Regerendarius)

Stenografen.

 Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 

XXXVII
De generaal van het gebied der Armoricani.

 

Onder de controle v/d

eerbiedwaardige generaal van het

gebied der Armoricani en Nervicani:

Een tribuun van een cohort en negen militaire prefecten.

*opsomming weggelaten

 

 Het gebied van de Armoricani

en de Nervicani is uitgebreid ter

insluiting van de vijf  provincies:

Aquitanica prima en secunda,

Lugdunensis secunda en tertia.

 

Het personeel van de eerbiedwaardige generaal (dux) bestaat uit:

Een personeelshoofd van het personeel van de generaals der soldaten in aanwezigheid in afwisselende jaren.

Een boekhouder van het personeel van de generaal der infanterie voor één jaar.

Een griffier van het bovengenoemde personeel in afwisselende jaren.

Een hoofdassisten/adjudant.

Een assistent.

Een ambtenaar voor alle contracten met betrekking op de

Cursus Publicus, of keizerlijke postdienst. (Regerendarius)

Stenografen.

Bodes naar de provincies, en de rest v/h personeel.

 
                                XXXVIII

                    De consularis van Campanië.

 

Onder de controle v/d

achtenswaardige consularis

van Campanië:

De provincie Campanië.

 

Zijn personeel is als volgt:

Een personeelshoofd van het

personeel van de pretoriaanse

prefect van Italië.

Hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee boekhouders.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een archivarus.

Een hoofdadministrateur.

Een assistent.

Stenografen en andere cohortalini, aan wie het niet is toegestaan over te gaan naar een andere dienst

zonder de genadiglijke keizerlijke toestemming.

 

Al de andere consularissen hebben personeel gelijk aan

dat van de consularis van Campanië.

 

        XLIV.                    

De corrector van Apulië en Calabrië.

 

Onder de jurisdictie van de achtenswaardige corrector

van Apulië en Calabrië:

De provincies Apulië en Calabrië.

 

Zijn personeel is als volgt:

Een hoofd van het zelfde personeel.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee boekhouders.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassistent/adjudant.

Een archivarus.

Een assistent.

Stenografen en andere cohortalini, aan wie het niet is toegestaan over te gaan naar een andere dienst

zonder de genadiglijke keizerlijke toestemming

 

De andere correctores hebben personeel gelijk aan dat

van de gouverneur van Apulië en Calabrië

 

XLV

De gouverneur van Dalmatië.

 

Onder de jurisdictie v/d edelachtbare praesidis van Dalmatië.

De provincië Dalmatië:

 

Zijn personeel is als volgt:

Een personeelshoofd van het zelfde personeel.

Een hoofdassistent/plaatsvervanger.

Twee boekhouders.

Een griffier van een rechterlijk college.

Een hoofdassisitent/adjudant.

Een archivarus.

Een assistent.

Stenografen en andere cohortalini, aan wie het niet is toegestaan over te gaan naar een andere dienst

zonder de genadiglijke keizerlijke toestemming

 

De overige praesides hebben

personeel gelijk aan dat van

de praesidis van Dalmatië

 
                                    EINDE