NOBILITAS
 

“Door hun bekendheid prefereerde het volk boven anderen hen,

 wiens vaders en grootvaders het als consuls had gezien.” (Liv.4.44,2)

 
 

“De roem van de voorouders is als een licht dat schijnt op hun nakomelingen,

hetwelk noch hun deugden noch hun ondeugden vergund verborgen te blijven.”

(Sall. Bell.Jug.85.23)

 

Enkel en alleen door het feit dat hun vaders en grootvaders het consulaat hadden bekleed

genoten hun nakomelingen door hun grote naamsbekendheid al bij voorbaat het

vertrouwen en de steun van de conservatieve Romeinse kiezer.

De mannelijke leden van deze consulaire families, de nobiles,

behoorden tot de exclusieve ambtsadel van Rome.

Het was van geen belang of men patriciër of plebejer was; tot de nobilitas, de Romeinse aristocratie,

behoorden alléén de nakomelingen van hen die ooit vanaf 366 v.Chr. het hoogste openbare ambt

hadden bekleed, zij het het consulaat of het consulair tribunaat. 

Tezamen met de leden van de oude Romeinse republikeinse adel (de z.g. gentes maiores)

zoals de Aemilii, Claudii, Cornelii, Fabii, Manlii, en Valerii, die een aristocratie vormde

binnen het patriciaat, legden zij beslag op het consulaat.

 

De homo novus

(de nieuwe man; de eerste man in de familie die het consulaat bereikte)

daarentegen moest op eigen kracht en bekwaamheid zijn plek onder de zon

zien te veroveren, hetgeen bepaald geen sinecure was in een maatschappij
waar de oude adellijke families het consulaat beschouwden als een ambt dat hen

rechtens toekwam en alléén aan hen kon worden toevertrouwd.

 

(Zie M.Gelzer, Die Nobilität der römischen Republik (1912); R.Syme, Roman Revolution, p.10 ff. (1939))

 

Toch is dit een beperkt aantal homines novi gelukt,

te beginnen met L.Sextius, cos.366, M.Porcius Cato, cos.195,

P.Rutilius Lupus, cos.90, Cn.Pompeius Strabo, cos.83, C.Scribonius Curio, cos.76,

L.Gellius Poplicola, cos.66, C.Coelius Caldus, cos.94, en de bekendste van allen,

M.Tullius Cicero, cos.63 v.Chr.

 

Lijst van personen die volgens Cicero behoorden tot de nobilitas.

 

L.Aelius Tubero RE -150-

Q.Aelius Tubero RE -155- (Kleinzoon van Aemilius Paullus)

M.Aemilius Lepidus RE -73- (De triumvir rei publicae constituendae)

M.Aemilius Scaurus RE -140- , cos.115 (De princeps senatus)

C.Antonius RE -20-, praetor 44 (Broer van de triumvir)

L.Antonius RE -23-, cos.41 (Broer van de triumvir)

M.Antonius RE -30- (De triumvir rei publicae constituendae)

M.Antonius Antyllus RE -32- (Zoon van de triumvir bij Fulvia)

C.Atilius Serranus RE -64-, cos.106.

L.Aurelius Cotta RE -102-, cos.65.

Q.Caecilius Metellus Numidicus RE -97-, cos.109.

Q.Caecilius Metellus Pius RE -98-, cos.80.

Q.Caecilius Metellus Nepos RE -96-, cos.57.

L.Calpurnius Piso Caesoninus RE -89-

L.Calpurnius Piso Caesoninus RE -90-, cos.58

   ▪ (Zoon van RE –89-, en schoonvader van C.Julius Caesar)

C.Cassius Longinus RE -59-, praetor 44 (Moordenaar van Caesar)

L.Cassius Longinus Ravilla RE -72-, cos.127.

   ▪ (Beroemd door het formuleren van het onderzoeks principe “Cui bono?”

     (“Wie profiteert?”)

M.Claudius Marcellus RE -229-, cos.51.

Tib.Claudius Nero RE -254-, praetor 41? (Vader van keizer Tiberius)

Ap.Claudius Pulcher RE -296-, cos.79.

Ap.Claudius Pulcher RE -297-, cos.54, (Zoon van de consul van 79)

Ap.Claudius Pulcher RE -298- (Zoon van de consul van 54)

C.Claudius Pulcher RE -302-, cos.92 (Broer van de consul van 79)

P.Clodius (Pulcher) RE -48-, trib.pl. 58

   ▪ (Vijand van Cicero, zoon van de consul van 79)

Clodia RE -66- (Zuster van P.Clodius RE -48-)

C.Coelius Caldus RE -14-, quaestor 50.

Cn.Cornelius Dolabella RE -135-, praetor 81.

P.Cornelius Dolabella RE -141-, cos.44 (Schoonzoon van Cicero)

P.Cornelius Lentulus Spinther RE –238-, cos.57.

P.Cornelius Scipio = door adoptie: Q.Caecilius Metellus Pius Scipio         
   ▪ RE ‘Caecilius’ 9, cos.52. 

[[Faustus Cornelius Sulla RE –377-, quaestor 54 (Zoon van de Dictator)]]

L.Cornelius Sulla RE –392-, cos.88, 80 (De dictator)

P.Cornelius Sulla RE –386- (cos,designatus 65)

Cn.Domitius Ahenobarbus RE –21-, 96.

L.Domitius Ahenobarbus RE –27-, cos.54.

C.Fabius Pictor RE –122-

Q.Hortensius Hortalus RE –13-, consul 69 (De orator)

C.Hostilius Mancinus, cos.137.

C.Julius Caesar RE –131-, cos.59, 48, 46, 45, 44 (De dictator)

[[L.Julius Caesar RE –142-, cos.90.]]

M.Junius Brutus, accusator.

M.Junius Brutus RE –53-, praetor 44. (Moordenaar van C.Julius Caesar)

M.Juventius Laterensis, praetor 51. (Cic.Planc.18f.)

[[L.Licinius Crassus RE –55-, cos.95.]]

[[P.Licinius Crassus RE –61-, cos.97]]

P.Licinius Crassus RE –63-, mon.55 (Zoon van de consul van 70 en 55)

L.Licinius Lucullus RE –104-, cos.74.

[[M.Livius Drusus RE –18-, trib.pl.91.]]

Q.Lutatius Catulus RE –8-, cos.78.

L.Marcius Philippus RE –75-, cos.91.

M.Octavius Cn.f. (Zoon van de consul van 76)

C.Papirius Carbo RE –33-, cos.120. (Cic.Fam.9.21,2)

P.Popilius Laenas RE –287, 22-, cos.132.

[[M.Pupius Piso Frugi Calpurnianus RE –10-, cos.61.]]

C.Scribonius Curio RE –11-, trib.pl.50.

Sempronius Tuditanus (Grootvader van Fulvia)

P.Servilius Vatia Isauricus RE –67-, cos.48, 41.

C.Sulpicius Galus RE –66-, cos.166.

Ser.Sulpicius Rufus RE –95-, cos.51.

    ▪ (Grootvader van de dichteres Sulpicia)

L.Valerius Flaccus RE –179-, praetor urb.63.