GRAFSCHRIFT M. VIBIUS LIBERALIS, COSSUFF. 116
 

Martyris hic st[an]c[t]i Liberalis membra quiescent,

   qui quondam in terris consul honore fuit.

Sed crevit titulis factus de consule martyr,

   cui vivit semper morte creatus honor.

Plus fuit irato quam grato principe felix,

   quem perimens rabidus misit ad astra furor.  

Gratia cui trabeas dederat, dedit ira coronam,

   dum Chr[ist]o procerem mens inimical facit.

 
 

Hier rust het lichaam van de heilige martelaar Liberalis, 

    die eertijds op aarde met de rang van consul was bekleed.

Zijn rang is echter gestegen van consul tot martelaar,

   de eer hem verleend bij zijn dood blijft immer bestaan.

De woedende keizer maakte hem gelukkiger dan de hem goedgezinde,

   want diens razende woede, die hem doodde, verhief hem tot de sterren.

De goedgezindheid (van de keizer) schonk hem de staatsiemantel,

   door woede kreeg hij een lauwerkrans,

terwijl een vijandig gemoed Christus een dignitaris schenkt.

• Via Salaria te Rome. M.Vibius Liberalis in zijn consulaat in 166 op bevel van Marcus Aurelius gedood.
• B.904; F.Bücheler: Carmina Epigraphica,
• 2e deel van de Anthologia Latina, Leipzig 1895-97, 19212 drie delen.