| Fulvia Bambalio |
|
en Sempronia Tuditani filiae, speelde een opmerkelijke en bewuste politiek gemotiveerde rol in de gebeurtenissen die zich in Rome afspeelden, in het bijzonder tijdens het consulaat (44 v. Chr.) van haar echtgenoot Marcus Antonius en de strijd van diens broer Lucius Antonius tegen C. Octavianus in de oorlog om Perusia. (41-40 v. Chr.). Fulvia, door Octavianus’ leugenachtige en smerige propaganda omschreven als zijnde dominant, jaloers, ongeduldig en oorlogszuchtig, schijnt één van die geestkrachtige zeer invoedrijke machtige Romeinse matrones te zijn geweest zoals Servilia, de moeder van M.Brutus en Caesar’s minnares |
(R. Syme’s rehabilitatie: “Octavianus overdreef de rol van Fulvia toentertijd en later, en plaatste haar persoon en daden in een kwaad daglicht; en er was later niemand om, uit piëteit of zelfs uit perversiteit, de herinnering aan haar weer goed te maken.”) |
Deze formidabele Romeinse dames eisten politieke invloed op voor zichzelf. Echter hoe een formidabele dame dan ook, Fulvia’s vermogen om in politieke affaires te handelen was – door de door mannen gedomineerde maatschappij - beperkt tot het beïnvloeden van de mannen om haar heen, meer in het bijzonder haar echtgenoten. Alle drie hadden actieve politieke carrières, schijnen goede vrienden te zijn geweest, en alle drie steunden zij Julius Caesar. |
Fulvia huwde driemaal, de eerste keer in ca. 62-60 met P.Clodius Pulcher, volkstribuun in 58 v. Chr. van wie zij twee kinderen kreeg: 1.P.Clodius P.f.Ap.n.Ap.pron.Pulcher, quaestor, praetor, augur, en 2.Clodia, die in 42 met C.Octavianus huwde. Hun huwelijk schijnt nooit te zijn geconsumeerd en eindigde met een scheiding in 41. Clodius werd tijdens een schermutseling met aanhangers van zijn politieke tegenstander Milo nabij Bovillae gedood in januari 52 v. Chr. |
Haar tweede echtgenoot, die zij op zijn minst in eind 52 huwde, was C.Scribonius Curio, volkstribuun in 50 v.Chr. In een poging om Afrika te veroveren voor Julius Caesar werd hij tijdens een slag met de troepen van koning Juba in de vallei van Bagradas nabij Carthago in 49 v.Chr. gedood. en werd zij opnieuw weduwe. Hun zoon C.Scribonius Curio werd in opdracht van Octavianus geëxecuteerd na de zeeslag bij Actium in 31 v. Chr. |
Huwelijk nummer drie was in 46 v. Chr. met Marcus Antonius, III vir.r.p.c. Uit dit huwelijk werd Antyllus onder een slecht gesternte geboren en Iullus Antonius. Antyllus, geboren in februari/maart 44 v.Chr. werd in opdracht van Octavianus in 30 v. Chr. gewurgd te Alexandrië. Iullus, geboren in 42, huwde Marcella de oudere, dochter van C.Claudius Marcellus, consul in 50 v. Chr. en van Octavia de jongere, jongere zuster van Octavianus, de toekomstige Augustus. Iullus werd beschuldigd van overspel met Julia, de dochter van Augustus, en geëxecuteerd in 2 na Chr. De werkelijke reden was waarschijnlijker wegens een samenzwering tegen de heerschappij van Augustus. |
(R.Syme in ‘A study in nomenclature’ Historia,vol. 7,1958,p.172-188) ‘De keuze van de naam ‘IuIIus’ welk in oude tijden behoorden tot de Iulii, laat zien hoe Marcus Antonius zijn ‘pietas’ toonde ten opzichte van zijn dode vriend en leider, Caesar de dictator.’ |
Fulvia stierf in de 2e helft van 40 v. Chr. te Cisyon in Macedonië, waarheen zij gevlucht was na de val van Perusia in de lente van 40. |
Nergens in de antieke bronnen wordt een hint gegeven over haar leeftijd op welk moment dan ook. Echter, in tegenstelling tot de echtgenoot vinden er geen variaties plaats in de huwbare leeftijd van de bruid tijdens de republiek, veertien of vijftien moet worden aangenomen als zijnde normaal in de hogere klassen. Waar er gelegenheden voorkomen van twaalf of dertien jaar, moet alles boven de zestien als uitzonderlijk worden beschouwd. |
Haar eerste huwelijk was in ca.62-60 wat haar geboorte jaar ca.75 v. Chr. zou doen zijn, aldus zou zij ongeveer 35 jaar zijn geweest toen zij stierf. |
Zij schijnt de laatste te zijn geweest van de Fulvii en de Sempronii Tuditani, beiden families van zeer oude plebejische adel die, als zo veel andere vooraanstaande families, uitgestorven waren tegen het einde van de republiek. |