Decimus Magnus Ausonius
 

Ad Uxorem

Uxor, vivamus quod viximus et teneamus

nomina, quae prime sumpsimus in thalamo;

nec ferat ulla dies ut commutemur in aevo,

quin tibi sim iuvenis tuque puella mihi.

 

Nestore sim quamvis provectior aemulaque annis

vincas Cumanam tu quoque Deiphoben,

nos ignoremus quid sit matura senectus.

Scire aevi meritimi, non numerare decet.

 

Aan zijn vrouw

Vrouw van me, laten we leven zoals we hebben geleefd, en vasthouden

de namen die we bij het begin van ons huwelijk hebben aangenomen

en laat er geen dag komen dat wij veranderen bij het verstrijken der tijd;

nee, ik wil jouw ‘knul’ blijven en jij mijn ‘meisje’!

 

Al zou ik langer leven dan Nestor 1 en
jij de Sibille van Cumae 2 in jaren overtreffen,
laten we onwetend blijven van 'rijpe ouderdom'.
De waarde kennen van Tijd doet terzake, niet hem nummeren.

 

Bovenstaand liefdes gedicht werd door de dichter Decimus Magnus Ausonius
in liefdevolle herinnering opgedragen aan zijn vrouw Sabina,
zesendertig jaar na haar overlijden op achtentwintigjarige leeftijd!

De gezamenlijke ouderdom waar Ausonius zo verwachtingsvol naar uitzag werd nimmer werkelijkheid.

 

Ausonius’ eigen werken zijn vrijwel de enige informatiebron over zijn leven.

Hij behoorde tot een familie die noch uitblonk door adeldom noch door rijkdom, maar door zuinigheid, 

eenvoud, en een hoog moreel besef. Over zijn familie van vaderskant zegt hij niets.

 

Zijn grootvader van moederskant, Caecilius Argicius Arborius,
behoorde tot een Aeduaanse familie afkomstig uit de buurt van Lyon.
Caecilius’ grootvader en zijn vader Argicius waren, ten tijde dat Victorinus en Tetricus

aan de macht waren in Gallië, verbannen en vestigden zich uiteindelijk te  Aquae Tarbellae 3

waar Caecilius huwde met Aemilia Corinthia en geleidelijk zijn positie verbeterde.

Het echtpaar kreeg vier kinderen: een zoon, Aemilius Magnus Arborius,
om wiens dood Caecilius gedurende dertig jaren treurde tot hij na een leven vol wisselvalligheden

op negentigjarige leeftijd stierf, en drie dochters: -

Aemilia Hilaria, Aemilia Dryadia, die op jonge leeftijd overleed toen zij op het punt van trouwen stond,

en Aemilia Aeonia, de moeder van de dichter. Zij huwde omstreeks 308, en overleed rond 353.

 

De vader van de dichter was  Julius Ausonius, geboren te Vasates,
of juister, Cossio Vasatum, het huidige Bazas, een klein stadje in Aquitanië.
Hij vestigde zich te Burdigala (Bordeaux) en werd haar prominentste arts.

In beide steden genoot hij de eer van een zetel in de gemeenteraad.

Toen zijn zoon onder Gratianus tot grote hoogte steeg,
steeg ook hij hoger en werd ereprefect van Illyricum.

Hij overleed tegen het einde van het jaar 378 op negentigjarige leeftijd,
in het ongeschonden bezit van zijn geestelijke en lichaamlijke vermogens.

 

Ausonius werd geboren te Burdigala (Bordeaux)
waar hij zijn vroege jeugd en vele jaren als professor doorbracht,

en waar hij gedurende zijn hele leven diep en oprecht aan gehecht bleef.

Zijn geboortejaar is niet precies bekend maar Ausonius
was prefect van Gallië, Afrika en Italië en verwachtte ten tijde van zijn vaders overlijden het consulaat.
Dit wijst duidelijk op het jaar 378 daar hij het volgende jaar consul was.

Als Julius Ausonius' leeftijd wordt genoemd 90 of 88, dus moet hij geboren zijn tussen 288-290.

Julius Ausonius huwde vroeg, waarschijnlijk omstreeks 308.
Daar de dichter ‘n één jaar oudere zuster had,

kan zijn geboorte niet hebben kunnen plaatsvinden vóór 310.

 

Ausonius was de tweede van vier kinderen.
De oudste, Aemilia Melania, die ‘n jaar ouder was dan de dichter, overleed op jonge leeftijd.
De jongste, Avitianus, studeerde, net als zijn vader, medicijnen,

maar een vroege dood maakte een eind aan een veelbelovende carrière.

Julia Dryadia, de jongere zuster van de dichter, trouwde met Pomponius Maximus,
voorzitter van de senaat te Burdigala (Bordeaux), en werd al snel weduwe.
Zij overleed op zestigjarige leeftijd en had drie kinderen:

Pomponius Maximus Herculanus, wiens vroege dood,
veroorzaakt doordat hij het verkeerde pad opging, een teleurstelling was
voor zijn moeder en oom na hun eerdere hoge verwachtingen;

Magnus Arborius, die stadsprefect was in 380 en twee kinderen had,
wier voortijdige dood de dichter betreurde, en wiens vrouw, Veria Liceria,
huwde met Paulinus, de corrector van Tarraconensis.

 

Zijn basis onderwijs volgde hij op de school van Burdigala (Bordeaux).
Hij vertrok al snel uit Bordeaux en ging naar Toulouse,
waar gedurende ca. acht jaar zijn opleiding werd voortgezet
onder toezicht van zijn oom, Aemilius Magnus Arborius.
Omstreeks 328 werd zijn oom door Constantijn de Grote naar diens nieuwe hoofdstad

Constantinopel ontboden voor diens zonen, en overleed daar omstreeks 330.

Toen zijn oom naar het oosten vertrok verliet Ausonius Toulouse en keerde terug naar Bordeaux,

om zijn studie te voltooien.

 

In 334 of 335 huwde Ausonius met Attusia Lucana Sabina,
die tot een oude senatoriale familie van Bordeaux behoorde.

Haar vader, Attusius Lucanus Talisius leidde het leven van een landedelman,
zijn tijd doorbrengend met de jacht en landbouw, en politieke functies vermijdend.

Hij maakte het huwelijk van zijn dochter met Ausonius niet meer mee.

 

Van hun drie kinderen stierf de oudste, Ausonius, op jeugdige leeftijd, net toen hij praten leerde.

Hesperius de tweede zoon, werd onder Gratianus in 376 proconsul van Afrika
en pretoriaans prefect van Italië in 377;
in 378 deelde hij het dubbele prefecturaat van het westen met zijn vader.

Zijn officiële carrière eindigde in 380, waarna hij enige tijd met zijn vader te Treves
schijnt te zijn verbleven, en na de moord op Gratianus teruggekeerd te zijn naar Bordeaux.
Hij was de vader van minstens drie kinderen

waarvan één, Pastor, op jeugdige leeftijd overleed en door de dichter wordt herdacht.

 

Ausonius' dochter, wiens naam nergens wordt vermeld, huwde tweemaal,
eerst met Euromius, die jong overleed, een zoontje nalatend,
en later met Thalassius, die in 378 proconsul van Afrika was.

Zij was de moeder van Ausonius, de kleinzoon van de dichter.

 

Tegen het jaar 365 leidde Ausonius’ roem als leraar
tot zijn benoeming als leraar van Gratianus 4, de jonge zoon van keizer Valentinianus.
In 368 vergezelde hij Valentinianus en Gratianus op hun expeditie tegen de Alamanni.
De volgende jaren zagen het begin van Ausonius’ politieke carrière.

Hij was Comes in ca. 369, en Quaestor Sacri Palatii vóór de dood van Valentinianus in 375.

Toen Gratianus enig keizer werd in het westen toonde hij zijn dankbaarheid jegens zijn oude leraar
door hem en zijn familie te benoemen op de hoogste posities in het keizerrijk;
Ausonius' vader Julius Ausonius, zijn zoon Hesperius, zijn schoonzoon Thalassius, zijn neef Arborius,
allen bekleedden belangrijke administratieve functies.

Zelf werd de dichter in 378 pretoriaans prefect van Gallië,
dit prefecturaat werd al snel tijdelijk verenigd met dat van Italië, toen bestuurd door Hesperius,
terwijl Ausonius hieraan nominaal deelnam en aldus wel de eer genoot
maar niet belast werd met het dagelijkse bestuur.
Het consulaat dat hem door Gratianus in Augustus 379 werd verleend,

met Olybrius als collega, was voor Ausonius de allerhoogste eer,
hetgeen hij met onverhulde zelfvoldaanheid regelmatig vermeld.  

 

In augustus 379 hield hij te Treves in aanwezigheid van de keizer zijn dankrede, de Gratiarum Actio,
een panegyriek waarin hij zijn pupil en weldoener dankt voor het consulaat.

Zoals toen gebruikelijk was staat deze redevoering vol abjecte vleierij en overdreven zelfvernedering.

Daar deze slaafsheid werd beschouwd als een essentieel karakteristiek van de panegyriek
kunnen we dit Ausonius niet echt kwalijk nemen.

Tijdens de laatste jaren van zijn leven produceerde Ausonius
het grootste deel van zijn werken en genoot hij van het gezelschap van vrienden.
Het jaar 393 is het laatste jaar waarin we met zekerheid van Ausonius horen;

zijn overlijden zal kort daarna hebben plaatsgevonden.

 
NOTEN

   
1.

Nestor van Gerênia was de zoon van Neleus en Chloris, en koning van Pylos.

Hij werd koning nadat Neleus en alle broers en zusters van Nestor door Heracles waren gedood.

Hij en zijn zonen Antilochus en Thrasymedes vochten aan de kant van de Achaeërs
in de Trojaanse oorlog.

Ondanks dat Nestor al oud was toen de oorlog begon, omstreeks 110 dacht men,

was hij vermaard om zijn dapperheid en welsprekendheid.

Terug naar tekst 

   
2. De Sibille van Cumae, priesteres van de tempel van Apollo en Diana,
leidde Aeneas door de onderwereld.

Terug naar tekst
   
3.

Tegenwoordig Aqs of Dax.
Deze plaats, die bekend is om haar mineraalbronnen,
ligt aan de weg van Asturica
(Astorga) naar  Burdigala (Bordeaux),
op de linker oever van de Aturus (Adour).

Terug naar tekst

   
4.

Flavius Gratianus (18 April/23 Mei 359 – 25 Augustus 383),
was West- Romeins keizer van 375 tot 383.

Gratianus was de zoon van keizer Valentinianus I en Marina Severa.

Hij werd geboren te Sirmium (nu Sremska Mitrovica, Servië) in Pannonië.
Gratianus was eerst gehuwd met Flavia Maxima Constantia, dochter van Constantius II.
Zijn tweede vrouw was Laeta. Beide huwelijken bleven kinderloos.

Zijn stiefmoeder was keizerin Justina, en zijn halfbroer en zusters van vaderskant,
waren keizer Valentinianus II, Galla en Justa.
Op 4 Augustus 367 ontving hij van zijn vader de titel van Augustus.  Terug naar tekst