ROMEINSE FEESTDAGEN  
   

Alle openbare feestdagen (feriae publicae) waren verdeeld in

feriae stativae, feriae conceptivae, en feriae imperativae.

 
   

Feriae stativae  waren zij die regelmatig en op de kalender aangegeven dagen

werden gehouden. Hiertoe behoorden o.a.:

De Agonalia, dit feest werd kennelijk viermaal per jagevierd op 9 januari,

gewijd aan Janus; 17 maart, gewijd aan Mars; 21 mei, gewijd aan

Veiovis; en 11 december, misschien gewijd aan Sol.

Verder de Carmentalia, de Lupercalia, enz.

 
   

Feriae conceptivae  werden weliswaar elk jaar gehouden maar niet op

vastgestelde dagen, de tijd werd elk jaar opnieuw vastgesteld door

magistraten of priesters.

Hiertoe behoorden o.a: De Compitalia, ofwel Ludi Compitalicii  genoemd,

een jaarlijks feest gewijd aan beschermgoden, de Lares Compitales, dat in de winter

op de kruiswegen werd gevierd.

Verder de feriae Latinae, feriae Sementivae, Paganalia, Ambarvalia, enz.

 
   

Feriae imperativae zijn zij die werden gehouden op bevel van de consuls,

praetors, of van een dictator, ter afwending van bepaalde rampspoeden

en t.g.v. militaire overwinningen.

 
   

Tijdens de republiek waren feestdagen, in het algemeen, dagen waarin de

vrije burger afzag van handelstransacties en rechtszaken en waarin slaven

konden genieten van werkvrijstelling.

Vrijwel alle openbare feestdagen waren gewijd aan een godheid.

 
   

Onder het keizerrijk werd de verjaardag van een keizer door de hele bevolking soms

gevierd als ware het een volksfeest met spelen en offeringen, zoals de naar keizer

Augustus genoemde Augustalia.

 
   
   

Januari: maand van de god Janus. God van de twee gezichten, deuren

                en poorten, toekomst en verleden.

 
   

Feestdagen in januari:

 
   

Carmentalia: 11 en 15 januari.

Religieuze feesten gewijd aan de Godin Carmenta. (ofwel Carmentis)

Aan haar werden de gaven van geboorte en toekomst toegeschreven.

 
   

Sementivae: 24 tot 26 januari.

Zaaifeest ter ere van de landbouwgodinnen Ceres en Terra.

 
   
   

Februari: afgeleid van februum = reinigingsinstrument.

 
   

Feestdagen in februari:

 
   

Lupercalia: op de 15e voor de god Lupercus (ofwel Faunus). Vruchtbaarheidsfeest.

Een van de grootste feesten der antieken; offering van geiten en hond door twee

groepen jongemannen, de Luperci, in een heilige grot, de Lupercal,

op de Palatijnse heuvel.

De Lupercalia raakte geleidelijk in onbruik doch werd door Augustus in ere hersteld.

 
   

Fornacalia: (het ovenfeest) werd gevierd vóór 17 Februari op het niveau van een curia.

De dertig curiones vormden tezamen het college van curiones, het hoofd hiervan was de

curio maximus, tot het eind van de 3de  eeuw v.Chr. altijd een patriciër.

 
   

Quirinalia: werd gehouden op de 17e ter ere van de van oorsprong Sabijnse oorlogsgod

Quirinus en ter afsluiting van de fornacalia.

 
   

De Equirria: (1e dag) op de 17e.

Een feest ter ere van Mars. Paardenrennen op het Campus Martius.

 
   

Parentalia: van de 13e tot de 21e.

Herdenking van de overledenen; offergaven zoals kransen, vruchten en zout werden op

de graven gelegd, tempels waren gesloten, geen huwelijksvieringen, verzekering van rust

van en zorg voor de doden. Hadden een persoonlijk karakter.

 
   

De Feralia: werd op de 21e gevierd.

Openbaar feest ter afsluiting van de Parentalia.

 
   
   

Maart: maand van Mars de oorlogsgod, zoon van Iupiter en Juno,

           en beschermer van het gewas.  Als priester: flamen Martialis.

            Op 1 maart werd het heilige vuur ontstoken in de tempel van Vesta;

            huizen van priesters en andere heilige gebouwen werden versierd met lauriertakken.

 
   

Feestdagen in maart:

 
   

De Equirria: (2e dag) 14 maart.

Een feest ter ere van Mars. Paardenrennen op het Campus Martius.

 
   

Liberalia.

Feest van Liber en Libera werd gehouden op 17 maart en was gewoonlijk de dag

voor de aanvaarding ceremonie van de toga virilis.

 
   

Quinquatrus Magnus:19 t/m 23 maart.

Vijfdaagsfeest ter ere van Mars.

 
   

Tubilustrium: 23 maart.

Reiniging der tubae (oorlogstrompetten) een feest van Mars.

Priesters: Salii. 12 jongemannen (patriciërs) dansten door de straten vanaf

1 tot 19 maart. De ouders van deze jonge patriciërs dienden nog in leven te zijn.

 
   

De 19e maart bleef ter ere van Minerva’s geboortedag zonder bloedvergieten

(Ovidius’ Fasti). Op deze dag vierde men de lustratio (reiniging) der schilden.

Volgens Varro en Festus duurde het feest ter ere van Minerva, godin van de wijsheid,

kennis en kunsten, oorspronkelijk slechts één dag (de 19e maart) maar is

waarschijnlijk onder Caesar met vier dagen verlengd om het volk te plezieren dat

bijzonder gesteld was op gladiatoren gevechten.

Op 23 maart, de Quinquatrus, viel de climax.

 
   
   

Feestdagen in april:

 
   

De Veneralia: 1 april.

Oud Romeins feest ter ere van Venus Verticordia, godin van liefde en schoonheid.

Vrouwen zochten hulp in liefdes kwesties.

 
   

Megalasia: 4 April

Ter ere van de Magna Mater (de Grote Moeder)

 
   

Fordicidia: 15 april.

Een zeer oud vruchtbaarheids offerfeest ter ere van Tellus.

 
   

De Cerealia: 12e tot de 19e.

 

Ter ere van Ceres, godin van de landbouw en het graan.

 
   

De Parilia: op de 21e.

Ter ere van Pales, een paar schaapherdergodheden, zeer oud pastoraalfeest dat overging

in een nationaal stadsfeest; werd in verband gebracht met de stichting van Rome.

Eindigde met een grote openbaren feestmaaltijd – hergeboorte en vernieuwing van de stad.

 
   

Robigalia: 25 april.

Religieus offerfeest ter bescherming van het graan tegen ziekten.

Offeringen aan de vruchtbaarheids goden Robigus en zijn zuster Robiga.

 
   

Floralia: van 28 april tot 3 mei.

Bloemenfeest ter ere van Flora, godin van de bloei der dingen. 

Kort vóór en in de tijd van Augustus kwam de nadruk te liggen op sex.

 
   

Feriae Latinae:

Ter ere van Iupiter Latiaris, feest voor Romeinen alswel voor Latijnen;

gevierd in de Albaanse heuvels; eerste algemene feestdag.

 
   
   

Feestdagen in mei:

 
   

De Vinalia: 1 Mei (en 19 Augustus).

Tweede wijnfeest ter ere van Iupiter en Venus.

 
   

Festival van de Bona Dea (Goede Godin): 1 Mei. (en in december)

Dit jaarlijkse officiele feest ter ere van de Goede Godin was ten strikste

voorbehouden aan vrouwen alleen, onverschillig rang of stand.

Godin van de vruchtbaarheid der aarde en vrouwen, deugdzaamheid, kuisheid

en zuiverheid.

 
   

De Lemuria:

Lemures, dagen der geesten, gewijd aan alle doden op 9, 11, en 13 mei.

 
   

De Ambarvalia: een zuiveringsrite die rond 29 mei werd gevierd.

 
   
   

Feestdagen in juni:

 
   

Quinquatrus Minor: 13 - 15 juni.

 

Feest van de fluitspelers ter ere van Minerva, godin van de wijsheid, kunsten

en wetenschappen, schutsgodin van Rome, dochter van Iupiter.

 
   

Vestalia: op 15 juni.

Reiniging van de voorraadkamers door de Vestaalse maagden.

Priesteressen van Vesta, godin van het heilige vuur, huis en haard.

 
   

Fors Fortuna: viel op 24 juni.

Was een populaire feestdag ter ere van deze grillige godin van het geluk of toeval.

 
   
   

Feestdagen in juli:

 
   

De Ludi Apollinares: van 6-13 juli.

Spelen van Apollo, god van de zon, de kunst en muziek.

 
   

Lucaria: viel op 19 en 21 juli.

Feest van het heilig woud (lucus)

 
   

Furinalia: viel op 25 juli.

Feest ter ere van de riten van de godin der dieven, Furina.

 
   
   

Feestdagen in augustus:

 
   

12 Aug. Ter ere van Hercules, halfgod van de kracht, beschermer van de handel. 

 
   

13 Aug. Ter ere van Diana, dochter van Iupiter en Latona, tweelingzuster van

Apollo, godin van de jacht, maangodin.

Vrije dag. Speciaal voor slaven.

 
   

De Vinalia: 19 Augustus.

1e wijnfeest ter ere van Iupiter en Venus.

 
   

De Consualia: 21 augustus.

Ter ere van Consus, god van graanopslag.

 
   

Volturnalia: 27 augustus.

Feest gewijd aan de watergod Volturnus.

 
   
   

Feestdagen in september:

 
   
   

De Ludi Romani (Romeinse spelen): van 5 tot 19 september.

Het belangrijkste Romeinse religieuze feest ter ere van de Romeinse oppergod

Iupiter Optimus Maximus, god van donder en bliksem, beschermer van Rome.

 
   
   

De Septimontium: Feest van de zeven heuvels van Rome.

(Vlg. latere kalenders werd dit feest gevierd op 11 december)

 
   
   
   

Feestdagen in oktober:

 
   
   

Equus october: op de 15e.

Wagenrennen op de Campus Martius ter ere van Mars.

 
   
   

Armilustrium: op de 19e.

Ter ere van Mars; reiniging der wapenen.

 
   
   
   

Feestdagen in november:

 
   
   

Ludi Plebeii (Plebeïsche spelen): van de 4e tot de 17e.

Theater voorstellingen en spelen ter ere van Iupiter.

 
   
   

Epulum Iovis: op de 13e.

Feest ter ere van de Romeinse oppergod Iupiter Optimus Maximus.

Vormde samen met zijn echtgenote de godin Juno en zijn dochter Minerva

een drievuldigheid.

 
   
   

De Feronalia: op de 15e.

Feronia, godin van de lentebloemen en de bossen,

schenkster van de oogst en godin van de vrijheid.

 
   
   
   

Feestdagen in december:

 
   
   

Festival van de Bona Dea (Goede Godin):

Het tweede Bona Dea festival werd ergens in begin december gehouden. 

 
   
   

Saturnalia: vanaf de 17e.

Groot volksfeest; begon met offeringen in de tempel van Saturnus,

god van de landbouw en het zaaien der zaden; openbare maaltijd;

uitwisseling van kaarsen en familie bezoek, cadeaus enz.

De tempel van Saturnus, waar de schatkist (aerarium) werd bewaard,

werd oorspronkelijk gewijd op 17 december, 497 v.Chr. op de plaats

van een oud heiligdom ter ere van de god Saturnus.

 
   
   

Larentalia: 23 december. Einde van het ‘Romulus jaar’,

ofwel het tien-maanden jaar.