|
M. Vinicius P.f. RE –6- |
||
|
Geb. ca.60 v.Chr. 1 Overl. ? |
||
|
Functies: (4 na Chr. adoptie van Tiberius) Op de zelfde dag Caesar (Augustus) stuurde hem (Tiberius) naar Germania, waar, drie jaar eerder, een oorlog was uitgebroken in het gouverneurschap van M.Vinicius, jouw grootvader --- hem waren de versierselen van een triomf toegekend. (ornamenta triumphalia)
|
||
|
|
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Origine Cales
in Campania. geschat aan de hand van de bekleedde
functies. praetorschap eerst het ambt van tribunus plebis of dat van aedilis bekleedde. –
en daarmee zijn geboorte datum - vervroegd hebben. |
|
| 2. | De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) - na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. |
|
| 3. | Quindecemviri
sacris faciundis. |
|
| 4. | Of minder
waarschijnlijk laatste proconsul. Volgens Syme in ‘Danubian papers’ , tevens proconsul Asia? 12-10 v.Chr. Echter in Syme’s Roman papers vol.III slechts, ‘misschien’. Terug naar tekst |
|
| 5. | Ornamenta
triumphalia. Rome
binnentrok gezeten in een zegewagen (currus) getrokken door vier paarden. van Jupiter te offeren. (W. Ramsay, Smith’s Dict.) een aantal gestelde eisen, kwamen in aanmerking voor de ornamenta triumphalia, de versierselen van een triomf; (Zie A.Gell.5, 6) Terug naar tekst |
|
| 6. | Thracia Macedoniaque, later Moesia. Terug naar tekst | |
| 7. | ?10/11, vlg. Kathleen M.T.Atkinson in Historia 7. (1958) Terug naar tekst | |
| 8. | Septemviri
epulonum.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia.)
|
|
| 9. | Sodales Augustales. Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr. Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden. ‘Er waren oorspronkelijk vijfentwintig sodales Augustales, eenentwintig senatoren door loting aangewezen en vier leden van de keizerlijke familie.
Zij waren belast met de cultus van de gens Iulia te Bovillae welke, lang geleden ingesteld, De meer belangrijke delen van de plichten van de sodales werden in Rome vervuld, zoals de jaarlijkse inferiae voor de dode leden van de keizerlijke familie in het Mausoleum op het Campus Martius en bovenal de cultus van Divus Augustus.’ (Stefan Weinstock, JRS 47 (1957), p.146/7.)
(De sodales vormde een priestercollege Tijdens de keizertijd waren er in totaal vier van zulke colleges:
1.De sodales Augustales, ingesteld voor de verering van de tot god verheven Augustus. 2.Hetzelfde gebeurde met de sodales Flaviales, een priesterschap ingesteld voor de verering van de vergoddelijkte Vespasianus; dit college werd na de vergoddelijking van zijn zoon en opvolger Titus uitgebreid tot sodales Flaviales Titiales. 3.De sodales Hadrianales en, 4. de in 161 gecreëerde sodales Antoniani. Na de dood van Verus werden de Antoniniani genoemd; Sodales Antoniniani Veriani, na Marcus Aurelius’ vergoddelijkng werd Marciani toegevoegd, na de dood van Pertinax Helviani, na Severus’ Severiani, na Alexander’s Alexandriani. Elke sodalitas zorgde voor de cultus van de keizers behorende tot hetzelfde huis.) Terug naar tekst |
|