|
|
M. Tullius M. f. M. n. Cor.
Cicero. RE -29- |
|||
| Functies: Diende in 89 onder Cn. Pompeius Strabo (vader van Pompeius Magnus) in een veldtocht tegen de Marsi. Later diende hij ook onder Sulla. Quaestor 75 v.Chr. te Lilybaeum op Sicilië. 3 Aedilis plebis 69, 4 praetor 66 5. Consul suo anno in 63 v.Chr. 6 Pater patria en supplicatio in 63. 7 Princeps senatus 62. Legaat van Cn.Pompeius Magnus in 57. Augur 53 8. Proconsul van Cilicia 51-50. 9 Legaat in Italia van de consulsuff. P.Dolabella 44. 10 Legatus Ambracia 43. 21 |
||||
|
||||
|
Kort overzicht van Cicero’s
belevenissen en werken. de redenaars Marcus Antonius en Lucius
Licinius Crassus. (vader van Pompeius Magnus) in een veldtocht tegen de Marsi. (Cic.Phil.12.27) studies
hervatte. (de Academicus) en bij Diodotus: stoicijn, vriend en latere huisgenoot. (Plutarchus geeft als reden dat Cicero het na zijn aanval op de corrupte Chrysogonus, Sulla’s vrijgelatene, het veiliger vond Rome voor enige tijd te verlaten) waar hij studeerde onder het hoofd van de Academie, Antiochus van Ascalon. Xenocles van Adramyttium, Dionysius van Magnesia, en Menippus; volkstribuun P.Servilius Rullus welk in het belang was van Caesar en Crassus en bedoeld om de macht van Pompeius Magnus tegen te gaan. Diodotus, leraar en vriend van Cicero sterft in Cicero's huis na een jarenlang gastvrij verblijf, en maakte Cicero erfgenaam van zijn hele bezit. te Bovillae. Rellen tijdens de begrafenis tussen beider volgelingen; het
senaatsgebouw brandt af. provincia Cilicia, dat in deze tijd (56-50) tevens omvatte Lycia, Pamphylia, Pisidia, Isauria, Lycaonia, en Cyprus, tezamen met de drie Phrygische dioceses (conventus) van Laodicea, Apamea, en Synnada, en arriveerde aldaar op 31-7-51. 16.
consul 54 v.Chr., en geldhaaien zoals zijn nobele vriend en latere Caesar moordenaar M.Junius Brutus. “er op toe te zien dat de Staat geen schade zou
ondervinden” de 15e de Rubicon over (in feite op 22 Nov.50, vlg. de
Juliaanse kalender.) en vertrok in Juni uit Italië om zich te Epirus bij
Pompeius en de zijnen te voegen. als Romeins
burger werd hersteld. wordt Cicero als vrouw aangeboden, 18 Publilia, jong en rijk, had echter diens voorkeur. onder leiding van Cicero’s
vrienden Brutus en Cassius. op 24 Mei “We hebben de moed getoond van mannen, en het beleid, geloof me, van
kinderen.” 19
Caesar ook hun bescherming weg viel, want Caesar koesterde een grote bewondering voor de talenten van Cicero en was hem zeer gunstig gezind – hetgeen ook bij tijdgenoten bekend was gezien de verzoeken gericht aan Cicero om hun zaak te bepleiten bij
Caesar. triumviri rei publicae door C.Popillius Laenas,
tribunus militum 43. – want de verontwaardiging die in mijn borst raast dwingt mij de grenzen te overschrijden die ik mij heb gesteld voor mijn
verslag – brengen van die goddelijke lippen en het afhouwen van dat illustere hoofd, en man die eens de staat redde. en zolang als dit universum zal bestaan – dit universum hetwelk, of het nu door toeval, door goddelijke voorzienigheid, of door welke oorzaak dan ook, hij, vrijwel als enige van alle Romeinen, zag met zijn geestesoog, omvatte met zijn intellect, verlichtte met zijn welsprekendheid – zolang zal het gedurende alle
tijden worden vergezeld door de roem van Cicero. (Cic.ad Fam. V.6,2). - in het Grieks Dicaearchia genaamd. (45 v.Chr.) Lanuvium, sinds 45; en Astura, sinds 45.” en nauwelijks was Munatius vrijgesproken of hij vervolgde Sabinus, een vriend van Cicero. ”Stond jij daar slechts een paar dagen geleden mij
niet te prijzen?” om een redevoering te houden over
een slecht onderwerp.” “Waar
waren mijn gedachten”, riep hij uit, “ dat ik dat zei?” genaamd leek en hieruit ontstond een behoorlijk schandaal dat zijn moeder in verband bracht met deze Axius. Crassus’ zoon hield eens een redevoering
in de senaat die goed ontvangen werd “Mismazzel voor de
man”, zei Cicero, “die de leugen vertelde.” in Campania onder zijn soldaten, waren veel senatoren hier ten sterkste tegen gekant en Lucius Gellius, die zo ongeveer de oudste onder hen was zei dat zolang als hij leefde
dit nooit zou gebeuren. “ daar Gellius ons niet vraagt
de dingen lang uittestellen.” als getuige dan hij ooit had gered als verdediger, ” Ja”, zei Cicero, “ Ik geef toe dat je meer volledig kunt vertrouwen op mijn woord dan op
mijn welsprekendheid.” te hebben gegeven. dat hij niets wist. “Misschien,” zei Cicero, “heb je de indruk
dat je over wetskennis wordt geexamineerd.” Metellus Nepos hem herhaaldelijk vroeg, “Wie is je vader?” “Ik kan je nauwelijks dezelfde vraag stellen,” antwoorde Cicero, “daar je moeder het behoorlijk moeilijk heeft gemaakt
om die te beantwoorden.” |
||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||
| 1. | VIII Kal. Dec. (ad Att. ep.1.6.) Terug naar tekst | |
| 2. | De zuster van
Helvia (Cicero’s moeder), was gehuwd met C.Visellius Aculeo; deze is mogelijk de adoptiefvader van A.Terentius Varro, legatus 82 v.Chr. Terug naar tekst |
|
| 3. | Quaestoren. (schatkist) en het archief, onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) – vrijwel altijd
patriciërs – de proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8
praetoriaanse. verhoogd tot 40. Terug naar tekst |
|
| 4. | Aediles |
|
| 5. | Als praetor was Cicero de voorzitter van de rechtbank belast met afpersingszaken; quaestio repetundarum.
Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. commando worden belast. uitoefenen over een provincie. |
|
| 6. | Consuls. de
volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden. |
|
| 7. | i.v.m. de Catilina samenzwering vaardigde de senaat op 21-10-63 het “Senatus Consultum Ultimum” uit (het laatste bevel van de Senaat.) herstel
van de normale toestand. |
|
| 8. | Plut.Cic. 36. Hij was voorgedragen door Pompeius Magnus en Hortensius. Augures. |
|
| 9. | Zijn 2e
supplicatio verkreeg hij i.v.m. zijn optreden in Cilicia tijdens een dreigende Parthische inval. (Cic.ad Fam.II, XV) Tevens werd hij door zijn troepen uitgeroepen tot Imperator. Terug naar tekst |
|
| 10. | Beschermende maatregel? Terug naar tekst | |
| 11. | Publilia was
een jong, rijk meisje wiens voogd Cicero eens was geweest. Zij huwde 2. met C.Vibius Rufus, cossuff.16 (CIL.XIV+ 2556. Tusculum) (Mogelijk de vader van C.Vibius Rufinus, cossuff.21 of 22) Terug naar tekst |
|
| 12. | L.Sergius Catilina, praetor 68 v.Chr., smeedde in 64-62 een samenzwering tegen de staat die door Cicero, als consul, werd verijdeld. P.Gabinius Cimber, en M.Caeparius, werden op 5 December 63 terechtgesteld in de gevangenis (het Tullianum) op de hellingen van de Capitolinus. Sallustius' Bellum Catilinae, en Cic.Post reditum in Senatu, V.12)
|
|
| 13. | In December 62
v.Chr. drong de jonge patriciër P.Clodius Pulcher voorname vrouwen de heilige riten vierden voor de Goede Godin (Bona Dea), waarbij de aanwezigheid van mannen ten strengste verboden was. er van verdacht met
Cicero te willen trouwen. werden gekozen. |
|
| 14. | In Maart of
begin April 59 bekritiseerde Cicero zijn wetgeving zouden aanvallen zo gauw hij Rome had verlaten opweg naar zijn provincia. daar hij er niet in slaagde geadopteerd te worden in een plebeïsche
familie, zonder succes. beschikbaar zou zijn om elk gevaar af
te wenden en
consul, de comitia curiata bijeen en liet een lex curiata aannemen De
prov.cons.42). curulische magistraten en volkstribunen op het belemmeren van het houden van wetgevende en verkiezingsvergaderingen doormiddel van het uitkijken naar hemelse voortekenen (spectio of servare de caelo): auspiciën. wetsvoorstel in dat Cicero in de hele Romeinse wereld officieel vogelvrij verklaarde (de exsilio Ciceronis). op de
vrijgekomen ruimte. (Cicero, De domo sua) te doen aannemen ter terugroeping van Cicero, hetgeen door een volksdecreet van 4 Augustus 57 v.Chr. werd bekrachtigd. |
|
| 15. | . ad Att.V 2,1; 3. Terug naar tekst | |
| 16. | ad Att.V15, 1; 16,1; ad Fam. XV 4. Terug naar tekst | |
| 17. | Volgens Terence
Bruce Mitford in ‘Roman Cyprus’ in ANRW II.7, 2, 1980: was Cicero in Cilicia van Augustus 51 tot 30 Juni 50. Terug naar tekst |
|
| 18. | Hieron. adv. Iovin.1.48. Terug naar tekst | |
| 19. | Cic.ad Att.
XIV.21, 3,2; XV.4, 2,3. Acta enim illa res est animo virili, consilio puerili. Animis enim usi sumus virilibus, consiliis, mihi crede, puerilibus. Terug naar tekst |
|
| 20. | Appianus
Bell.Civ.IV. 19-20
was van Cicero, wees Laena, de centurion, die met een kleine groep in achtervolging was, het pad, --- Laena, ondanks dat hij eens was gered door Cicero toen hij terecht stond, trok zijn hoofd uit de draagkoets en hakte het met drie slagen af,
of liever gezegd, op het forum waar hij vroeger gewent was om openbare redevoeringen te houden.”
terwijl
Herennius hem doodde. Zijn keel werd afgesneden. |
|
| 21. | Legatus
Ambracia: Afgezant naar de stad Ambracia in Aetolië. consul 189 v.Chr. t.g.waarvan hij een triomf vierde in 187 en een tempel wijdde aan Hercules. Terug naar tekst |
|
| 22 | Plakoûs: platte cake, waarschijnlijk met kaasjeskruid. Terug naar tekst |
|