|
C. Trebonius C. f. RE -6- |
||
|
in Asia minor. |
||
|
Functies: Quaestor 60 of 58, 2 tribunis plebis 55 3. Legatus Caesaris in Gallia 54- 49. Praetor urbanus 48. 4 Proconsul Hispania Ult. 47-46. Proconsul of legatus 46-45. Consulsuffectus 1 Oct.- 31 Dec. 45 v.Chr. 5 Proconsul Asia 44-43. |
||
|
Kort overzicht van
Trebonius’ belevenissen. gaf in Syria en Pompeius Magnus in Hispania Ulterior en Citerior, ieder voor de duur
van 5 jaren. tegen Massilia, als opvolger van D. Junius Brutus Albinus. Marcus Antonius in Caesars gezelschap was ten tijde van
de moord. – waarschijnlijk wegens hoogverraad i.v.m. zijn deelname aan het complot tegen Caesar – |
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Phil.XIII.23. Terug naar tekst | |
| 2. | Quaestoren. onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) de proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8
praetoriaanse. |
|
| 3. | Tribunus plebis. aan de tribuun ontnomen. Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carriére, In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar, met het wetsvoorstel om voormalige
volkstribunen |
|
| 4. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. uitoefenen over een provincie. |
|
| 5. | De consul
suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar
aantraden konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. |
|
| 6. | Zie o.a. Cic. Phill.XI.; Fam.bk.XII ep.12, 1. Terug naar tekst | |