T. Statilius T. f. Taurus.   RE -34- 

   

Afkomstig uit Vulci in Lucania.
1
 
 
Functies:

Consulsuffectus 37 v.Chr.
2 met M.Agrippa als ordinarius.
Proconsul of praefectus classis 36
3 in de strijd tegen Sex.Pompeius.
Proconsul Africa 35, triumphavit ex Africa 30 Iun.34.
4
Idem bellum Illyricum 34-31 (?), misschien imperator iterum.
Proconsul Hispania 29,  imperator tertium.
5
Consul II, in 26
6 met Augustus consul  VIII.
Misschien proconsul Macedonia.
7
Praefectus urbis in 26 of in 16 v.Chr.
8
Augur,
9  curio maximus, 10  septemvir epulonum. 11
 
Vader van:
1.? Statilius Taurus  RE -35-, triumvir monetalis.
2.T.Statilius Taurus, consul in 11.
12
3.? Sisenna Statilius Taurus, consul in 16.
4.? Statilia, zij huwde met L.Calpurnius Piso, consul 1 v.Chr.

 
   

Kort overzicht van Taurus’ belevenissen.

Taurus, generaal, bestuurder en politicus was na Agrippa,

de belangrijkste militair in het rijk.
Hij vocht vóór en naast Octavianus (de latere Augustus) in Sicilië en Illyricum,
was bestuurder van Africa en Spanje,

en driemaal door de legioenen uitgeroepen tot Imperator. 13
Voor zijn loyaliteit jegens het bewind werd hij beloond met een tweede consulaat
dat nog meer glans kreeg doordat Augustus zijn collega was.
Tevens werd hem het recht verleend om jaarlijks één van de praetoren te mogen kiezen.
In het programma van Augustus’ stadsverfraaiing begon Taurus nog vóór 31 aan de bouw
van het

Amphitheatrum Statilii Tauri, een stenen jachttheater in het Campus Martius dat in 30 v.Chr. werd ingewijdt.
Taurus had in 31 v.Chr. bij Actium tezamen met M.Titius, cossuff. 31,
het bevel over dat deel van het leger dat de cavallerie van Marcus Antonius versloeg.
Toen Augustus in gezelschap van Tiberius in Juni 16 v.Chr. Rome verliet op weg naar Gallia Comata,

liet hij Taurus als praef.urbi achter om te waken over Rome.

(Vell.II.127; 85; Appian.bell.civ.V 97-99,103,105,109,118; Appian.Illyr.27; Dio 49,14,38; 50,13; 51,20f.54, 19; 59,10; Suet.Aug.29; Cal.18; Ner.35; Plut.Ant.65; Tac.ann.III.72)

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Belangrijke, antieke, Etruskische stad; de ruines liggen op ca.16 km

van de zee tussen de stadjes Canino en Montalto di Castro, in de provincie Viterbo.  

Terug naar tekst

 
   
2.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel

was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur

van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legde

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.  

Terug naar tekst

 
   
3.

Taurus voerde het bevel over de vloot te Tarentum.


Praefectus classis ofwel praefectus navium.
De marine stond als regel onder bevel van de bevelhebber van de landlegers.
In de late Republiek werd de marine of haar eskaders aangevoerd door

officieren met de titel praefectus classis of praefectus navium.
Kennelijk zowel uit de senatorenstand alswel uit vrijgelatenen.
In de tijd der Princeps uit de stand der equites.
In militaire rang waren zij gelijk aan de bevelhebber
van een legioen.  Terug naar tekst

 
   
4. ILS 2678.  Terug naar tekst  
   
5. ILS 893
T.Statilio Tauro imp.III, cos.II, patrono
 ■ Ilici (Elche) provc.Tarraconensis 
Terug naar tekst
 
   
6.

Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze
sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
7. Volgens Syme; er is weliswaar geen bewijs voor,
maar in ILS 2678 wordt Statilius vermeldt als ere duovir te Dyrrhachium. 
Terug naar tekst
 
   
8.

Praefectus urbi
Oorspronkelijk genaamd Custos Urbis (Lydus, De Magistr. I.34, 38).
Hij werd – waarschijnlijk voor het leven - aangesteld door de koning
en vertegenwoordigde deze tijdens diens afwezigheid.
In de stad bezat hij het Imperium. (Tacit. Annal. VI.11; Liv. I.59, III.24).

Ten tijde van de republiek na 487 v.Chr. werd de Custos Urbis
naar alle waarschijnlijkheid gekozen door de curiae.
Alleen personen van consulaire rang kwamen in aanmerking voor dit ambt.

Bij de invoering van het ambt van praefectus urbanus
werd het oude gouverneurschap van de stad hierin opgenomen.
(Lydus, De Mens. 19, De Magistr. II.6).
Het ambt van praefectus urbi verloor geleidelijkaan
zijn oude macht en aanzien en werd hoofdzakelijk verleend als erebaantje
aan jongelieden van adellijke afkomst (Tac.Ann.IV.36).
De praefectus werd nu jaarlijks aangesteld door de consuls
met het doel hen te vervangen tijdens hun afwezigheid uit de stad
gedurende de Feriae Latinae. (Latijnse spelen) (Gell.XIV.8)
Onder Augustus herkreeg het ambt veel van zijn oude glorie.
Augustus verleende de praefectus urbi alle benodigde macht

om zijn functie van gouverneur van Rome te kunnen uitoefenen.

Hij was o.a. belast met het handhaven van de openbare orde

en veiligheid; had jurisdictie in zaken tussen meester en slaaf,

cq. ex-slaaf en in bepaalde kwesties tussen vader en zoon.
Door middel van milites stationarii (politie) hield hij toezicht op vele zaken
variërend van het bankwezen tot slagerijen en theaters.
Geleidelijkaan breidde zijn macht zich uit zodat na verloop van tijd er
- behalve bij de princeps zelf -

geen beroep mogelijk was tegen zijn besluiten.
In de derde eeuw reikte zijn jurisdictie tot 100 mijlen buiten Rome. 
Terug naar tekst

 
   
9.

ILS 893a
[T.Sta]tilio T.f.Tauro auguri,cos.iter., imp.ter., curioni maximo
 ■ Volceiis (Buccino) in Lucania. Imp.ex Africa in 34.
      imp.II fortasse appellatus est in Dalmatia, imp. III Hispaniae

      in 29 v.Chr.


Augures.
Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar
verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia) 

Terug naar tekst

 
   
10.

Curio Maximus. Elke tribus was onderverdeeld in 10 curiae,

elk met zijn curio (ofwel leider). Deze priesters vormde een college,

voorgezeten door één van hen, de Curio Maximus.  Terug naar tekst

 
   
11.

Quindecemviri sacris faciundis.
De 15 mannen hielden toezicht op de Sibillijnse boeken,
toezicht op buitenlandse godsdiensten in Rome,
en het brengen van zoenoffers ter afwering van ongunstige voortekenen. (prodigia)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia) 

Terug naar tekst

 
   
12.

T.Statilius Taurus, consul 11 na Chr.
Huwde met ”Valeria”, dochter van M.Valerius Messalla Corvinus,
consul 45, en van Calpurnia?


Hieruit
1. T.Statilius Taurus, consul 44. (Tac.ann.XII.59; XIV.46)
2. Taurus Statilius Corvinus, consul 45.
    (Dio 60,27,45; Suet.Claud.13; Cal.46 ut videtur)
3. ’Messallina’, huwde met L.Valerius Catullus.
    (o.a. Dio 56,25; Dig.29, 5,13)

Terug naar tekst

 
   
13.

Imperator.
Tijdens de Republiek werd de titel van imperator verleend tezamen

met het Imperium.
Iedere generaal die het Imperium ontving had het recht
op de naam van imperator.
De titel werd achter de naam geplaatst daar het slechts tot uitdrukking

bracht dat de bezitter het imperium bezat.
De term Imperium werd toegepast om de soevereiniteit van de

Romeinse staat tot uitdrukking te brengen.

(Cicero (Pro Font. 1); en (Cic. Or. Part. 30:

"in Imperii atque in nominis populi Romani dignitate.")
Het was gebruik dat na een overwinning de soldaten hun

zegevierende generaal begroette als imperator,

maar deze begroeting gaf noch bevestigde de titel.
Tijdens de republiek waren er gelijktijdig meerdere imperatoren.
Augustus verleende de titel slechts aan enkelen. (Tac.Ann. iii.74, 4)
Tiberius stond het de soldaten toe om de titel te verlenen aan personen
die hem nog niet eerder bezaten, terwijl, zoals reeds gezegd,
de titel onder de republiek kwam met het imperium.
Na Claudius ontstond onder zijn opvolgers de gewoonte
om de titel als praenomen te gebruiken gevolgd door een cijfer
hetwelk aangaf dat de titel was verleend tergelegenheid van een

grote overwinning, ook al was deze overwinning bevochten door

hun generaals, hij was gewonnen onder de auspiciën van de Imperator.
(Voor het begrip Auspiciën: Aulus Gellius’ ‘Noctium Atticarum’, XIII.XV, 1-7) 
Terug naar tekst