C.Scribonius Curio.  RE -11-

   

Geb. vóór 84 v.Chr.
Overl. in 49 v.Chr. in Africa.

Zoon van C.Scribonius C.f.Curio, consul 76 v.Chr.,
en van Memmia, dochter van L.Memmius.L.f., III vir monetalis.
 
 
Functies:

Quaestor Asia 53 onder C.Clodius Pulcher.
1
Pontifex 52.
2
Tribunus plebis 50 v.Chr.
3
Legatus pro praetore Africa 49 v.Chr.
 

Huwde met Fulvia 4, dochter van M.Fulvius Flaccus Bambalio 5
en van Sempronia
6, dochter van Sempronius Tuditanus.

Hieruit:
C.Scribonius Curio, overl. in 30 v.Chr.
Deze werd na Actium geëxecuteerd; stiefzoon van M.Antonius.

 
   

Curio, wiens diensten door Caesar werden gekocht met het goud uit Gallië,
was van origine een Pompeiaan.
Hij was pienter en zonder enige scrupulus.
Een oprecht vriend van Cicero en van M.Caelius Rufus
waarmee hij qua karakter en carrière gelijkenis vertoonde.
De trib.pl. 50 verkreeg het imperium pro praetore van Caesar’s senaat,
en vertrok om Sicilië te bezetten dat al onder het bestuur stond van

M.Porcius Cato Uticensis; deze week uit naar Pompeius Magnus.
Van uit Sicilië trachtte Curio Africa te veroveren maar werd verslagen
door

P.Attius Varus, de procos. Africa, en gedood tijdens de slag in de Bagradas vallei

nabij Carthago door koning Juba en de Pompeianen.

Zie Cic.ad Fam.boek 2, 1-7.

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium (schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met

de proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40. 
Terug naar tekst

 
   
2.

Pontifices.(vlg.Cic.ad Fam.II,ep.7 was hij slechts sacerdos)
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap van

de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia

Terug naar tekst

 
   
3.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat.
De tribuun was onschendbaar (sacro sanctus), kon elk besluit,
ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren door zijn veto
(intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr.
werd o.a. dit vetorecht aan de tribuun ontnomen.
Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had

tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,
wat precies de bedoeling was van Sulla.
In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,
met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur
voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan
markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio) en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen (ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;
en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst

 
   
4.

Fulvia huwde 1, met met P.Clodius Pulcher, trib.plebis 58 v.Chr.

Hieruit
1. P.Clodius P.f.Ap.n.Ap.pron.Pulcher, quaestor, praetor, augur.
2. Clodia, zij huwde met C.Octavianus (de latere Augustus).

Door de moord op Clodius op de Via Appia werd Fulvia weduwe in

Januari 52 v.Chr.

Haar tweede echtgenoot, Curio, kwam om het leven in

de Bagradas vallei in Africa en dat maakte haar in 49 wederom weduwe.
Haar zoon uit dit huwelijk, C.Scribonius Curio,
werd na de zeeslag bij Actium (31)

geëxecuteerd in opdracht van de latere Augustus.

In 46 huwde zij voor de derde maal, nu met M.Antonius, III vir.r.p.c.

Hieruit
1. Antonius Antyllus.  (Zie Marcus Antonius)
2. Iullus Antonius.      (Zie aldaar)

Fulvia overleed in de 2e helft van het jaar 40 v.Chr. te Sicyon in Macedonia
waarheen zij, tezamen met haar zwager L.Antonius, was gevlucht
na de val van Perusia in de lente van 40. 

Terug naar tekst

 
   
5.

Fulvia’s vader Bambalio was de zoon van M.Fulvius Flaccus.
In 129 was laatstgenoemde lid v.d. Agrarische commissie,
en als consul 125 v.Chr. triomfeerde hij over de Liguriaanen
waarvoor hem in 123 een triomf werd toegekend.
In 122 werd hij gekozen tot volkstribuun en vestigde een

Romeinse kolonie, Colonia Junonia , op de ruines van Carthago.
Als trib.pleb. steunde hij C.Gracchus en werd tezamen met deze,
en vele anderen, in 121 gedood door de consul L.Opimius en diens senatoriale volgelingen.

Terug naar tekst

 
   
6. Sempronia Tuditani f. was misschien een zuster van Sempronia,
vrouw van D.Junius Brutus, cos.77 v.Chr. 
Terug naar tekst