C. Rutilius C. f. Stel. Gallicus Q. Julius Cordinus. 1

   

Geb. in ca. 24 te Augusta Taurinorum.
2
Overl. in 91 of 92
 
 
Functies:

Tribunus militum
3 in het XIII Gemina in Pannonia ged. ca. 2 jaren.
Quaestor,
4  aedilis curulis. 5
Legatus legionis
6 van het XV Apollinaris te Carnuntum in Pannonia omstreeks 53,
gedurende 2 a 3 jaar. 
CIL.111.
Praetor in ca. 55.
7
Legatus provinciae Galaticae, mogelijk in 55 of 58 voor de duur van 6 jaren
onder Cn.Domitius Corbulo.
8
Sodalis Augustalis in 68.
9 ILS 9499
Consulsuffectus waarschijnlijk in 71 of 72.
10
Pontifex.
11
Legatus Augusti in Africa, als vervanger van de proconsul,
en het houden van de census in 73/74.
12
Legatus Germania inferior in ca.76-79.
Proconsul Asia gedurende ca. 2 jaren, 82-83 of 83-84.
13
Consulsuffectus iterum in 85.
ILS 1007
Praefectus urbi, in functie in 89.
14
 

Huwde met Minicia L.f.Paetina. 15

Hieruit:
1. C.Rutilius Gallicus?  Deze was misschien in de tribus Palatina.
2. Rutilia Paulina C.f.?

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Gallicus nam omstreeks 74 als voorvoegsel bij zijn naam ‘Q.Julius Cordinus’,
zeer waarschijnlijk door een testamentaire adoptie. 
Terug naar tekst
 
   
2. Turijn.  Terug naar tekst  
   
3.

Tribunus militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
In de republiek waren er twee soorten militaire tribunen,
zij die gekozen waren in de vergadering der tribus
en zij die waren benoemd door de bevelhebber.
Onder het principaat waren dit jongemannen die een senatoriale
of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi (met een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen, maar,
daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddelijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale

cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus

- tenminste sinds Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),
tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928)

Terug naar tekst

 
   
4.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium (schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande – vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met

de proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat,
terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek.
Terug naar tekst

 
   
5.

Aediles
Jaarlijks werden 2 aediles curulis en 2 aediles plebis gekozen door de Comitia tributa.
Zij waren belast met handhaving van de orde in de stad,
toezicht op handel en verkeer, organisatie
en bekostiging van de openbare feestelijkheden, brandweer en bouwinspectie.
Het aedielschap gaf toegang tot de senaat.
Men werd e.v.t. aedilis 6 jaar na het quaestorschap.
Hun aantal werd onder Julius Caesar,
i.v.m. diens schepping van de aediles Ceriales, verhoogd tot 6 aediles. 
Terug naar tekst

 
   
6.

Onder Augustus kwamen een aantal nieuwe militaire rangen.
De titel legati legionum, bevelhebber over een legioen, alléén in de keizertijd.
Hun aantal varieerde slechts gering: in 14 na Chr.
23 d.i. 25 legioenen waarvan 2 onder bevel van praefecti in Egypte.
In 70, 25, d.i. 29 legioenen, min 2 in Egypte, 1 in Numidia,
en 1 in Judaea, onder bevel van provinciale gouverneurs.
In 117, 24 legati leg., in 180, 24,en in 217, 23 leg.leg. 
Terug naar tekst

 
   
7.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het
bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.

Augustus verlaagde hun aantal tot 12.
Onder zijn opvolgers werden het er 18. 
Terug naar tekst

 
   
8. De titel geeft aan dat hij geen onafhankelijk commando voerde in Galatia.
Hij was slechts legaat onder Corbulo belast met het beheer
van de burgerlijkestand in deze grote en complexe provincie.
De phrase ‘provinciae Galaticae’ is niet geheel toereikend
om de geografische omvang van zijn jurisdictie aan te geven. 
Terug naar tekst
 
   
9. i.p.v. Nero (ILS 5025 cf. 9499)  Terug naar tekst  
   
10.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel
was ontdaan

van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat
werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen
de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legde

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.   Terug naar tekst

 
   
11. Pontifices.
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap
van de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia

Terug naar tekst
 
   
12. Geattesteerd in April en Juni 74.  Terug naar tekst  
   
13. Twee jaren als proconsul is niet normaal, dus stelt Syme:
‘Ulpius Traianus, cossuff. 70 (?), in Asia 79/80.
Caecina Paetus, cossuff.? 70, in Asia 80/81.
Een Ignotus als opvolger in Asia 81/82, deze overleed echter voortijdig,
en Gallicus deed het restant van diens termijn in 82,
en vervolgens zijn eigen termijn 83/84.’ 
Terug naar tekst
 
   
14.

Praefectus urbi
Oorspronkelijk genaamd Custos Urbis (Lydus, De Magistr. I.34, 38).
Hij werd – waarschijnlijk voor het leven - aangesteld door de koning
en vertegenwoordigde deze tijdens diens afwezigheid.
In de stad bezat hij het Imperium. (Tacit. Annal. VI.11; Liv. I.59, III.24).

Ten tijde van de republiek na 487 v.Chr.
werd de Custos Urbis naar alle waarschijnlijkheid gekozen door de curiae.
Alleen personen van consulaire rang kwamen in aanmerking voor dit ambt.

Bij de invoering van het ambt van praefectus urbanus
werd het oude gouverneurschap van de stad hierin opgenomen.
(Lydus, De Mens. 19, De Magistr. II.6).
Het ambt van praefectus urbi verloor geleidelijk aan zijn oude macht

en aanzien en werd hoofdzakelijk verleend als erebaantje aan jongelieden

van adellijke afkomst (Tac.Ann.IV.36).
De praefectus werd nu jaarlijks aangesteld door de consuls
met het doel hen te vervangen tijdens hun afwezigheid uit de stad
gedurende de Feriae Latinae. (Latijnse spelen) (Gell.XIV.8)
Onder Augustus herkreeg het ambt veel van zijn oude glorie.
Augustus verleende de praefectus urbi alle benodigde macht
om zijn functie van gouverneur van Rome te kunnen uitoefenen.

Hij was o.a. belast met het handhaven van de openbare orde

en veiligheid; had jurisdictie in zaken tussen meester en slaaf,
cq. ex-slaaf en in bepaalde kwesties tussen vader en zoon.
Door middel van milites stationarii (politie) hield hij toezicht op vele zaken
variërend van het bankwezen tot slagerijen en theaters.
Geleidelijkaan breidde zijn macht zich uit zodat na verloop van tijd er
- behalve bij de princeps zelf -

geen beroep mogelijk was tegen zijn besluiten.
In de derde eeuw reikte zijn jurisdictie tot 100 mijlen buiten Rome.

Terug naar tekst

 
   
15.

ILS 1008 Taurinus, Africa
Minicia[e] L.f.Paetinae uxori Rutili Gallici Leptitani publice.
 ■ Taurinus, Africa. 1.Gallicus in Africa videtur fuisse ad

      census accipiendos, unde explicatur

      Leptitanos uxori eius statuam posuisse.  Terug naar tekst

 
   
16.

ILS 1007
C.Rutilio Gallico1 cos. II2, T.Flavius Scapula
 ■ Taurinus, Africa.

         1. sodalis Augustalis est cooptatus a. 68, defunctus a. 92.

         2. consul bis fuit suffectus, nescimus quibus annis.

Terug naar tekst

 
   
17.

ILS 9499 Ephesus.
C.Rutilio C.f.Stel.Gallico, trib.mil., leg. XIII Geminae, q., aedili curuli, Legato divi Claudi leg. XV Apollinaris, pr., legato provinciae Galaticae, sodali Augustali, consuli designato. M.Aemilius M.f.Pal.Pius praef. coh.1 Bosp.

et coh. 1 Hisp. legato. 

Terug naar tekst

 
   
18. CIL.111.Carnuntum Pannonia.
[Ti.Claudio Caesa]ri Augus[to Germanico pont.max. tr.pot.XI i]mper. XXVII
[patri patriae cos. V, L.Gellio Publico]la Vipstano Gallo [legato August(i)
pro pr. Q.Iulio Cordino] C.Rutilio Ga[llic]o [legato August(i) leg. XV Apol].

Terug naar tekst