M. Porcius M. f. M. n. (Cato) Salonianus.

   

Geb. ca. 154 v.Chr.

Jongste zoon van M.Porcius Cato, de Censor en Salonia.
 
 

Vader van

(1). M.Porcius M.f.M.n.Cato.  RE -12-

      Geb. ?133 v.Chr.
      Overl. 93 v.Chr.
      Tribunus plebis in 99
1, kandidaat praetor in 93 v.Chr.

      Huwde met Livia, dochter van M.Livius Drusus, consul 112 v.Chr.

      Hieruit
      1a. M.Porcius M.f.M.n.Cato Uticensis.
      1b. Porcia, huwde met L.Domitius Ahenobarbus, cos. 54 v.Chr.

(2). L.Porcius M.f.M.n.Cato.  RE -7-

      Geb. ca.130 v.Chr.
      Overl. in 89 v.Chr.
      Consul in 89 v.Chr., hij viel in de strijd tegen de Marsi tijdens de

                                      Bondgenotenoorlog.

Sumner in Cicero’s ‘Orators’.
‘De vader van Uticensis is waarschijnlijk geboren in 133 v.Chr.,
kandidaat praetor 93, overleden in 91.
Was echter zijn broer, L.Porcius Cato, cos. 89 v.Chr. de oudste van de twee

dan is Marcus RE –12-, geboren in ca. 131/130 en kandidaat praetor in 91 of 90.
Toen Marcus senior overleed was hij kandidaat praetor, zijn zoon Uticensis,
geboren 95, leefde na de dood van zijn beiden ouders onder de hoede van

M.Livius Drusus, trib.plebis 91 v.Chr., de broer van hun moeder.
Drusus zelf stierf laat in 91.
Vandaar dat 91 v.Chr. de laatst mogelijke datum is voor Marcus Cato senior's

kandidatuur en dood.

Livia was eerder gehuwd met Q.Servilius Caepio, praetor 91 v.Chr.
De kinderen uit dit eerste huwelijk zijn:
1.Cn.Servilius Caepio, trib.mil. 72.
2.Servilia, gehuwd met L.Licinius Lucullus, cos. 74.
3.Servilia, gehuwd met: 1. Junius Brutus, trib.pl. 83.
                                      2. Junius Silanus, cos. 62.
Allen zijn halfbroers en zusters van Cato Uticensis.
Aemilia, de dochter van Aemilius Livianus, consul 77, de broer van zijn moeder,

was zijn volle nicht.

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat.
De tribuun was onschendbaar (sacro sanctus), kon elk besluit,
ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren door zijn veto (intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht

aan de tribuun ontnomen.
Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun gèèn toegang had

tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carriére,
wat precies de bedoeling was van Sulla.

In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,

met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur

voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun
loopbaan markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio)
en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen (ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen.

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;
en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst