Q. Pompeius Quir.Sosius Priscus.  
     
Geb. in 117/118
Overl. in 180. (
a)

Zoon van Q.Roscius Sex.f.Quir.Pompeius Falco, cossuff. 108,
en van Sosia Polla, dochter van Q.Sosius Senecio, cos. II, 107,
en van Julia Frontina, dochter van Sex.Julius Frontinus, cos. III, 100.
 
     
Functies:

Sevir turmae III equitum Romanorum,
1
Tresvir monetalis,
2 quaestor, 3   praetor. 4
Consul ordinarius 149.
5
Proconsul provincia Asia (of Africa) 163/164.
Sodalis Hadrianalis,
6   Pontifex. 7
Sodalis Antoninianus Verianus, na 169.
8
Comes imperatoris Marci Antonini Augusti et divi Veri …
donis militaribus donatus , ca. 167/168.
9
 
     
Vader van
1. Pompeia Sosia Falconilla,
10
    huwde met M.Pontius Laelianus, consul ord. 163.
2. Q.Pompeius Q.f.Quir.Senecio Sosius Priscus.
 
     
     
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
   
1. Seviri turmae equitum Romanorum
Ter gelegenheid van de Ludi Magni in het Circus Maximus
werd er een plechtige militaire processie gehouden aangevoerd
door jongemannen van senatoriale en ridderlijke afkomst
die een jaar eerder de toga virilis hadden aangenomen;
e.e.a. was ter voorbereiding op de militaire dienst
die in de vroege tijd een burgerplicht was.
Augustus voerde dit gebruik weer in voor die jongemannen
van senatoriale en ridderlijke afkomst die op vijftienjarige leeftijd
de toga virilis hadden aangenomen en een politieke carrière ambieerden,
en schijnt de duur van deze voorbereiding op de militaire dienst
verlengd te hebben tot twee jaar.  
Terug naar tekst
 
   
2. Tresviri monetales, ookwel Triumviri.
Triumviri aere argento auro flando feriundo
(Driemans college voor goud, zilver en bronzen munten.) 
Terug naar tekst
 
   
3.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met

de proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat, terwijl het bovengenoemde
in feite duidt op de tijd van de republiek.
Terug naar tekst

 
   
4.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair commando

worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het
bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.
Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
5.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.
In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een (consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar
betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
6.

Sodales
De sodales vormde een priester college
aan wie de cultus van een vergoddelijkte keizer was opgedragen.
Tijdens de keizertijd waren er in totaal vier van zulke colleges:
1.De sodales Augustales, ingesteld voor de verering van de tot god verheven Augustus.
Na de vergoddelijking van Claudius werd deze uitgebreid
tot de sodales Augustales Claudiales.
2.Hetzelfde gebeurde met de sodales Flaviales,
een priesterschap ingesteld voor de verering van de

vergoddelijkte Vespasianus; dit college werd na de

vergoddelijking van zijn zoon en opvolger Titus
uitgebreid tot sodales Flaviales Titiales.
3.De sodales Hadrianales en, 4. de in 161 gecreëerde sodales Antoniani.
Na de dood van Verus werden de Antoniniani genoemd;
Sodales Antoniniani Veriani, na Marcus Aurelius’ vergoddelijking werd
Marciani toegevoegd, na de dood van Pertinax Helviani,
na Severus’ Severiani, na Alexander’s Alexandriani.
Elke sodalitas zorgde voor de cultus van de keizers behorende tot hetzelfde huis. 
Terug naar tekst

 
   
7.

Pontifices.
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap van

de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia

Terug naar tekst

 
   
8. Zie noot 6.  Terug naar tekst  
   
9.

Vergezelde keizer Marcus Aurelius tijdens diens succesvolle campagne

in 166/167 bij het terugdrijven over de Rijn en de Donau van Langobarden

en Obii die Pannonia waren binnengevallen.
Voor zijn verdiensten tijdens deze campagne
werd hij onderscheiden met militaire eerbewijzen. 
Terug naar tekst

 
   
10.

ILS 1105
Sosiae Falconillae, Q.Pompei Sosi Prisci cos. fil., Q.Pompei Falconis cos. nep., Q.Sosi Senecionis cos. II pro.1, Sex.Iuli Frontini 2 cos. III abn., quod oblatis publice parenti eius Sosio Prisco cos. statuis eiusdem Falconillae n.v.3, ipse una recepta circa reliquas onus sumptusq. omnes remiserit ordini.
 ■ Cirtae. 1. pronepti. 2. Sex.Iul.Frontinus abavus Sosiae Falconillae,

      notus est scriptor, cos. III ord. a. 100. 3. numero quinque.

Terug naar tekst

 
   
11. Quintus overleed oud 62 jaar, 8 mnd, en 14 dgn. Zie ILS 1106  Terug naar tekst