Cn. Pompeius Cn. f. Sex. n. Clu. Magnus.  RE -31-                      


Geb. 29-9-106 v.Chr.
Overl. 28-9-48 v.Chr. te Pelusium in Egypte.
1

Zoon van Cn.Pompeius Sex.f.Cn.n.Clu.Strabo,

consul 89, en van Lucilia,

dochter van Lucilius (Hirrus), senator.

 
 
 

Huwde 1.in 86 v.Chr. met Antistia, dochter van P.Antistius, aedilis 83 (86?).

   De aedile overleed in 82. 2

   Scheiding in 82

Huwde 2. in 82 v.Chr. met Aemilia
3,
dochter van M.Aemilius Scaurus, consul 115 v.Chr.,
en van Caecilia Metella, dochter van L.Caecilius Metellus Delmaticus,

consul 119 v.Chr.

   Aemilia overleed in het kraambed in 80 v.Chr.

Huwde 3. in ca. 80/79 v.Chr. met Mucia,
dochter van Q.Mucius Scaevola, consul 95 v.Chr. en van een Ignota.
4

   Scheiding in 62 v.Chr.
5

Hieruit:
1. Cn.Pompeius.    (Zie aldaar)
2. Sex.Pompeius.   (Zie aldaar)
3. Pompeia.            (Zie aldaar)

Huwde 4. in Mei 59 v.Chr. met Julia, dochter van C.Julius Caesar, consul 59 v.Chr.,
en van Cornelia, dochter van L.Cornelius Cinna, consul IV, in 84.

   Julia Caesaris f. overleed in Augustus 54 v.Chr.

Huwde 5. in 53 of 52 v.Chr. met Cornelia
6,
dochter van P.Cornelius Scipio, consul 52 v.Chr.

(c.q. Q.Caecilius Metellus Pius Scipio Nasica)

 
   

Functies:

Propraetor Sicilia en Africa 82-80, (Eerst alleen Sicilia,

doch na de executie van Cn.Papirius Carbo, consul 82,

te Lilybaeum in Nov./Dec. 82 door Pompeius Magnus, tevens Africa)
Propraetor of legatus in 77 in de strijd tegen M.Aemilius Lepidus, consul 78,

en diens aanhangers.
Belegerde M.Junius Brutus, trib.plebis 83, te Mutina

en doodde deze in strijd met de capitulatie voorwaarden. 7
Proconsul Hispania citerior 77-71 in de strijd tegen Q.Sertorius.

Proconsul? Hispania 82-73. 8
Consul in 70 v.Chr.
Proconsul met imperium consulare infinitum 67 tegen de piraten middels

de tribunische lex Gabini.
Verkreeg het opperbevel in de strijd tegen Mithridates 66-61 onder de lex Manilia.

Augur vóór 61 9
Curator annonae cum imperium consularis 57-52.
10
Consul II, in 55 v.Chr.
Proconsul Hispania citerior en ulterior 54-49; het provinciaal bestuur vond plaats

via legaten, Pompeius zelf bleef in en nabij Rome.
Consul III, in 52 v.Chr.
11, bleef enig consul tot Juli/Augustus
en benoemde toen tot mede-consul zijn schoonvader Scipio.
Proconsul 49 - 48 in de burgeroorlog tegen Julius Caesar.

De drie triomfen van Pompeius:
1. Voor zijn overwinning in Africa over de Marische vluchteling

    Cn.Domitus Ahenobarbus en Iarbas, een Numidische leider.
    Gevierd op 12 Maart 79 (of 80).
2. “Ex Hispaniis”, gevierd op de laatste dag van 71 v.Chr.,

    na de oorlog tegen Sertorius.
3. Voor zijn overwinning op de piraten en Mithridates,

    gevierd op 28 en 29 September 61 v.Chr.
 

 

Kort overzicht van Pompeius’ belevenissen.

83 v.Chr. Vormde en betaalde uit eigen middelen in de regio Picenum een

aanzienlijke troepenmacht en begaf zich hiermee op weg naar de net uit

het Oosten teruggekeerde Sulla.
Verslaat tijdens zijn tocht de drie legers van respectievelijk Carinna, Cloelius en Brutus.
De consul Scipio Asiaticus Asiagenus verloor zijn leger aan Pompeius
17
en de daarna gestuurde troepen van de Marische leider Cn.Papirius Carbo
werden bij de rivier Arsis verslagen.
Voor deze diensten verleende Sulla hem als dank de titel van Imperator.

82. Scheiding van Antistia en huwelijk met Aemilia, stiefdochter van Sulla.
Veroverde zonder slag of stoot Sicilië op M.Perperna Veiento, praetor Sicilia,
en dood Carbo.

(De man die, tezamen met Hortensius en Philippus, had voorkomen dat hij zou worden

veroordeeld wegens verduistering gepleegd door zijn vader.)

(Val.Max.5.3,5; 6.2,8; Cic.Brutus 230)
Pompeius trad wreed op tegen zijn verslagen tegenstanders zowel in Sicilië als later

in Africa en verwierf zich hiermee de bijnaam van ‘adulescentulus carnifex’, ‘de jonge slachter.’

(Val.Max.6.2,8)
Werd door Sulla naar Africa gezonden om aldaar de strijd aan te gaan met

Domitius Ahenobarbus, deze werd verslagen en gedood.
Veroverde Numidia op koning Iarba en gaf het terug aan Hiempsal.

80/79. Bij zijn terugkeer uit Africa verleende Sulla hem de cognomen ‘Magnus.’
Pompeius vierde op 26 jarige leeftijd zijn eerste triomf voor zijn verrichtingen

in Africa.

78. M.Aemilius Lepidus de consul, deed een greep naar de macht.
Pompeius sluit zich aan bij de optimaten en wordt benoemd tot bevelhebber

van de srijdkrachten tegen Lepidus. Pompeius belegerde Mutina;
Brutus capituleerde en werd verraderlijk ter dood gebracht.
Lepidus vluchtte naar Sardinia, werd ziek en stierf.

77-71. Pompeius werd als proconsul naar Hispania citerior gezonden ter assistentie

van Metellus Pius, de consul 80, die in strijd was verwikkeld met de gevluchte

Marius aanhanger Q.Sertorius, praetor 83 van Hisp.Cit.
Na een jarenlange succesvolle guerrilla-oorlog werd Sertorius in 72(?)

in de stad Osca door ondergeschikten onder leiding van M.Perperna Veiento vermoord.

71.Op zijn terugreis naar Rome vernietigde Pompeius de vluchtende restanten van

Spartacus’ slavenleger.
Pompeius vierde zijn tweede triomf eind 71 en werd gekozen tot consul voor

het jaar 70. 12

70. Pompeius als consul hersteld de macht van de volkstribunen

die door Sulla sterk was beperkt.

67. Pompeius verkreeg in 67, onder de lex de piratis persequendis

van de trib.plebis A.Gabinius, imperium consulare infinitum (onbeperkt imperium)

voor de duur van tenminste drie jaar over de Middellandse zee en haar kusten

tot 50 mijlen landinwaarts.
Tijdens de piratenoorlog van 67 stelde Pompeius Magnus
de volgende legaten aan in de genoemde gebieden
13:
1.L.Gellius Poblicola, consul in 72, had het bevel over de Etruskische zee.
   (Aegeïsche oostkust van de Hellespont tot Rhodos)
2. Plotius over de zee van Sicilië.
3. Atilius blokkeerde de golf van Ligurië.
4. M.Pomponius, de Gallische kust.
5. Manlius Torquatus, de Balearische zee.
6. Ti.Nero, de straat van Cadiz; de toegang tot de Middellandse zee.
7. P.Cornelius Lentulus Marcellinus, de kusten van Lybië en Egypte.
8. De zonen van Pompeius, Cnaeus en Sextus, de Adriatische zee.
9. M.Terentius Varro, de Aegeïsche en de Ionische zee.
10. Q.Caecilius Metellus Pius, consul in 57, de kust van Pamphylië.
11. Servilius Caepio, de kust van de provincie Asia.
12. M.Porcius Cato (Uticensis), de Propontis.

Hij versloeg de piraten definitief tijdens een slag
voor de kust van Coracesium in Cilicië in de zomer van 67.

In 66 verkreeg hij onder een wet van de trib.plebis C.Manilius het opperbevel
in de oorlog tegen Mithridates Eupator, koning van Pontus en diens schoonzoon

Tigranes, koning van Armenia.
Tevens verkreeg hij het imperium proconsularis over de provincies Bithynia, Pontus,

en Cilicia.
Hij dwong Tigranes tot overgave en Mithridates tot vergif.

In 61 vierde hij zijn derde triomf, nu over de piraten en Mithridates.
Verder veroverde hij: Albanië, Arabië, Armenië, Cappadocië, Cilicië, Colchis,
Iberië,

Judea, Medië, Mesopotamië, Palestinië, Paphlagonië, Phoenicië, Pontus en Syrië.

ILS 876
Cn.Pompeio Cn.f.Magno imper.iter.
 ■ Clusii. Pompeium ut ter triumphavit …..

60. Het eerste triumviraat wordt gevormd met Julius Caesar en Licinius Crassus.

56.Verlenging van het triumviraat met wederom vijf jaren tijdens conferentie

te Luca.
Door de lex Trebonia verkreeg Pompeius Hispania en Crassus Syria,

ieder voor de duur van vijf jaar.

55. consul II, werd op voorstel van Cato – om erger te voorkomen –
door de senaat benoemd tot enig consul en bleef dit tot Juli/Augustus
en benoemde toen tot mede-consul zijn schoonvader Scipio.
Pompeius bouwt het Theatrum Pompeium (Theater van Pompeius)
het eerste volledig van steen opgetrokken theater in Rome.
14

50. De kwestie van Caesar’s kandidaatsstelling in absentia voor het consulschap,
met behoud van provincies en legers, veroorzaakt een crisis tegen het einde van

het jaar.

49. Senaat weigert kandidatuur in absentia voor het jaar 48
en beveelt de overgave van Caesar’s provincies op een vastgestelde datum
en hem als ambteloos burger terug te keren naar Rome.
Hierop steekt Caesar de Rubicon over bij Ravenna op a.d.IV.Id.Jan. 49
15.
Pompeius - op voorstel van Cato benoemd tot opperbevelhebber met

onbeperkte volmacht - en een groot deel van de senaat verlaten Italia.

48 v.Chr. 9 Augustus (7 Juni, vlg. Juliaanse kalender) Slag bij Pharsalus in Thessalia;
Pompeius vlucht naar Egypte alwaar hij wordt gedood in opdracht van het hof.
16

Gordianus I, keizer in Febr. / Maart. 238, was eigenaar
van het voormalige huis van Pompeius Magnus op de Carinae,
de westelijke helling van de Esquilinus.
Na Pompeius werd dit eigendom van Marcus Antonius en later van Tiberius.
Daar het versierd was met de ‘snavels’ van de door Pompeius veroverde schepen
werd het ‘Domus rostrata’ genoemd.

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Plut.Brutus. p.594.
Pompeius Magnus werd te Pelusium gedood
door o.a. L.Septimius, tribunus militum onder Pompeius tijdens

de piraten oorlog, nu in dezelfde functie dienend in het garnizoen

dat in Egypte was achtergelaten door A.Gabinius.
De crematie op de kust van Egypte werd verricht door Servius Cordus,
quaestor of proquaestor in 48.

(Lucanus, de bello civilli VIII.715 ff.):
‘…Cordus,quaestor ab Icario Cinyreae litore Cypri infaustus Magni

   fuerat comes.’

De Viris Illustribus LXXVII, door Sex.Valerius Victor:
Pompeius … door Servius Codrus (Cordus),
werd begraven in een tombe met het opschrift:
Hier ligt Pompeius Magnus (Hic positus est Magnus).

Plutarchus over de dood van Pompeius Magnus:
“Een vreselijke gedachte dat het lot van Pompeius Magnus
afhankelijk zou zijn van de beslissing van Pothinus de eunuch,
Theodotus van Chios, een leraar in retoriek, en Achillas de Egyptenaar.
Theodotus kwam met het voorstel … om hem te doden.
Zij vertrouwden de uitvoering hiervan toe aan Achillas.
Achillas nam een man met zich mee Septimius genaamd,
die een van Pompeius’ officieren was geweest,
een centurion Salvius genaamd, en drie of vier dienaren.
Achillas en Pothimus werden ter dood gebracht door Caesar,
Theodotus, werd later, na de moord op Caesar, in Asia gedood door Brutus.
Plutarchus vervolgd:
“Zijn leven eindigde in zijn zestigste jaar
en slechts één dag na zijn geboortedag ter aarde besteld

in zijn landhuis nabij Alba.” 

Terug naar tekst

 
   
2.

Pompeius werd in 86 v.Chr.
tijdens zijn proces wegens peculatus (verduistering) verdedigd door:
a. L.Marcius Philippus, consul 91.
b. Q.Hortensius Hortalus.
c. Cn.Papirius Carbo, consul 85,

    die als dank in 82 werd gedood door Pompeius.

De rechter was P.Antistius, aanhanger van Cinna en Marius.
Wegens vermeende Sulla sympathieën;
i.v.m. het huwelijk in 86 van zijn dochter Antistia met de Sulla aanhanger

Pompeius, werd Antistius in opdracht van Marius minor
door de praetor L.Junius Brutus Damasippus ter dood gebracht.
Antistius’ vrouw Calpurnia Bestiae f. pleegde daarop zelfmoord.

(Plut.Pompeius IX.3)

(Vell.II.26, 2):

"Non perdat nobilissimi facti gloriam Calpurnia,
Bestiae filia, uxor Antistii, quae iugulato, ut praediximus,

viro gladiose ipsa transfixit. "
(“Moge Calpurnia, de dochter van Bestia en de vrouw van Antistius,
nimmer de glorie van een nobele daad verliezen; want,
toen haar echtgenoot ter dood was gebracht, zoals ik net heb gezegd,
doorstak zij haar eigen borst met het zwaard.”)

(Vell.II.26 Calpurnia Bestiae f., 2; 53,2-4 geb. en dood; 30.1-2 triomfen;
Tac.ann.III.28; Hist.II.38; Antistius etc)

Volgens Plutarchus in ‘Pompeius’ IV.
was diens schoonvader Antistius in 86 een praetor.
Volgens Velleius Pat.II.26, 2, was hij in 82 echter pas aedile. 
Terug naar tekst

 
   
3.

Aemilia, was eerder gehuwd met M’.Acilius Glabrio, consul 67 v.Chr.
Door het tweede huwelijk van haar moeder Caecilia Metella met

Cornelius Sulla in 89/88 werd zij diens stiefdochter en dus halfzuster

van Faustus Cornelius Sulla.  Terug naar tekst

 
   
4.

Vlg.R.Syme huwde de Ignota, gehuwd met Scaevola, cos. 95,
later met Q.Metellus Nepos, cos. 98 ;

vlg. Wiseman met Q.Metellus Celer, tr.pl. 90   Terug naar tekst

 
   
5.

Plut.; ‘Pompeius Magnus’:
“ Gedurende zijn afwezigheid had zijn vrouw Mucia een losbandig

leven geleid.
Zo lang hij ver weg was had Pompeius geen aandacht besteed

aan de verhalen over haar, maar nu hij Italië naderde en tijd had,

naar het schijnt, om de aanklachten jegens haar nauwkeuriger

te overwegen, stuurde hij haar een kennisgeving van scheiding.
Toen noch later maakte hij de redenen waarom hij van haar scheidde bekend.
De reden wordt echter vermeldt in Cicero’s brieven.

(Zie Cic., Ad Att.1.ep.12.)
(Mucia was de half-zuster van het duo Metellii,
Celer en Nepos,

consuls in resp. 60 en 57.)


Na haar scheiding huwde Mucia, 2: met M.Aemilius M.f.Scaurus, praetor
56 v.Chr., zoon van M.Aemilius M.f.Scaurus, consul 115 v.Chr.
(cf.Cic.ad Att.ep.89 (IV.16) 6)

Hieruit
M.Aemilius, de halfbroer van o.a. Sex.Pompeius. 
Terug naar tekst

 
   
6. Cornelia Scipionis f. was sinds 9 Juni 53 v.Chr. weduwe van P.Licinius M.f.Crassus, praef.equitum 58, de jongste zoon van de triumvir.
Zowel vader als zoon lieten het leven in Parthië. 
Terug naar tekst
 
   
7.

Echtgenoot van Servilia, (de minnares van Caesar),
en vader van Marcus Junius Brutus.
(Een van de leidende figuren van van het complot tegen
en mede-moordenaar van C.Julius Caesar,
de man die hem na de burgeroorlog had begenadigd en geëerd.) 
Terug naar tekst

 
   
8. Vlg. Cicero in Phil.XI.8,18, werd Pompeius in 77 door de senaat
niet benoemd als proconsul maar: “non pro consule sed pro consulibus”  
Terug naar tekst
 
   
9. Augures.
Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar
verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van een en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
et aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia

Terug naar tekst
 
   
10.

Curator annonae: ambtenaar belast met de zorg
voor de graanvoorziening van de stad Rome en de voedselprijzen

in het algemeen. 

Op 7 September 57, twee dagen na Cicero’s dankrede wegens zijn terugroeping uit ballingschap, besprak de Senaat

- na aanleiding van een onvoorziene hongersnood - de koren crisis.
Cicero, als de oudste aanwezige ex-consul,
kreeg de eer een resolutie in te dienen dat door de Senaat

werd overgenomen, om Pompeius te benoemen tot

Curator annonae cum imperio consularis. (ad Att.4.1,6)
De volgende dag, de 8ste , kwam de Senaat weer bijeen.
De trib.pleb. Messius deed het voorstel Pompeius’ nieuwe volmachten

te definieren op de ene manier,

en de consuls wilden het op een andere manier.
De consulaire wet werd aangenomen.  
Terug naar tekst

 
   
11. ILS 877
Cn.Pompeio Cn.f.Magno imp., cos.ter.,patrono, publice
 ■ Auximi. Cos.fuit Pomp. a.u.c.684, 699,702

Terug naar tekst
 
   
12.

Velleius Paterculus II.XXX, 1-2:
Metellus et Pompeius ex Hispaniis triumphaverunt ; sed Pompeius,hoc quoque triumpho adhuc eques Romanus,ante diem quam consulatum iniret,curru urbem invectus est.’
(‘Metellus en Pompeius, wonnen triomfen voor hun overwinningen in Spanje.
Pompeius, die zelfs ten tijde van zijn triomf nog steeds een

Romeins ridder was, reed de stad binnen in zijn triomfwagen
op de dag voor zijn aanvaarding van het consulaat.’) 
Terug naar tekst

 
   
13. Uit de Epitome van L.(P?) Annaeus Florus,
ontleend aan T.Livius; ’Over al de oorlogen van zevenhonderd jaren’.
(‘Epitome de T. Livio Bellorum omnium annorum DCC Libri duo’)
(Boek I.XLI.p.193)  

Terug naar tekst
 
   
14.

De restanten van het door Pompeius in 55 v.Chr.
gebouwde Theater van Pompeius te Rome zijn gevonden
tussen het Palazzo Pio en de kerk San Andrea della Valle (Bij het Campo dei Fiori).
De Curia Pompei, waar de moord op Caesar plaats vond bij een

standbeeld van Pompeius, en waar de senaat toen bijeen was gekomen,
was een onderdeel van het Theater van Pompeius. 
Terug naar tekst

 
   
15. Volgens de Romeinse kalender,
maar in feite op 22 Nov.50, vlg. de Juliaanse kalender. 
Terug naar tekst
 
   
16.

L.Annaeus Seneca, schrijver van o.a. filosofische werken,
leraar en leidsman van de jeugdige Nero,
schreef zo’n 100 jaar later het volgende over Pompeius:

413R.

   Litore diverso Libyae clarissima longe
      Nomina vix ullo condita sunt tumulo,
   Magnus et hoc Magno maior Cato. Quam procul a te
                                Aspicis heu cineres, Roma, iacere tuos !


    (Zeer beroemde namen liggen nu verspreid
        begraven in Africa, nog nét in een graf:
   de Grote, en, groter dan de grote, Cato. Ach!
                Rome, wat ligt hun as toch ver van jou!

414R/414a.
     Marmoreo Licinus tumulo iacet, at Cato nullo,
          Pompeius parvo. Credimus esse deos ?
     Saxa premunt Licinum, levat altum fama Catonem.


                Pompeium tituli: credimus esse deos.

      (Licinus heeft een graf van marmer, Cato geen,
           Pompeius een klein. En goden zouden bestaan?

      Steen drukt op Licinus, Cato stijgt door faam,
                Pompeius door triomfen! Goden bestaan!)

Bron.
(Epigrammen van Seneca, door Vincent Hunink in Hermeneus, 3 juli 1995 p.132-138.)

Terug naar tekst

 
   
17.

Zie echter, Sulla, 28.1 3, en cf. Appianus Bell. Civ. I.85.
(Plutarchus schijnt de verrichttimgen van Sulla te hebben overgeheveld

naar Pompeius)   Terug naar tekst