|
|
Cn. Pompeius Cn. f. Sex. n. Clu. Magnus. RE -31-
consul 89, en van Lucilia, dochter van Lucilius (Hirrus), senator. |
|||
|
||||
|
Functies: doch na de executie van Cn.Papirius Carbo, consul 82, te Lilybaeum in Nov./Dec. 82 door Pompeius Magnus, tevens
Africa) en diens aanhangers. en doodde deze in strijd met de capitulatie voorwaarden.
7 Proconsul? Hispania 82-73.
8
de tribunische lex Gabini. Augur vóór 61
9 via legaten, Pompeius zelf bleef in en nabij Rome. Cn.Domitus Ahenobarbus en Iarbas, een Numidische leider. na de oorlog
tegen Sertorius. gevierd op 28 en
29 September 61 v.Chr. |
||||
|
Kort overzicht van Pompeius’
belevenissen. aanzienlijke troepenmacht en begaf zich hiermee op weg naar de net uit het Oosten teruggekeerde
Sulla. (De man die, tezamen met Hortensius en Philippus, had voorkomen dat hij zou worden veroordeeld wegens verduistering gepleegd door zijn vader.) (Val.Max.5.3,5; 6.2,8; Cic.Brutus 230) in Africa en verwierf zich hiermee de bijnaam van ‘adulescentulus carnifex’, ‘de jonge slachter.’ (Val.Max.6.2,8) Domitius Ahenobarbus, deze werd
verslagen en gedood. in Africa. van de srijdkrachten tegen Lepidus. Pompeius belegerde Mutina; van Metellus Pius, de consul 80, die in strijd was verwikkeld met de gevluchte Marius
aanhanger Q.Sertorius, praetor 83 van Hisp.Cit. in de stad Osca door ondergeschikten onder leiding van M.Perperna Veiento vermoord. Spartacus’ slavenleger. het jaar 70.
12 die door
Sulla sterk was beperkt. van de trib.plebis A.Gabinius, imperium consulare infinitum (onbeperkt imperium) voor de duur van tenminste drie jaar over de Middellandse zee en haar kusten tot 50 mijlen landinwaarts. Tigranes, koning van Armenia. en Cilicia. Judea, Medië, Mesopotamië, Palestinië, Paphlagonië,
Phoenicië, Pontus en Syrië. te Luca. ieder voor de duur van vijf jaar. het jaar. onbeperkte volmacht - en een groot deel van de senaat verlaten Italia. |
||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||
| 1. | Plut.Brutus.
p.594. de piraten oorlog, nu in dezelfde functie dienend in het garnizoen dat in Egypte was achtergelaten door A.Gabinius. fuerat comes.’ in zijn
landhuis nabij Alba.” |
|
| 2. | Pompeius werd
in 86 v.Chr. die als dank in 82 werd gedood door Pompeius. Pompeius, werd Antistius in opdracht van Marius minor (Plut.Pompeius
IX.3) "Non perdat nobilissimi facti gloriam Calpurnia,
viro
gladiose ipsa transfixit. " |
|
| 3. | Aemilia, was
eerder gehuwd met M’.Acilius Glabrio, consul 67 v.Chr. Cornelius Sulla in 89/88 werd zij diens stiefdochter en dus halfzuster van Faustus Cornelius Sulla. Terug naar tekst |
|
| 4. |
Vlg.R.Syme
huwde de Ignota, gehuwd met Scaevola, cos. 95, vlg. Wiseman met Q.Metellus Celer, tr.pl. 90 Terug naar tekst |
|
| 5. | Plut.;
‘Pompeius Magnus’: leven geleid. aan de verhalen over haar, maar nu hij Italië naderde en tijd had, naar het schijnt, om de aanklachten jegens haar nauwkeuriger te overwegen, stuurde hij haar een kennisgeving van scheiding. (Zie Cic., Ad
Att.1.ep.12.) consuls in resp. 60 en 57.)
|
|
| 6. | Cornelia
Scipionis f. was sinds 9 Juni 53 v.Chr. weduwe van P.Licinius
M.f.Crassus, praef.equitum 58, de jongste zoon van de triumvir. Zowel vader als zoon lieten het leven in Parthië. Terug naar tekst |
|
| 7. | Echtgenoot van
Servilia, (de minnares van Caesar), |
|
| 8. | Vlg. Cicero in
Phil.XI.8,18, werd Pompeius in 77 door de senaat niet benoemd als proconsul maar: “non pro consule sed pro consulibus” Terug naar tekst |
|
| 9. | Augures. Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van een en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, et aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia) Terug naar tekst |
|
| 10. | Curator annonae:
ambtenaar belast met de zorg in
het algemeen. - na aanleiding van een onvoorziene hongersnood - de koren crisis. werd overgenomen, om Pompeius te benoemen tot Curator annonae cum imperio consularis.
(ad Att.4.1,6) te definieren op de ene manier, en de consuls wilden het op een andere manier. |
|
| 11. | ILS 877 Cn.Pompeio Cn.f.Magno imp., cos.ter.,patrono, publice ■ Auximi. Cos.fuit Pomp. a.u.c.684, 699,702 Terug naar tekst |
|
| 12. | Velleius
Paterculus II.XXX, 1-2: Romeins
ridder was, reed de stad binnen in zijn triomfwagen |
|
| 13. | Uit de Epitome
van L.(P?) Annaeus Florus, ontleend aan T.Livius; ’Over al de oorlogen van zevenhonderd jaren’. (‘Epitome de T. Livio Bellorum omnium annorum DCC Libri duo’) (Boek I.XLI.p.193) Terug naar tekst |
|
| 14. | De restanten
van het door Pompeius in 55 v.Chr. standbeeld van Pompeius, en waar de senaat toen bijeen was gekomen, |
|
| 15. | Volgens de
Romeinse kalender, maar in feite op 22 Nov.50, vlg. de Juliaanse kalender. Terug naar tekst |
|
| 16. | L.Annaeus
Seneca, schrijver van o.a. filosofische werken, Litore diverso Libyae clarissima longe |
|
| 17. | Zie echter,
Sulla, 28.1 3, en cf. Appianus Bell. Civ. I.85. naar Pompeius) Terug naar tekst |
|