C. Plinius Secundus maior.

   

Geb. 23 of 24 na Chr.
Overl. 25-8-79.
 
   
Functies:

Praefectus cohortis
1 in ca. 46/47 onder Cn.Domitius Corbulo,
consulsuff. 39, in Germania inferioris.
Tribunus militum
2 onder P.Pomponius Secundus,
cossuff. 44, in Germania superioris.
Plinius was in 52 in Rome.
Praefectus equitum
3 van 52-58 onder A.Pompeius Paullinus,
consulsuff. ?54, in Germania inferioris,
en vanaf 57 onder diens opvolger L.Duvius Avitus, consulsuff. 56.
Procurator Augusti Tarraconensis in 70.
4
Procurator Augusti Narbonensis 73/74.
Procurator Augusti Belgica 74-76?
(Mogelijk procurator Aug.Africa in ca. 51 of tussen 70-76)
Praefectus classis
5 te Misenum 6 vanaf? tot 25 Augustus 79.

Plinius, de auteur van het encyclopedische werk Naturalis historia,
kwam om het leven tijdens reddingsacties
volgend op de eruptie van de Vesuvius op 24 Augustus 79.
Hij was oom van moederskant en adoptiefvader van Plinius minor. (Zie aldaar)

Een van zijn favoriete uitspraken was :
“Dicere enim solebat nullum esse librum tam malum ut non aliqua parte prodesset”
(Geen boek is zo slecht dat men er niet iets van kan leren.)
(Plin. ep. III.5, 10.)

(Plin.ep.3.5, 7; 6.16,4; Tac.ann.I.69, 2; XV.53, 3)
 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Praefectus cohortis: commandant van een cohortis infanterie hulptroepen. (auxilia)
Marius, bij zijn reorganisatie van het leger, besloot zijn eerste

verdedigingslinie, de zwakke manipels (120 man),

te versterken door de individuele eenheden te vergroten.
De cohort (600 man) nam als tactische eenheid
de plaats in van de manipel in het romeinse leger.
Het legioen werd georganiseerd in tien cohorten,
elk cohort werd onderverdeeld in zes centuries (100 man). 
Terug naar tekst

 
   
2.

Tribunus militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
In de republiek waren er twee soorten militaire tribunen,
zij die gekozen waren in de vergadering der tribus
en zij die waren benoemd door de bevelhebber.
Onder het principaat waren dit jongemannen die een senatoriale
of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi (met een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen,

maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddellijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale

cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus

- tenminste sinds Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),
tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928)

Terug naar tekst

 
   
3.

Praefectus Equitum in de auxilia.
De leider van de cavallerie, de praefectus equitum,

voerde grote contingenten aan; de Alae.
Dit was meestal een trib.militum, legatus,

of een quaestor met als titel praefectus equitum.
De auxilia was driemaal zo groot als de Romeinse cavallerie.

De turmae (ruiterij) van de auxilia werd aangevoerd
door de eigen landslieden of door Romeinen opgeklommen uit de rangen der soldaten.

De turma bestond uit 3 decuriae - cavalleriesecties van 10 man
aangevoerd door een decurio -
deze werd aangevoerd door de oudste decurio met als titel, praefectus turmae. 
Terug naar tekst

 
   
4.

Procurator Augusti:
Hoofdambtenaar belast met het beheer van de financiën
van een provincie gedurende het principaat.
Hij werkte samen met de provinciale bestuurder,

de legatus Augusti pro praetore, doch was niet ondergeschikt aan deze.
De procurator was alleen verantwoording verschuldigd aan de keizer.
Een financieel procurator Augusti was altijd van de equestrische (ridder) klasse.
De provinciale bestuurder, de legatus Augusti pro praetore,
was een senator van consulaire rang belast met juridische en burgerlijke zaken,

tevens voerde hij het bevel over alle legioenen in zijn provincie.
Was er slechts één legioen in een provincie dan was

de commandant hiervan, de legatus Augusti legionis,

ofwel eenvoudigweg, legatus legionis, tevens de provinciaal bestuurder.

Dit waren meestal senatoren van praetoriaanse rang.

Terug naar tekst

 
   
5.

Praefectus classis ofwel praefectus navium.
De marine stond als regel onder bevel van de bevelhebber van de landlegers.
In de late Republiek werd de marine of haar eskaders aangevoerd
door officieren met de titel praefectus classis of praefectus navium.
Kennelijk zowel uit de senatorenstand alswel uit vrijgelatenen.
In de tijd der Princeps uit de stand der equites.
In militaire rang waren zij gelijk aan de bevelhebber van een legioen.

Terug naar tekst

 
   
6.

Misenum (Nu Miseno) gelegen aan de Baai van Napels
was in de keizertijd de thuisbasis van de westelijke vloot, de Classis Misenensis.

Terug naar tekst