P.Pactumeius P.f.Quir.Clemens. ILS 1067

   

 

Geb. ca.90 in Cirta.
Overl. 141?

 
 
Huwde met Prifernia, dochter van T.Prifernius Paetus Rosianus Geminis.

 
   

Functies:

Decemvir stlitibus iudicandis.
1
Quaestor ca. 120/121.
2
Legatus onder zijn schoonvader T.Prifernius Paetus Rosianus Geminus,
proconsul in Achaia ca.122/123.
3
Tribunus plebis ca.124.
4 Fetialis 5 na ’t tribunatum plebis.
Legatus divi Hadriani Athenis Thespiis Plataeis item in Thessalia.
Praetor urbanus ca. 127.
6
Legatus divi Hadriani ad rationes civitatium Syriae putandas.
7
Legatus pro pr. Hadriani Augusti in Cilicia 136.
8
Consulsuff. 16 Juni - ?Augustus 138.
9 (sine dubio in absentis)
Leg. pro pr. in Cilicia Antonini Augusti, misschien in 139.
Legatus Rosiani Gemini proconsulis in Africa ca. 140/141.
10
patronus IIII coloniarum Cirtensium, iuris consultus.

Clemens was de kleinzoon van Q.Aurelius P.f.Quir.Pactumeius Clemens (PIR 36).
Deze was door keizer Vespasianus en diens zoon Titus tijdens hun censorschap

van 73/74 opgenomen onder de senatoren met de rang van praetor.

Deze was de broer van Q.Aurelius Pactumeius Fronto (PIR 38)
11
Ook deze was door Vespasianus en Titus in de senaat opgenomen met

de rang van praetor.
Verder was hij, sacerdos Fetialis, praefectus aerarii militaris in 76-78,
Consulsuff. 80. (i.p.v. A.Didius Gallus Fabricius Veiento.)

(Zie: Syme, Historia 9,1960,371 = Roman Papers II 486.
AE 1976,675; W. Eck, RE Suppl. 15 (1978) 444; id., Chiron 13,1983,164.
B.E.Thomasson, Die Statthalter der römischen Provinzen Nordafrikas von Augustus

bis Diocletianus.
Voor een overzicht van zijn carrière, Alföldy, Konsulat. Zie Groag, Achaia 59f.
(Prifernius) en 104f. (Pactumeius); Hanslik, RE 22 (1954), 1968f.

(dateerd zijn consulaat in 124)

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Decemviri stlitibus iudicandis.
(Tienmannen, jurisdictie inzake betreffende de vrijheid van burgers) 
Terug naar tekst

 
   
2.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –

als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met

de proconsuls van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan:

2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat,
terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek
.) 
Terug naar tekst

 
   
3.

Legaten.
We moeten ons goed bewust zijn van de dubbelzinnige betekenis
dat

het woord legatus had in de traditie van de kroniekschrijving en,

bijgevolg, ook bij Livius.
Oorspronkelijk waren er twee soorten officieren in het Romeinse leger,
de Tribuni militum en de Praefecti socium.
De senatoriale Legati permanent verbonden aan de bevelhebber van

een leger verschijnt pas relatief laat, pas na de tweede Phoenische oorlog.
Varro omschrijft hen als
“ qui lecti publice, quorum opere consilioque uteretur peregre magistratus.”
Tegelijkertijd waren zij niet alleen consiliarii maar tevens militaire

officieren ondergeschikt aan de opperbevelhebber.
Echter, zij ontleenden hun militaire autoriteit niet aan hun status
van

legaten, maar eerder aan de aanstelling die hun bevelhebber aan ieder

van hen individueel had verleend.
Als legati waren zij slechts potentiële officieren.
Normaal gesproken zou een bevelhebber senatoriale legati met het bevel

belasten over specifieke militaire operaties, maar dat hoefde hij niet.
Hij kon eenieder benoemen die hij geschikt achtte voor de taak.
Zulke personen hadden geen officiële titel, maar de kroniekschrijvers
(door de strekking van de betekenis van de term legatus) noemden hen legaten.
Vandaar de verwarring in onze bronnen, en in onze prosopografiën.
(Magistrates of the Roman Republic, by T.R.S.Broughton (1951).

Terug naar tekst

 
   
4.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat.
De tribuun was onschendbaar (sacro sanctus), kon elk besluit,
ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren door zijn veto (intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht

aan de tribuun ontnomen.

Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had

tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,

wat precies de bedoeling was van Sulla.

In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,

met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur voor andere magistraatsfuncties toe te staan,

zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio)
en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen (ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;

en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst

 
   
5.

Fetiales.
Een uit 20 priesters bestaand college dat in 32 v.Chr.
door de latere Augustus nieuw leven werd ingeblazen.
Oorspronkelijk sloten zij van staatswege vrede, wapenstilstand, of verklaarde de oorlog. 

Terug naar tekst

 
   
6.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel
i.p.v. een consul met een militair
commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij
als pro praetor het bestuur uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.

Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
7.

Legaat belast met het toezicht op de rekeningen en uitgaven van de Syrische steden.

(Gevolmachtigd beheerder met de bevoegdheid rekeningen te voldoen uit de schatkist)  

Terug naar tekst

 
   
8.

Cilicia Tracheia, een keizerlijke provincie

(onstaan door de samenvoeging van Cilicia Tracheia

en Cilicia Pedius in 72 na Chr.)

bestuurd door legaten van praetoriaanse rang.
(Cilicia Pedias was een deel van Syria tot het begin van de regering van Vespasianus.

In 72 na Chr. werd Antiochus IV. heerser van Commagene en Cilicia Tracheia afgezet.

Commagene werd bij Syria gevoegd,

Tracheia werd met Pedias een nieuwe keizerlijke provincie.)    Terug naar tekst

 
   
9.

Clemens, legatus pro praetore 136-139, werd tijdens zijn afwezigheid

nog onder Hadrianus vereerd met het consulaat.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.

Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel was ontdaan

van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat

werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen

het betreffende jaar werd aangeduid)

- na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.

Terug naar tekst

 
   
10.

Opnieuw legatus onder zijn schoonvader,

maar nu als consularis; = proconsulair.  Terug naar tekst

 
   
11. ILS 1001
----[inter praetorios allecto ab i]mp.Caes.Vespasiano Aug.et Tito imp.Aug.f.,sacerdoti fetiali,praef.aerarii militaris,cos.,ex Africa prima1,Pactumeia Vev ---------m -----mo -----
 ■ Cirtae. 1.titulum ad P (?) Pactumeium Frontonem cos.a.80
      (Acta Arvalis)
      Naar het schijnt is Fronto vader van Pactumeia Vev ---. (Vera?)

Terug naar tekst
 
   
12.

ILS 1067
P.Pactumeio P.f.Quir.Clementi X virum stlitibus iudicand., quaest.,
leg. Rosiani Gemini1 soceri sui procos. in Achaia, Trib.pleb., fetiali,
legato divi Hadriani Athenis Thespiis Plataeis item in Thessalia2,
praetori urbana, legato divi Hadriani ad rationes civitatium

Syriae putandas, legato eiusdem in Cilicia, consuli3,

legato in Cilicia imp. Antonini Aug.,
Leg.Rosiani Gemini procos.in Africa, iuris consulto,

patrono IIII coloniarum, d.d.p.p.
 ■ Dessau: 1. Est alter ex T.Priferniis Rosianis Geminis.

      2.cf.Mommsen Staatsrecht ii3 p.858 not.2.

      3.consuli videtur fuisse in legatione Ciciliae, circa a. 138

Terug naar tekst