|
L. Munatius L. f. L. n. L.
pron. Plancus. RE -30- |
||||
|
Geb. ca. 87 v.Chr. te Tibur. Overl. vóór 15 v.Chr. 1 |
||||
Functies: Censor in 22 v.Chr. 10 met Paullus Aemilius Lepidus als collega. |
||||
|
||||
|
Kort overzicht van Plancus’
belevenissen. overhalen diens voorbeeld te volgen en liep hij over naar Antonius en Lepidus; het triumviraat gevormd, en Plancus stemde in met de proscriptie van zijn eigen broer C.Munatius Plancus RE –26-, ookwel L.Plotius genoemd, praetor 43 en praefectus equitum 43 in Gallia Transalpina onder zijn broer Lucius; deze werd daarop gedood. de Perusiaanse oorlog tussen Octavianus en Lucius Antonius, de broer van de triumvir, en
Fulvia, diens echtgenote. naar het oosten. Hierna benoemde Antonius hem tot proconsul van Asia. en ene Cnaeus, vaak genoemd
door zijn broer Lucius. |
||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||
| 1. | Het Mausoleum
14
van L.Munatius Plancus, consul 42 v.Chr., travertijnmarmer op de top van de Monte Orlando (168 mtr.), nabij Gaeta in Lazio (Latium)
in centraal Italië. 3. a.44 vel 43 v.Chr. cum proconsule Gallicam
Comatam regeret. |
|
| 2. | Legaten. woord legatus had in de traditie van de kroniekschrijving en, bijgevolg, ook bij Livius. een
leger verschijnt pas relatief laat, pas na de tweede Phoenische oorlog. van legaten, maar eerder aan de aanstelling die hun bevelhebber aan ieder van hen individueel had verleend. belasten over specifieke militaire operaties, maar dat hoefde hij niet. |
|
| 3. | Praefectus urbi en aanzien en werd hoofdzakelijk verleend als erebaantje aan jongelieden van adellijke afkomst (Tac.Ann.IV.36). De praefectus werd nu jaarlijks
aangesteld door de consuls en
veiligheid; had jurisdictie in zaken tussen meester en slaaf, geen beroep mogelijk was tegen zijn
besluiten. |
|
| 4. | Septemviri
epulonum. De 7 mannen – oorspronkelijk ‘tresviri’, 3 mannen – zorgden bij openbare spelen voor de gastmalen der goden. Onder Julius Caesar verhoogd tot 10 epulones. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia.) Terug naar tekst |
|
| 5. | Dec.44.Cic.Phil.3.15,38. Terug naar tekst | |
| 6. | Imperator. (Fasti
Barb. en Cap.) bracht dat de bezitter het imperium bezat. (Cicero (Pro Font. 1); en (Cic. Or. Part. 30: "in Imperii atque in nominis populi Romani
dignitate.") generaal begroette als imperator, maar deze begroeting gaf noch bevestigde de titel. die hem nog niet eerder bezaten, terwijl, zoals reeds gezegd, de titel onder de republiek kwam met het imperium. praenomen te gebruiken gevolgd door een cijfer hetwelk aangaf dat de titel was verleend ter gelegenheid van een grote overwinning, ook al was deze overwinning bevochten door hun generaals, hij was gewonnen onder de auspiciën van de Imperator. |
|
| 7. | Tr.Cap.: L.Munatius L.f.L.n.Plancus procos. ex Gallia IIII k. Ian. Terug naar tekst | |
| 8. | Consuls. volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van
de keizers. de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen. Terug naar tekst |
|
| 9. | Syme in Roman
rev.p.264, note 2: may have been won earlier, in 40-39 BC.” Terug naar tekst |
|
| 10. | Censors. op grond waarvan belasting en o.a.klasse-indeling werd bepaald. senatorenstand en ridderklasse verwijderen en nieuwe benoemen. |
|
| 11. | Dio 46.50;
Sen.ep.91; Strab.IV.pp.186-192 Augusta Raurica, nabij Basel, in Zwitserland. Terug naar tekst |
|
| 12. | Cic.ad Fam.10.8,24. Terug naar tekst | |
| 13. | Plin.N.H.13.3 s 5. Terug naar tekst | |
| 14. | Mausoleum van
Lucius Munatius L.f.Plancus.
Terug naar tekst |
|