|
C. Minicius L. f. Pap. Fundanus. |
||||||||||
| Functies: Tribunus legionis XII.Fulminatae in Cappadociae. 1 Quaestor, 2 tribunus plebis, 3 praetor. 4 Legatus legionis XV. Apollinaris. 5 Consulsuffectus 107. 6 Legaat in Dalmatia kort na 107. Proconsul van Achaea? 7 Proconsul van Asia 122/123. |
||||||||||
|
||||||||||
|
|
||||||||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||||||||
| 1. | Tribunus
legionis = gelijk aan Tribunus militum. een equestrische carrière ambieerden, en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi (met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi (met
een smalle streep). daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst onmiddellijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds Claudius - twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te
vervullen. |
|
| 2. | Quaestoren. (schatkist) en het archief, onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) – vrijwel altijd patriciërs – als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps. |
|
| 3. | Tribunus plebis. aan de tribuun ontnomen. Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière, In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar, met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur voor andere magistraatsfuncties toe te staan, zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan
markeerde.) laten veroordelen. |
|
| 4. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. worden belast. uitoefenen over een provincie. |
|
| 5. | Legatus legionis, bevelhebber over een legioen, alléén in de keizertijd. Terug naar tekst |
|
| 6. | De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) - na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.
|
|
| 7. | Vlg.W.Eck, mogelijk ergens tussen 113-115, Terug naar tekst | |
| 8. | Plinius de jongere, boek V, ep. XVI. Aan Aefulanus Marcellinus. Ik schrijf je in grote droefenis:
die zozeer een langer leven of zelfs een eeuwig durend leven verdiende. en waardigheid van vrouwelijkheid met de lieflijkheid
Zij hing om haar vaders hals en omhelsde ons, zijn vrienden, met bescheiden genegenheid; zij hield van haar verzorgsters, haar bedienden en haar leraren, ieder voor de aan haar verleende diensten;
geduldige berusting en zelfs met moed; zij luisterde naar haar dokters, vrolijkte haar zuster en vader op, en nadat haar lichaamskracht haar had verlaten
Zij behield deze wilskracht tot het einde, en noch de duur van haar ziekte
Zij heeft ons des te meer droevige redenen nagelaten om ons verlies te betreuren.
niet zozeer de dood zelf als wel het moment waarop was wreed. Zij stond op het punt van trouwen met een voortreffelijke jongeman, de huwelijksdag was al vastgesteld, en we hadden de uitnodigingen al ontvangen, zulk een vreugde, en nu zulk een smart! Woorden kunnen mijn verdriet niet uitdrukken toen ik Fundanus zelf orders hoorde geven – want het ene hartbrekende detail volgt op het andere – om het geld dat bedoeld was voor kleding, parels en juwelen te besteden aan wierook, zalf en kruiden. Hij is werkelijk een ontwikkeld en wijs man die zich vanaf zijn jeugd gewijd heeft
maar op het moment wijst hij alles af wat hij zo vaak heeft gehoord en zelf heeft verkondigd: al zijn andere deugden heeft hij verworpen
Je zult hem vergeven en zelfs bewonderen als je bedenkt wat hij heeft verloren
Wees dus voorzichtig als je hem schrijft, dat je hem, in zijn begrijpelijke verdriet, geen ruwe manier van troost biedt die een terechtwijzing zou kunnen doen vermoeden; wees zacht en vriendelijk. Met het verstrijken van de tijd zal hij dit beter kunnen accepteren; een rauwe wond deinst terug van een genezende hand maar later zal hij het toestaan en zelfs hulp zoeken,
en voelt vervolgens de behoefte aan troost en kalmeert als die vriendelijk wordt aangeboden. |
|
|
Noot. Vergissing van Plinius: bij haar overlijden was zij 12 jaar, 11 maanden en 7 dagen oud, dus bijna 13 jaar! Terug naar tekst |
||
(Zie tevens R.Syme in JRS 58 (1968) p.149. dito JRS 47 (1957); dito ‘Senatoren von Vesp.bis Hadrian’1972; PIR2 M 612. Zie ook ‘Städte,
Eliten und Gesellschaft in der Gallia Cisalpina’ |
||