P. Memmius P. f. Regulus. 

ILS 53   E.J.217   ILS 962

   

Geb. Ruscino in Gallia Narbonensis.
Overl. in 61.
 
 

Huwde met Lollia Paulina,
dochter van “Lollius” en van Volusia,

dochter van L.Volusius Saturninus, cossuff. 12 v.Chr.

    Scheiding in 38  (Zie Caligula)

 
   
Functies:

Quaestor Tiberi Caesaris,
1 praetor. 2
Consulsuff. 1 Oct.- Dec. 31.
3
Legatus Aug.pro praetore Moesia, Macedonia, Achaia 35-44.
4
Proconsul van Asia 48/49? 45-48 of 46-49.
5
Septemvir epulonum,
6 sodalis Augustalis. 7
Arvalis sinds Sept. 38.
8 In 55 promagister fratrum Arvalium.

Vader van
C.Memmius P.f.Gal.Regulus.
Consul in 63.
9
Magister iterum sodalium Augustalium Claudialium in 65.
10

(Tac.ann.V.11, 1; VI.4, 3; XII.22; XIV.47; Suet.Cal.25; Dio 58.9,10; 59.12)
Plin.Nat.Hist.IX.117-118; Ed.Groag, R.E,XV.1931,coll.631; CIL X,1233 (cos.)
 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met

de proconsuls van de senaatsprovincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren

verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat,
terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek.) 
Terug naar tekst

 
   
2.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair

commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.
Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
3.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel

was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur

van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare

binnen de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls –  de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en

met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -

na enige tijd vervangen door suffecti zodat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.  Terug naar tekst

 
   
4. Hierin opvolger van C.Poppaeus Sabinus.  Terug naar tekst  
   
5. Vlg.R.Syme 48-49?; PIR2 468. procos. Asiae per triennium.  Terug naar tekst  
   
6. .Septemviri epulonum.
De 7 mannen – oorspronkelijk ‘tresviri’, 3 mannen – zorgden
Bij openbare spelen voor de gastmalen der goden.
Onder Julius Caesar verhoogd tot 10 epulones.

Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van
één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia.
Terug naar tekst
 
   
7. Sodales Augustales.
Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr.
Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden. 
Terug naar tekst
 
   
8. I.p.v. Tiberius Gemellus, zoon van Drusus Ti.f.  Terug naar tekst  
   
9.

Vlg.Tacitus en Degrassi); in 66 vlg. R.Syme.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.
In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,

toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
10.

Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr.
Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden
Oorspronkelijk 25 mannen: 21 senatoren en 4 leden van de

keizerlijke familie
(Zie, Stefan Weinstock, JRS 47 (1957), p.146/7)
(De sodales vormde een priestercollege
aan wie de cultus van een vergoddelijkte keizer was opgedragen.
Tijdens de keizertijd waren er in totaal vier van zulke colleges:
1.De sodales Augustales, ingesteld voor de verering van de tot god

verheven Augustus.
Na de vergoddelijking van Claudius
werd deze uitgebreid tot de sodales Augustales Claudiales. 
Terug naar tekst

 
   
11. ILS 53 (Lat.inscr.53 Korintië.)
P.Memmio P.f.Regulo [VII viro] epul[onum] sodali [Aug.] fratri Arvali
Leg.C.Caesaris Augusti G[ermanici] pro [praetore].
Terug naar tekst
 
   
12.

E.J.217 Fragment van Castel Roussillon (Ruscino in Narbonensis),
ILG 633.
P.Mem[mio P.f.] Reg[ulo] quaesto[ri Ti.] Caesari[s praet.]
cos. [septemv]iro epulonum sodali [August]ali frat.[Arv.

Legat]o Caes.[Aug]  Terug naar tekst

 
   
13. ILS 962 (= CIL.III.7090)
[P.Memmio P.f.] Regulo cos.,procos.1,legat.Augu[storum ---- fra]tri Arvali,
sanctissimo et iustissimo ----- patrono semper de se merito ----
[curante] Patamone ---- Pergami.
 ■  P.Regulo,cossuff.a.31 p.Chr. 1.procos.fuisse videtur Asiae.
       2.legatio intellegende est Moesiae Macedoniae Achaiae,
       quam suscepit Regulus a.36. (Dio 58,25)

Terug naar tekst