|
P. Memmius P. f. Regulus. |
||||
|
Geb. Ruscino in Gallia Narbonensis. Overl. in 61. |
||||
|
||||
|
Functies: Quaestor Tiberi Caesaris, 1 praetor. 2 Consulsuff. 1 Oct.- Dec. 31. 3 Legatus Aug.pro praetore Moesia, Macedonia, Achaia 35-44. 4 Proconsul van Asia 48/49? 45-48 of 46-49. 5 Septemvir epulonum, 6 sodalis Augustalis. 7 Arvalis sinds Sept. 38. 8 In 55 promagister fratrum Arvalium. Vader van C.Memmius P.f.Gal.Regulus. Consul in 63. 9 Magister iterum sodalium Augustalium Claudialium in 65. 10 (Tac.ann.V.11, 1; VI.4, 3; XII.22; XIV.47; Suet.Cal.25; Dio 58.9,10; 59.12) Plin.Nat.Hist.IX.117-118; Ed.Groag, R.E,XV.1931,coll.631; CIL X,1233 (cos.) |
||||
|
|
||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||
| 1. | Quaestoren. (schatkist) en het archief, onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) – vrijwel altijd
patriciërs – de proconsuls van de senaatsprovincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse. verhoogd
tot 40. |
|
| 2. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. commando worden belast. uitoefenen over een provincie. Onder zijn opvolgers werden het er 18. Terug naar tekst |
|
| 3. | De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) - na enige tijd vervangen door suffecti zodat er meer mensen beloond konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. Terug naar tekst |
|
| 4. | Hierin opvolger van C.Poppaeus Sabinus. Terug naar tekst | |
| 5. | Vlg.R.Syme 48-49?; PIR2 468. procos. Asiae per triennium. Terug naar tekst | |
| 6. | .Septemviri
epulonum. De 7 mannen – oorspronkelijk ‘tresviri’, 3 mannen – zorgden Bij openbare spelen voor de gastmalen der goden. Onder Julius Caesar verhoogd tot 10 epulones. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia.) Terug naar tekst |
|
| 7. | Sodales
Augustales. Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr. Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden. Terug naar tekst |
|
| 8. | I.p.v. Tiberius Gemellus, zoon van Drusus Ti.f. Terug naar tekst | |
| 9. | Vlg.Tacitus en
Degrassi); in 66 vlg. R.Syme. Consuls. Romeinse
republiek. volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden. (consulaire) provincie.
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van
de keizers. de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen. Terug naar tekst |
|
| 10. | Priesters van
de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr. keizerlijke
familie verheven Augustus. |
|
| 11. | ILS 53
(Lat.inscr.53 Korintië.) P.Memmio P.f.Regulo [VII viro] epul[onum] sodali [Aug.] fratri Arvali Leg.C.Caesaris Augusti G[ermanici] pro [praetore]. Terug naar tekst |
|
| 12. | E.J.217
Fragment van Castel Roussillon (Ruscino in Narbonensis), Legat]o Caes.[Aug] Terug naar tekst |
|
| 13. | ILS 962 (=
CIL.III.7090) [P.Memmio P.f.] Regulo cos.,procos.1,legat.Augu[storum ---- fra]tri Arvali, sanctissimo et iustissimo ----- patrono semper de se merito ---- [curante] Patamone ---- Pergami. ■ P.Regulo,cossuff.a.31 p.Chr. 1.procos.fuisse videtur Asiae. 2.legatio intellegende est Moesiae Macedoniae Achaiae, quam suscepit Regulus a.36. (Dio 58,25) Terug naar tekst |
|