|
C. Memmius (L.f.) RE -8- |
||
|
Geb. ca. 103 v.Chr. Zoon van L.Memmius, triumvir monetalis 109/108. 1 |
||
|
Functies: Quaestor in Hispania ca.78/76. 4 Tribunus plebis 66, 5 praetor 58. 6 Propraetor Bithynia 57-56, waarvoor de titel van Imperator. 7 Consul candidatus 53 v.Chr. |
||
|
Kort overzicht van Memmius’
belevenissen. Julius Caesar’s wetgeving, maar in 54 genoot hij de steun van Caesar en Pompeius Magnus in zijn
kandidatuur voor het consulaat. de verkiezingen, en werd op zijn beurt beschuldigd van omkoping. en eindigde zijn carrière in ballingschap in Athene. |
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | L.Memmius –13-,
triumvir monetalis ca. 110, praetor
tussen 107 en 103, |
|
| 2. | Fausta was de tweeling zuster van Faustus Sulla; haar moeder, Caecilia Metella, was eerder gehuwd met Aemilius Scaurus, cos.115 v.Chr. (Cic.ad Att.IV.13,1) met Annius Milo, zoon van een Papius uit Lanuvium, en adoptiefzoon van T.Annius, |
|
| 3. | 55 vlg.Shackleton-Bailey. Terug naar tekst | |
| 4. | Quaestoren. (schatkist) en het archief, onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) – vrijwel altijd
patriciërs – de
proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse. |
|
| 5. | Tribunus plebis. aan de tribuun ontnomen. Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière, In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar, met het wetsvoorstel om voormalige
volkstribunen de kandidatuur voor andere magistraatsfuncties toe te staan, |
|
| 6. | Jaarlijks
werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. worden belast. |
|
| 7. | Imperator. tezamen
met het Imperium. op de naam
van imperator. tot
uitdrukking bracht dat de bezitter het imperium bezat. van de Romeinse staat tot uitdrukking te brengen. (Cicero (Pro Font. 1); en (Cic. Or. Part. 30: "in Imperii atque in nominis populi Romani
dignitate.") zegevierende generaal begroetten als imperator, maar deze begroeting gaf noch bevestigde de titel. aan personen die hem nog niet eerder bezaten, terwijl, zoals reeds gezegd, de titel onder de republiek kwam met het imperium. als praenomen te gebruiken gevolgd door een cijfer hetwelk aangaf dat de titel was verleend ter gelegenheid van een grote overwinning, ook al was deze overwinning bevochten door hun generaals, |
|
| 8. | Ambitus: (het
dingen naar ambten op onwettige wijze) was een algemene uitdrukking die twee soorten omvatte: ambitus en largitiones (omkoping); kortweg, corruptie en omkoping. (o.a. Cic. de Orat. II.25; en cf. pro Murena, hfdst 36). Terug naar tekst |
|
| 9. | Plut.Luc.11.12. Terug naar tekst | |
| 10. | Zie, Epp.ad
Atticus, 18 (1.18) 3.11. en met die van diens oudere broer Lucius. Terug naar tekst |
|