|
|
C. Marius C. f. RE -14 supb
6- Geb. 158-156 v.Chr. te Arpinum Overl. 13-1-86 v.Chr. te Rome. 13 Zoon van C.Marius en van Fulcinia. |
|||
Functies:
ILS 59
|
||||
|
||||
|
Kort overzicht van Marius
senior’s belevenissen. stad Numantia in Spanje door Scipio Aemilianus, de laatste Cornelius Scipio van deze tak van de
gens Cornelii. - zodat deze zich te Rome kandidaat kon stellen voor het consulaat - en de
populares was Marius hierin succesvol; nam het bevel over van Metellus, – schoonzoon van Jugurtha – en deze kreeg Bocchus zover dat deze zijn schoonvader uitleverde aan
Sulla. triomftocht (1 Jan.104) waarna deze in het Tullianum werd gewurgd. In het volgende jaar, toen hij in absentia consul werd zonder een poging te hebben gedaan het
ambt te verkrijgen, – die in de veteranen van Marius een mogelijke bron van bescherming zag in de
Curia Hostilia ter dood brengen. dat Marius Sulla’s provincie zou overnemen; Sulla verliet hierop Rome, deed een beroep op zijn legioenen en de laatste fase van de val van de republiek werd ingeluid door Sulla’s mars naar Rome in 88 v.Chr. Marius werd in de strijd door Sulla verslagen en verborg zich in de moerassen van Minturnae. Gevonden en gevangen genomen, – die zich gedroeg als een dictator – en Cn.Octavius. Octavius kwam als overwinnaar uit de strijd; verdreef Cinna uit de stad en de senaat benoemde in diens plaats L.Cornelius Merula, de flamen Dialis, als consul. de grootvader van Marcus Antonius. van de zoon van A.Terentius
Varro, legatus in 82 v.Chr. legaat van Q.Cicero in Asia 61-59 v.Chr. |
||||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||||
| 1. | Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie. zij die gekozen waren in de vergadering der tribus en zij die waren benoemd door de bevelhebber. equestrische carrière ambieerden, en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi (met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi (met een smalle streep). maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst onmiddellijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds Claudius - twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te
vervullen. |
|
| 2. | Tribunus plebis. aan de tribuun ontnomen. Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière, wat precies de bedoeling was van Sulla. zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan
markeerde.) |
|
| 3. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. |
|
| 4. | Legaten. dat het woord legatus had in de traditie van de kroniekschrijving en, bijgevolg, ook bij Livius. een
leger verschijnt pas relatief laat, pas na de tweede Phoenische oorlog. officieren ondergeschikt aan de
opperbevelhebber. legaten, maar eerder aan de aanstelling die hun bevelhebber aan ieder van hen individueel had verleend. het bevel belasten over specifieke militaire operaties, maar dat hoefde hij niet. |
|
| 5. | Uitgaande van het idee dat hij die wat bezat loyaal zou zijn jegens de staat en bereid was dit bezit te verdedigen, werden in de tijd vóór Marius de legioenen samengesteld uit leden van de bezittende klasse. is die klasse van burgers die daar ze geen of vrijwel geen bezit hadden niet naar vermogen geschat werden maar naar hun aantal werden geteld
en ingeschreven. geen wapens toevertrouwde. enorme bron van mankracht aan voor zijn leger; voorzag deze mensen van een geregeld inkomen en deling in de oorlogsbuit, en zichzelf van hun trouw aan zijn persoon en niet zoals voorheen,
trouw aan de Staat. toenemende mate de dienst uit in de staat en bevochten elkaar de
macht. en door diens achterneef en adoptiefzoon Octavianus; de laatste der avonturiers en stichter van het principaat, de latere
Augustus. Sall.BJ 86 ; Val.Max.2.3,1 ; Plut.Marius 9 ; Gell.16.10,10) Terug naar tekst |
|
| 6. | Augures. Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia) Terug naar tekst |
|
| 7. | Marius’ vrouw
Julia, overleden in 69 v.Chr., was de tante van Julius Caesar de dictator. Terug naar tekst |
|
| 8. | Volgens
Appianus Bell.Civ.I.X,94, pleegde Marius junior zelfmoord. |
|
| 9. | Campo Savidio nabij Vercellae, halfweg tussen Turijn en Milaan. Terug naar tekst |
|
| 10. | Senatus
Consultum Ultimum. (het laatste bevel van de Senaat) de consul of magistraat de garantie van de steun van de senaat voor elke maatregel die deze noodzakelijk achtte voor het herstel van de normale
toestand. beperkingen van de
macht van een magistraat. aan
de magistraten om te doen wat toch al hun plicht was om te doen, het verleende geen, noch kon het enige bijkomende wettige macht verlenen, noch verleende het specifiek vrijstelling van de wetten. |
|
| 11. | Cicero ‘Brutus’
XLV 168 (?): in Griekse literatuur, een geboren schrijver, de intieme vriend van M.Antonius, wiens
prefect hij was in Cilicië, |
|
| 12. | Gratidianus was
waarschijnlijk praetor bis in 82 v.Chr. vermoord werd. |
|
| 13. | Plutarchus zegt
dat Marius overleed op de 17e dag van zijn 7e consulschap. 7e consulschap. Terug naar tekst |
|
| 14. | ILS 59 (Cic.de Off.3.20,79 al.) trib.plebis a.635 (Plut.Mar.4), trib.mil.a populo (Sall.Iug.63),augur (Cic.ad Brut.1.5,3). De veste triumphali memorata in fine cf.Liv.ep.67, Plut.Mar.12. 1.absens. 2.fudit. 3.iis. 4.pub. 5.qui (in exemplum Arretinum) Terug naar tekst |
|