L. Marcius L. f. C. n. Censorinus RE -48-

   


Geb.ca.83/82 v.Chr.
Overl. ?

Zoon van L.Marcius C.f.Censorinus,

triumvir monetalis 82 v.Chr.

 
 

Functies:

Praetor urbanus 43.
1
Proconsul Macedonia 42-40.
Consul in 39 v.Chr.
2
Triumphavit ex Macedonia 1 Januari 39.
Quindecimvir sacris faciundis 31 en nog steeds in 17 v.Chr.
3

Deed tezamen met zijn collega C.Calvisius Sabinus,
een vergeefse poging om Julius Caesar te beschermen
tegen diens moordenaars op de Idus van Maart 44 v.Chr.
Hij was een aanhanger van Marcus Antonius,
voegde zich bij deze te Mutina in April 43 v.Chr.,
en werd vervolgens door de senaat tot staatsvijand verklaard.
Nam ten tijde van de proscripties bezit van Cicero’s huis op de Palatinus.
Hij werd direct na de strijd te Philippi tegen Brutus en Cassius
- eind 42 - door M.Antonius tot proconsul van Macedonia benoemd.
In 40 v.Chr. werd hij als proconsul van Macedonia opgevolgd door Asinius Pollio.
Hij hield zijn triomftocht op de eerste dag van zijn consulschap;
Kal.Ianuarii 715 (a.u.c.) ex Macedonia triumphavit.

(Cic.ad Att.14.10,2; Cic.Phil.II.5,11; II.14,36; XIII.2,2; Plut.Ant.24; Vell.2.)

Vader van
C.Marcius L.f.Censorinus

Geb.
Overl.ca.2-5 na Chr.

Functies:

Triumvir monetalis met Aelius Lamia Quinctius Crispinus Sulpicianus. 4
Consul in 8 v.Chr. Augur.
5
Proconsul Asia 4-3 v.Chr.?
6
Mogelijk legatus Augusti pro praetore Galatia-Pamphylia in 5 na Chr.
7

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.

Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18. Terug naar tekst

 
   
2.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.
In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een (consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
3.

Quindecemviri sacris faciundis.
De 15 mannen hielden toezicht op de Sibillijnse boeken,
toezicht op buitenlandse godsdiensten in Rome,
en het brengen van zoenoffers ter afwering van ongunstige voortekenen. (prodigia)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig
lid zijn van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia) 

Terug naar tekst

 
   
4. Tresviri monetales, ookwel Triumviri.
Triumviri aere argento auro flando feriundo
(Driemans college voor goud, zilver en bronzen munten.) 
Terug naar tekst
 
   
5. Augures.
Sedert Sulla een college van 15 priesters,
onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters.
Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia) 

Terug naar tekst
 
   
6.

R.K.Sherk:
“that this man has been a governor of Galatia is found by

Velleius Paterculus (II.102)

about the death of M.Lollius in AD 2 in Syria.
He says that shortly afterwards C.Marcius also died ‘in iisdem provinciis’.
This has generally been taken to mean that he died in the east
and that “in the same province” referred to his governorship of Asia

under Augustus
(Magie in Roman rule p.1581, made him governor of Asia in AD 2/3).

However, it now appears that he governed Asia much earlier in 13/12 BC.
(Atkinson, Historia 7 (1958) p.320-6).
The phrase ‘in the same province’, can, thus, hardly refer
to his proconsulate of Asia, and he must have died ca. AD 2-3 in some other province.
Sir R.Syme has therefore suggested that the reference may be to the province of Galatia.
‘In the same province’ ought to mean Syria or Galatia rather than Asia.”
(C.Marcius Censorinus may well have governed Galatia ca. AD 2-3,
although the evidence is indirect. 
Terug naar tekst

 
   
7. Vlg.R.Syme; vlg.Sherk in 2/3 na Chr.  Terug naar tekst