|
L.Licinius Lucullus. RE -104- ILS 60 |
||||
|
Geb. ca. 118-114 v.Chr. Overl. 57/56 v.Chr. Zoon van L.Licinius L.f.Lucullus, praetor 104, pro pr. Sicilia 103, en van Metella, dochter van L.Caecilius Metellus Calvus, cos. 142. |
||||
Functies: Tribunus militum 90-88,
1 augur.
2 Consul in 74 v.Chr.
6 Proconsul
7 – en imperator-
8 Macedonia 73-63. |
||||
|
||||
|
Kort overzicht van
Lucullus’ belevenissen. Als tribunus militum diende
hij tijdens de Bondgenotenoorlog onder Sulla Mithridates
vlucht naar Pontus. Mithridates vormt in Cabira
een nieuw leger. hij verslaat Mithridates nabij
Tigranocerta en neemt de stad in. - koning van Armenia en tevens
schoonzoon van Mithridates -
hun koninkrijken heroverden. de provincies voor een bankroet behoed – wat hem de haat van de publicani opleverde en zijn uiteindelijke
vernedering – |
||||
|
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)
|
||||
ILS 60 ■ Arretii: consul fuit a.680, pr. a.677, aedilis curulis a.675, quaestor ca. 666 (proquaestore cum esset,Deli positus est ei titulus quam infra edemus). Triumphavit a.692. Terug naar tekst |
||||
| 1. | Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie. cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds
Claudius - |
|
| 2. | Augures. Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia) Terug naar tekst |
|
| 3. | Quaestoren. – vrijwel altijd
patriciërs – |
|
| 4. | Aediles |
|
| 5. | Praetoren. worden belast. Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur
uitoefenen over een provincie. Augustus verlaagde hun aantal tot 12.
|
|
| 6. | Consuls. |
|
| 7. | R.Syme in
J.R.S.XXXVI.1946 p.149-158 (Roman Papers vol.1.p.181f.) |
|
| 8. | Imperator. bracht dat de bezitter het imperium bezat. staat tot uitdrukking te brengen. (Cicero (Pro Font. 1); en (Cic. Or. Part. 30: "in Imperii atque in nominis populi Romani
dignitate.") generaal begroetten als imperator, maar deze begroeting gaf noch bevestigde de titel. |
|
| 9. | L.Licinius
Lucullus scheidde van Clodia wegens overspel en incest n.l. een
hypothetische Lucius. enig kind krijgt, een zoon Marcus genaamd. |
|
| 10. | Servilia, was een halfzuster van Cato Uticensis. Terug naar tekst | |
| 11. | Deze sneuvelde
in Oct./Nov. 42 v.Chr. te Philippi in Griekenland, vechtend aan de zijde van Brutus en Cassius. Terug naar tekst |
|
| 12. | Het strafrecht in de Romeinse republiek bezat geen opsporingsdienst (politie) noch een openbare aanklager (officier van justitie) grafschennis tot misdrijven tegen de staat dan ook afhankelijk van acties van individuele personen. gerechtshoven, de quaestiones perpetuae. wetten de praemia.) (behalve de boete) van eenieder die, zelf te zijn veroordeeld voor ‘corruptie’, de veroordeling verzekerde |
|