|
T. Labienus. RE -6- |
||
|
Geb. ca.99-98 te Cingulum in Picenum. 1 Overl. in Maart 45 v.Chr. te Munda in Hispania. 2 |
||
|
Functies: proconsul van Cilicia 78-74.
4 |
||
|
Kort overzicht van Labienus’
belevenissen. voor het eerst, door Caesar’ afwezigheid i.v.m diens tweede expeditie naar Britannia, het voorrecht om als legatus pro praetore op te treden als vertegenwoordiger van de proconsul in de provincie. September 50. Caesar zelf was in die tijd in Gallia. (BG 8.52.) C.Porcius Cato. van Q.Metellus Scipio, de aristocraat die na de dood van Pompeius het bevel over de Pompeianen
had overgenomen. Maart 45
v.Chr. te Munda en werd ter plekke begraven. niet terug
te keren naar Rome en bleef in Parthia als een adviseur des konings. procos. Asia en? Syria 40-38 v.Chr. doch werd op 9 Juni verslagen bij
Zeugma en gedood. |
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Caes.BC 1.15.2 ; Silius Italicus, Pun. 10.32-35. (nu Cingoli) Terug naar tekst | |
| 2. | Nu Montilla in het zuiden van Spanje. Terug naar tekst | |
| 3. | Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie. (met
een smalle streep). maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds
Claudius - |
|
| 4. | Daar Sallustius’
Historiën en Livius’ boek 90 verloren zijn gegaan, (zie ook Ormerod’s Piracy in the Ancient World) Terug naar tekst |
|
| 5. | In zijn jonge
jaren trachtte Labienus de gunst te winnen van Sulla opname in het college der pontifices
in 74 of 73 v.Chr. “amplissimi sacerdoti collegium, in quo non modo
amicitiam violari apud maiores nostros fas non erat, sed ne cooptari
quidem sacerdotem licebat, qui cuiquam ex collegio esset inimicus.”
leefde met een lid van het college.”) Terug naar tekst |
|
| 6. | Labienus’
vervolging van C. Rabirius voor perduellio (hoogverraad) voor de moord op de tribuun L. Appuleius Saturninus was zonder twijfel een politieke vervolging. (Perduellio omvatte inweze alle misdaden tegen de Staat.) Onze kennis over Labienus van vόόr 63 v.Chr. komt van Cicero’s Oratio pro Rabirio perduellionis reo. Terug naar tekst |
|
| 7. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur
|
|
| 8. | Mommsen, hierin
Dio volgend, verklaarde de overgang naar Pompeius als het resultaat van trots en gefrustreerde ambitie. F.E. Adcock veronderstelde gepikeerdheid over Antonius’ bevordering; R.Syme, dat hij uiting gaf aan een band die hij altijd al had. In ieder geval lijkt het niet aannemelijk dat het los zou staan van zijn dienst onder Caesar. Terug naar tekst |
|
| 9. | Dio 42.10.2–3;
13.2–4; Plut. Cat. Min. 56.1. Volgens Dio (42.13.2), van Corcyra naar Africa ging met Afranius en Scipio |
|