Q.Junius Blaesus.

   

Geb.
Overl. in Oct. 31.
1
 
   

Functies:

Proconsul van Sicilia.
Consulsuffectus v.a. 1 Juli 10.
2
Legatus Aug.pro praetore Pannonia 14-20.
Proconsul Africa 21-23.
3
Imperator.
4

Vader van
1. Q.Junius Blaesus

    Tribunus militum in Pannonia in 14 onder zijn vader.
5
    Diende in 22 in Africa – mogelijk als legatus van zijn vader.

    Consulsuffectus in 26.

2. Junius Blaesus, consulsuffectus in 28?

Beiden broers pleegden in 36 zelfmoord
na het niet verkrijgen van de hun toegezegde priesterschappen.
Zij veronderstelden in ongenade te zijn gevallen bij Tiberius.

Q.Junius Blaesus senior was de grootvader van, Junius Blaesus,
leg.Aug.pro praetore Gallia Lugdunensis in 69,
deze werd eind 69 te Rome vergiftigd in opdracht van A.Vitellius,
princeps van April- Dec.69. (Tac.hist.I.59; II.59; III.38, 39)

(Q.Junius Blaesus senior: Tac.ann.I.16, 18,19,21-23;
III.35, 72,74; IV.26ff; V.7; Vell.II.125, 4; Dio 57,4.)
(Q.Junius Blaesus Jr. suff.26: Tac.ann.I.19, 29; III.74; VI.40; Vell.II.127)
(Junius Blaesus, cossuff. 28?: Tac.ann.VI. 40)

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Als de oom van Seianus, de praef.praet., werd hij meegesleept in diens val.  Terug naar tekst  
   
2.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel was ontdaan

van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat

werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen

het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. 

Terug naar tekst

 
   
3.

Ontving de triumphalia ornamenta ex Africa i.v.m. de oorlog tegen

Tacfarinas, en was tevens de laatste die

– als niet lid van het keizerlijk huis- de titel van Imperator ontving.  Terug naar tekst

 
   
4.

Imperator.
Tijdens de Republiek werd de titel van imperator verleend tezamen met het Imperium.
Iedere generaal die het Imperium ontving had het recht op de naam van imperator.
De titel werd achter de naam geplaatst daar het slechts tot

uitdrukking bracht dat de bezitter het imperium bezat.
De term Imperium werd toegepast om de soevereiniteit van de

Romeinse staat tot uitdrukking te brengen.

(Cicero (Pro Font. 1); en(Cic. Or. Part. 30:

"in Imperii atque in nominis populi Romani dignitate.")
Het was gebruik dat na een overwinning de soldaten
hun zegevierende generaal begroetten als imperator,
maar deze begroeting gaf noch bevestigde de titel.
Tijdens de republiek waren er gelijktijdig meerdere imperatoren.
Augustus verleende de titel slechts aan enkelen. (Tac.Ann. iii.74, 4)
Tiberius stond het de soldaten toe om de titel te verlenen aan personen
die hem nog niet eerder bezaten, terwijl, zoals reeds gezegd,
de titel onder de republiek kwam met het imperium.
Na Claudius ontstond onder zijn opvolgers de gewoonte
om de titel als praenomen te gebruiken gevolgd door een cijfer
hetwelk aangaf dat de titel was verleend ter gelegenheid van een

grote overwinning, ook al was deze overwinning bevochten door hun

generaals, hij was gewonnen onder de auspiciën van de Imperator.
(Voor het begrip Auspiciën: Aulus Gellius’ ‘Noctium Atticarum’, XIII.XV, 1-7) 
Terug naar tekst

 
   
5.

Tribunus militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
In de republiek waren er twee soorten militaire tribunen,
zij die gekozen waren in de vergadering der tribus
en zij die waren benoemd door de bevelhebber.
Onder het principaat waren dit jongemannen die een senatoriale
of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi

(met een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen

maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddellijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale

cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus

- tenminste sinds Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),
tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928) 
Terug naar tekst