L. Julius Ursus Servianus. (Ser. Julius Servianus) (PIR2 J 631)             
 
                                                                                                    

   
Geb. ca. 47/48.
Overl. ca. 136/137.
1
 Adoptiefzoon van L.Julius Ursus, cossuff. III, in 100.
7
 
 
Functies:

Legatus Aug.pro praetore Germania superior, winter 97/98.
2
Legatus Aug.pro praetore Pannonia ca. 98-101.
Consulsuff. 90,
3  consul II, in 102.
Consul III, 134, pontifex.
4
 

Huwde kort na 90 met Domitia Paullina,
dochter van P.Aelius Hadrianus Afer,
5 en van Domitia.

Hieruit:
Julia,
6 zij huwde in ca. 107 met Cn.Pedanius Cn.f.Fuscus Salinator,
consul in 118, zoon van de gelijknamige consulsuff. ca. 84.

   Hieruit:
   Cn.Pedanius Fuscus Salinator. Geb. 118 – Overl. 136 of 137

 
   

Toen Hadrianus in December 136 L.Ceionius Commodus, consul 136,
adopteerde als zoon en opvolger,
was dit het einde voor zijn zwager

Julius Servianus en diens kleinzoon Pedanius Fuscus.
Zij werden geëxecuteerd of kregen bevel tot zelfmoord op beschuldiging

van samenzwering.

(Hist.Aug.v.Hadr.2.5; Dio 68.3-4; 69,17; Plin.paneg.9.2.;
Plin.ep.3, 17; 6,26; 7.6,8; 8.23,5; 10.11,1)

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. In zijn 90ste levensjaar.  Terug naar tekst  
   
2. Vlg.W.Eck (1985) 96?-98/99.  Terug naar tekst  
   
3.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel was

ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van

de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen

de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden op het

ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls
– de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -

na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. 

Terug naar tekst

 
   
4.

Pontifices.
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap van

de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia
Terug naar tekst

 
   
5. P.Aelius Hadrianus Afer, de vader van Hadrianus de keizer,
en van Domitia Paullina, was een neef van Traianus. 
Terug naar tekst
 
   
6. Servianus huwde Hadrianus’  dochter omstreeks zijn consulaat (90).
Julia bereikte de huwbare leeftijd in 106.(Plin.ep.VI.26, 1) 
Terug naar tekst
 
   
7.

R.Syme in ‘More Narbonensis Senators’:
C.Valerius Flaccus , de auteur van de Argonautica,
a son is discovered in the person of L.Valerius Flaccus, cossuff. 128.
He is thus styled on the fasti Ostienses.
On tiles, however he is both ‘C.Valerius Flaccus Julius Ursus’ (CIL.XV.522)
and ‘L.Julius Ursus Valerius Flaccus’. (CIL.XV.521).
The fasti normally register the true paternity of polyonymi

(Roman Papers vol.V.1988).

Therefore the mother of the consul was a daughter either of old

Julius Ursus or of Julius Servianus, who became L.Julius Ursus Servianus.  Terug naar tekst