Sex. Julius Frontinus.

   

Geb. in 30-35.
1
Overl. in 104.
 
   

Functies:

Praetor urbanus in 70.
2
Consulsuffectus in 73.
3
Legatus Aug.pro praetore. provincia Britannia 74-78.
4
Proconsul Asia 82/83.
5.
Curator Aquarum 97.
6
Consulsuff.II, 20 Febr. 98 met imp.Traianus II.
Door de senaat gekozen om de overheidsuitgaven te controleren.
7
Consul ordinarius III, in 100 met imp.Traianus. Augur.
8

Vader van “Julia”,
zij huwde met Q.Sosius Senecio, consul II, in 107.

Frontinus werd hierdoor de grootvader (avus) van Sosia Polla.
Zij huwde met Q.Pompeius Sosius Priscus, consul 149.
De overgrootvader (proavus) van Q.Pompeius Senecio Sosius Priscus, consul 169.
En de bet-overgrootvader (ab-avus) van Pompeia Sosia Falconilla.

Frontinus schreef als curator aquarum in 97, ‘de aquis urbis Romae’;
voltooid onder Traianus.

Zijn Strategemata, vlg Gundermann, in 84-86.

(Zie. Plin.ep.4.8, 3 (augur, pr.urb., overl. 103/4); 5.1,5; 9.19,1; Plin.Pan.61/62,2 (electus a senatu); Tac.hist.4.39, 2; Agr.17 (in Britan.)
Frontinus’ ‘Strategemata’, 4.3,14 (oorlog tegen Julius Civilis in Gallia)
Dito 1.102 (cur. Aq.); Martial.10.48, 20,58 (cossuff.98)
Zie verder R.Syme in Gnomon 29 (1957) p.518 sq.;
Tacitus p. 642, 657, 790.)

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Geboortedatum is niet precies bekend
en moet worden geschat aan de hand van zijn praetorschap in 70. 
Terug naar tekst

 
   
2.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk
verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.
Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
3.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel

was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur

van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen

het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.

Terug naar tekst

 
   
4.

Als Leg.pro pr.Britannia onderwierp hij de stam der Silures in Wales.  Terug naar tekst

 
   
5. Vlg.W.Eck 86/87.  Terug naar tekst  
   
6.

Het cura aquarum was het consulair voorzitterschap van een

drie-mans commissie ingesteld door Augustus in 11 voor Christus.
Marcus Agrippa na zijn aedileschap (33 v.Chr.)

– hetwelk hij hield na zijn consulschap –
was de eerste permanente curator belast met het toezicht op

de watervoorziening van Rome; werken door hem zelf ingesteld.

(Frontinus Aq. 98).
(Dio 48.32,3-4 dateert het in 40 v.Chr. tijdens Agrippa’s praetorschap)
Na Agrippa’s dood in 12 v.Chr. erfde de princeps
de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het geheel.

Het dragen van regalia als waren zij magistraten werd hen toegestaan;

wat hun plichten betreft werd door de senaat een resolutie aangenomen.

(Frontinus Aq. 99)  Terug naar tekst

 
   
7. Plin.Pan.62, 2.  Terug naar tekst  
   
8. Frontinus werd als augur opgevolgd door Plinius minor.
Cf. Plin., Epp. IV.viii.3; X.xiii.

Augures.
Sedert Sulla een college van 15 priesters,
onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters.
Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia Terug naar tekst