|
Sex. Julius Frontinus. |
||
|
Geb. in 30-35. 1 Overl. in 104. |
||
|
Functies: Zijn Strategemata, vlg Gundermann, in 84-86. |
||
|
|
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Geboortedatum
is niet precies bekend |
|
| 2. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. uitoefenen over een provincie. Onder zijn opvolgers werden het er 18. Terug naar tekst |
|
| 3. | De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar aantraden en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) - konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. |
|
| 4. | Als Leg.pro pr.Britannia onderwierp hij de stam der Silures in Wales. Terug naar tekst |
|
| 5. | Vlg.W.Eck 86/87. Terug naar tekst | |
| 6. | Het cura aquarum was het consulair voorzitterschap van een drie-mans commissie ingesteld door Augustus in 11 voor
Christus. – hetwelk hij hield
na zijn consulschap – de watervoorziening van Rome; werken door hem zelf ingesteld. (Frontinus
Aq. 98). Het dragen van regalia als waren zij magistraten werd hen toegestaan; wat hun plichten betreft werd door de senaat een resolutie aangenomen. (Frontinus Aq. 99) Terug naar tekst |
|
| 7. | Plin.Pan.62, 2. Terug naar tekst | |
| 8. | Frontinus werd
als augur opgevolgd door Plinius minor. Cf. Plin., Epp. IV.viii.3; X.xiii. Augures. Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen. Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia) Terug naar tekst |
|