|
Ti. Julius Ti. f. Cor. Celsus Polemaeanus RE -183- |
||
|
Geb. ? Overl. vóór 117. |
||
|
Functies: ter zijner herinnering bouwen. met op hun voetstukken zijn volledige cursus honorum. |
||
|
|
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie. cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds
Claudius - |
|
| 2. | Opgenomen in de senatorenstand met de rang van aediel. Terug naar tekst | |
| 3. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. bestuur
uitoefenen over een provincie. 16 in 44 v.Chr. Augustus verlaagde hun aantal tot 12. Onder zijn opvolgers werden het er 18. Terug naar tekst |
|
| 4. | De titel legatus legionis, bevelhebber over een legioen, alléén in de keizertijd. Terug naar tekst |
|
| 5. | Praefectus
Aerarium militare. scheiding plaats tussen de inkomsten en uitgaven van de senaat, de
staatsschatkist, en die van de keizer. gage en onderhoud van
het leger. terug tot vijf procent en uiteindelijk verdween de belasting helemaal. –
later verhoogd tot vier procent (quinta et vicesima) – |
|
| 6. | De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang tijdens het principaat. was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen de cursus
honorum. op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius (de consuls die aan het begin van het jaar
aantraden konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer. Terug naar tekst |
|
| 7. | Quindecemviri
sacris faciundis. De 15 mannen hielden toezicht op de Sibillijnse boeken, toezichtop buitenlandse godsdiensten in Rome, en het brengen van zoenoffers ter afwering van ongunstige voortekenen. (prodigia) Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia) Terug naar tekst |
|
| 8. | Curator operum publicorum: directeur van Openbare Werken. Terug naar tekst | |
| 9. |
![]() Bibliotheek van Celsus te Ephesus Terug naar tekst |
|