Germanicus Julius Caesar.  RE -138-

Geb. 24-5-15 v. Chr.te Rome.
1
Overl. 10-10-19 na Chr. te Epidaphne in Syria.
2

Zoon van Nero Claudius Drusus, consul in 9 v.Chr.,
en van Antonia minor, dochter van Marcus Antonius.
Sinds 4 na Chr. adoptiefzoon van Tiberius.

 
 
 

Huwde in 4 of 5 met Agrippina maior,

dochter van M.Vipsanius Agrippa en van Julia Augusti f.

Hieruit:
(1).Nero Julius Caesar
3
      Geb. in 6 (5?) te Rome.
      Overl. in 30 op het eiland Pontia. (Ponza)

      Huwde in 20 met Julia, dochter van Drusus Julius Caesar, cos.15,
      en van Livia Julia, dochter van Nero Claudius Drusus en van Antonia minor.
     
      Functies:
      Toga virilis op 7-7-20.
      Quaestor 20
4 – ex senatus consultum 5 jaar dispensatie.
      flamen Augustalis
5, sodalis Augustalis 6, sodalis Titius 7,
      Arvalis
8, fetialis. 9

      Hij werd in 16 verloofd met Caecilia Junia, dochter van

      Q.Caecilius Silanus Creticus, proconsul Syria. 10

      Nero Caesar werd, na tot staatsvijand te zijn verklaard, op
      bevel van Tiberius terechtgesteld in zijn verbanningsoord.

(2). Drusus Julius Caesar.
      Geb. in 7 - Overl. in 33 te Rome.

      Toga virilis in 23, pontifex
11
      Praefectus urbis
12, sodalis Augustalis.

      Huwde in 30 met Aemilia Lepida, dochter van M.Aemilius Lepidus, consul 6.

      Werd in 33 na aanklachten, uitgebracht door zijn echtgenote en haar minnaar

      Seianus, de praef.praet., door uithongering in het paleis ter dood gebracht. 13

(3). Caius Julius Caesar.  (Zie Caligula)

(4). Agrippina minor.  (Zie aldaar)

(5). Drusilla.
      Geb. in 16 in Germania.
      Overl. 10-6-38 te Rome; zij werd vergoddelijkt op 23-9-38.
14

      Huwde 1: in 33 met L.Cassius Longinus, consul in 30,
      zoon van L.Cassius Longinus, cossuff. in 11, en van Aelia,

      dochter van Q.Aelius Tubero.

      Scheiding in 37.

      Huwde 2: in 37 of 38 met M.Aemilius Lepidus,

      zoon van M.Aemilius Lepidus, consul in 6.

(6). Julia Livilla.
      Geb. voorjaar 18 te Lesbos.
      Overl. eind 41 te Pandateria.
15

      Huwde in 33 met M.Vinicius, consul iterum 45, zoon van P.Vinicius, cossuff. in 2.

Julia Livilla werd in de herfst van 39 i.v.m. de Gaetulicus samenzwering,
tezamen met haar zuster Agrippina, verbannen door Caligula.
Zij werd in begin 41 door Claudius teruggeroepen.,
doch door toedoen van Valeria Messallina eind 41 verbannen naar Pandateria

(nu Ventotene), en daar korte tijd later ter dood gebracht.
E.e.a. op een gefingeerde aanklacht van overspel met L.Annaeus Seneca.

7. Tevens nog drie eerder geboren, doch jong gestorven zonen:
    respectievelijk geboren in 8 en 10, beiden binnen een jaar overleden,
    en een in 11 te Tibur geboren zoon Caius,

    ook deze ‘iam puerascens’ overleden. 16

 
   

Kort overzicht van Germanicus’ belevenissen.

Germanicus was neef en sinds het jaar 4 ook adoptiefzoon van zijn oom Tiberius
en daar deze zelf op 26 Juni 4 was geadopteerd door
Augustus, werd Germanicus hierdoor tevens lid van de gens der Iulii.
Hierdoor werd zijn jongere broer Claudius de Pater familias van de gens der

Claudii Nerones.
Tevens ging de naam Germanicus als cognomen over naar Claudius.
Germanicus’ oorspronkelijke naam – vóór zijn adoptie – was waarschijnlijk gelijk
aan die van zijn vader, Nero Claudius Drusus.
Hij werd in 7 met een troepenmacht naar Illyricum gezonden om daar

als quaestor 17 onder Tiberius te dienen. Met enkele onderbrekingen te Rome,
voor rapportages aan Augustus namens Tiberius, verbleef hij daar totdat hij
in de zomer van het jaar 9 terugkeerde in Rome.
Hij was praetor
18 in het jaar 10 en augur in ca.8 -10. 19
Ontving in 11 van Augustus het imperium proconsulare
en vertrok in dat jaar naar Germania waar Tiberius al was
sinds het begin van de lente van 10 i.v.m.de nederlaag van Varus in het jaar 9.
Werd consul in 12
20 en verbleef gedurende het hele jaar in Rome.
Verkreeg in 13 tot 16 een commando van tweeërlei aard:
1.Legatus Augusti pro praetore in de Gallische provincies Belgica,

   Lugdunensis en Aquitania.

De daar aanwezige pro praetors werden ondergeschikt aan Germanicus.
2. Opperbevelhebber der Rijn-legioenen.
Germanicus ontving in 13 zijn eerste imperatoriale salutatie.
Hij werd vóór 14 opgenomen in de broederschap der arvales.
En in 14 werd hij opgenomen onder de flamen en sodales Augustales.
(zie noten 5,6 en 8 voor arvales)
Verkreeg het imperium proconsulare in 14.
21
Ten tijde van de dood van Augustus in 14 brak er onder de Germaanse legioenen

muiterij uit; deze nam nog in hevigheid toe bij het vernemen van

Augustus’ overlijden.
Germanicus, die in Gallia een census
22 hield,
haastte zich na het vernemen van de muiterij naar Germania.
23
In hetzelfde jaar hield Germanicus zijn eerste Germaanse veldtocht
24,
gevolgd door de tweede Germaanse veldtocht in 15.
25
Germanicus ontving wederom een Imperatoriale salutatie in 15.
26
Zijn derde Germaanse veldtocht vond plaats in 16.
27
Germanicus keerde in de winter van 16 op 17 terug in Rome.
Vierde een triomf te Rome op 26 Mei 17.
28
Vertrok in de herfst van het jaar 17 met imperium maius naar het Oosten.
Consul II, (in absentia) op 1 januari 18 te Nicopolis, nabij Actium.
29
Cn.Calpurnius Piso, proconsul van Syria van 17-19, veroorzaakt problemen voor Germanicus.
Germanicus bezocht Egypte hetgeen hem kwalijk werd genomen door
Tiberius daar dit in zou gaan tegen de verordeningen van

de vergoddelijkte Augustus. 30    (Zie praefecti Aegypti)
Germanicus kreeg door de senaat een ovatie in Rome toegewezen.
31
Hij is er van overtuigd te zijn vergiftigd door Piso
en verbreekt officieel de banden van vriendschap met Piso en overlijdt.
32
Germanicus was imperator II toen hij stierf. (ILS 176-178)

In het jaar 20 keerde zijn vrouw Agrippina maior in Rome terug

met de resten van Germanicus.
Zijn as werd bijgezet in het mausoleum van Augustus.

Na zijn dood ging zijn auguraat over naar zijn adoptiefbroer Drusus Caesar,
daar volgens een senaatsbesluit dit alleen mocht gaan naar een lid

van de Julisch-Claudische gens.

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. ILS 108
Feriale Cumanum. VIIII kal.Iun.= 24 Mei 15 v.Chr.
[Germanici Caesaris natalis. supp]licatio Vestae

Acta Arvalium no.2030. ob natalem Germanici [caesaris]

VIIII kal.Iun. (Acta Arvales 52) 
Terug naar tekst
 
   
2. Fasti Antiates, VI Id. Oct. = 10 Oct., 19 na Chr.
inferiae Germanici.
Fasti Ost.: VI idus Dec. iustitium ob excessum Germanici (lees Oct. !!) 
Terug naar tekst
 
   
3.

ILS 182
Neroni Caesari Germanici Caesaris f.,Ti.Caesaris Augusti n.,
divi Augusti pron. flamini Augustali, sodali Augustali, sodali Titio,
fratri Arvali, fetiali, quaestori ex s.c.
 ■ zie Tac.Ann.III.29 ; V.3


ILS 183
ossa Neronis Caesaris Germanici Caesaris f., divi Aug.pron.,
flamm.Augustalis, quaestoris. (Zie 1e kind) 
 ■ zie Suet.Cal.15 

Terug naar tekst

 
   
4.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met de proconsuls
van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren

verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;

(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat,

terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek.Terug naar tekst

 
   
5.

Flamen Augustalis.
Flamen. Naam van een priester gewijd aan de eredienst van een god.
Na de vergoddelijking van de keizers werden flamens benoemd
om toezicht te houden op hun eredienst in Rome en alle provincies. 
Terug naar tekst

 
   
6.

Sodales Augustales.
Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr.
Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden. 

‘Er waren oorspronkelijk vijfentwintig sodales Augustales,
eenentwintig senatoren door loting aangewezen en vier leden

van de keizerlijke familie.

Zij waren belast met de cultus van de  gens Iulia te Bovillae welke,

lang geleden ingesteld, nu was gegroepeerd rond de centrale figuur van Divus Augustus. 
De meer belangrijke delen van de plichten van de
sodales werden
in Rome vervuld, zoals de jaarlijkse inferiae
voor de dode leden van

de keizerlijke familie in het Mausoleum op het Campus Martius

en bovenal de cultus van Divus Augustus.’

(Stefan Weinstock, JRS 47 (1957), p.146/7.)  Terug naar tekst

 
   
7.

Sodales Titii.
Ingesteld door Titus Tatius, koning der Sabijnen, mede-koning van Romulus,
om de plechtigheden der Sabijnen te bewaren.
Ook wel sodales Titiensis genoemd; de Titii door Augustus weer nieuw leven ingeblazen,

vervulden functies ter ere van de keizers, ongeveer zoals de Augustales;
zij hadden weinig te maken met de vroeg republikeinse Titii
die o.a. het meer sacrale lezen der voortekenen verrichtten. 
Terug naar tekst

 
   
8. Fratres Arvales.
Een uit 12 mannen bestaande broederschap die in 29 v.Chr.
door Augustus nieuw leven werd ingeblazen.
De leden bestonden in de tijd van de Julische-Claudische dynastie
uit mannen van redelijk sociaal aanzien: nobiles en ex-consuls.
Daarna behoorden zij met de sodales Titii en de Fetiales
tot de minst belangrijke orde. 
Terug naar tekst
 
   
9. Fetiales.
Een uit 20 priesters bestaand college dat in 32 v.Chr.
door de latere Augustus nieuw leven werd ingeblazen.
Oorspronkelijk sloten zij van staatswege vrede, wapenstilstand,
of verklaarden de oorlog. 
Terug naar tekst
 
   
10.

ILS 184
Iunia Silani f., sponsa Neronis Caesaris -------
 ■ Iunia,Q.Caecilii Metelli Cretici Silani filia,

      Neronis Caesaris Germanici filii sponsa. 

      (Cf.Tac.ann.II.43) (verloofde van 1e kind)
 ■ Destinata erat Neroni ium ante annum 16 p.Chr., quo pater eius e
      Syria a Tiberio revocatus est propter ipsam eius cum Germanico
      adfinitatem.(Tac.l.c.) defuncta esse videtur ante annum 20, quo
      Iulia Drusi Caesaris filia Neroni nupsit, (Tac.ann.III.29) 
Terug naar tekst

 
   
11. ILS 185
Druso Caesari Germanici Caesaris f.,Ti.Augusti nepoti, divi Augusti pronepoti, pontifici d.d.
 ■ Zie Suet.Cal.12. errants puto. 
Terug naar tekst
 
   
12.

ILS 186
Druso Caesari,Germanici Caesaris f.,Ti.Caes.Aug.n.,divi Augusti pron.,
praefect.urbi, sodali Augustali.
 ■ Zie Tac.ann.IV.36. Bedoeld wordt praef.urbi feriae Latinae.


Praefectus urbi feriarum Latinarum.
DE feriae Latinae (Latijnse Festival) werden gehouden op

de Albaanse berg op een door de consuls te bepalen dag in April.
De consuls dienden aanwezig te zijn bij de festiviteiten
en benoemden als hun plaatsvervanger in Rome een praefectus urbi.
Tijdens het principaat werd hij praefectus urbi feriarum Latinarum genoemd. (Suet.Aug.37)

Deze – tijdens het principaat - betekenisloze functie werd vrijwel altijd

vervuld door jongelingen uit de patricische families.  Terug naar tekst

 
   
13. Tac.Ann.VI.23; ILS 187.  Terug naar tekst  
   
14. ILS 196 (zie ook ILS 194, 195, 197)
divae Drusillae sacrum C.Rubellius C.f.Blandus q. divi Aug., tr.pl., cos., procos., pontif.
 ■ Tibure, nunc Romae. Cf.Tac.ann.VI.27. 
Terug naar tekst
 
   
15.

ILS 188
Livilla ---- Germanici Caesarius f. hic sita est.
 ■ Tacitus noemt haar Julia ! Livilla is geb. in 18.(PIR2.J 664,674) 
Terug naar tekst

 
   
16. ILS 181
C.Caesar Germanici Caesaris f. hic crematus est.
ILS 181a.
Ti.Caesar Germanici Caesaris f., hic crematus est.
ILS 181b.
---[Caes]ar [Ge]rmanici Caesaris f., hic crematus est.
 ■ 181,181a,181b, de drie overleden kinderen van Germanicus.
 ■ Zie Suet.Cal.7. 
Terug naar tekst
 
   
17. ILS 173
Germanico Caesari Ti.f.Augusti n. auguri, q.
 ■ quaestor fuit Germanicus a.p.C.7. (Dio 55,31) 
Terug naar tekst
 
   
18.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v.een consul met een militair commando

worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 verhoogd naar 16. 
Terug naar tekst

 
   
19. Augures.
Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Iulius Caesar
verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priester orden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia
Terug naar tekst
 
   
20.

ILS 174
Germanico Caesari Ti.f. Aug.n. q., auguri, cos.design. d.d.
 ■ Apamea in Bithynia. Consul primum fuit a.12 p.Chr.


Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw

van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
21.

Tac.Ann.I.14, 3.
R.Syme in ‘Tacitus; some sources of his information’ in J.R.S.72

(1982) p.68-82. En in Roman Papers, vol.IV.p.214 (1988):


”… Germanicus was alreeds bekleed met dat Imperium.
Het wordt bevestigd en bekrachtigd door zijn eerste Imperatoriale

salutatie gehouden in de loop van het voorgaande jaar en

overeenstemmend met imp. XXI voor Augustus, en imp. VII voor Ti.Caesar.
Er is een oplossing. De Princeps herbevestigde slechts dat imperium –
hetwelk hem in staat stelde een vriendelijke verwijzing te maken

naar Drusus, omschreven als ‘praesens’(aanwezig) en consul designatus.
Daarom twee alternatieven.
De uitleg van Tiberius werd niet opgenomen in het protocol
of werd verkeerd begrepen door een historicus die de recente jaren

had bestudeerd.”

Volgens Mommsen en later ook door Weingartner,

“Germanicus’ maius imperium van 17 na Chr.

was niet een verlening van een nieuwe macht
maar een uitbreiding van het proconsulaire imperium
dat hem was gegeven in 14 na Chr.”
(De eerdere verlening was beperkt tot de drie Galliën en Germania
en in de praktijk een hernieuwing van dat wat hij al hield onder

Augustus in 11 na Chr.
Het nieuwe imperium (van 17) was maius en van toepassing op
provinciae quae mari dividuntur. (de provincies die overzee lagen.)
Tac.ann.II.43,1.) Zo ook Kornemann in, Doppel principat, 1941) 
Terug naar tekst

 
   
22.

De 'census' was een volkstelling en vermogensschatting
als basis voor de belastingheffing.
De eerste systematische census in Gallië is gehouden door Augustus in 27 v Chr.  
Terug naar tekst

 
   
23. Tac.ann.I.31-49.  Terug naar tekst  
   
24. Tac.ann.I.50-52.  Terug naar tekst  
   
25. Tac.ann.I.60-71.  Terug naar tekst  
   
26. Tac.ann.I.58, 5.   Terug naar tekst  
   
27. Tac.ann.II.5-26.  Terug naar tekst  
   
28.

Tac.ann.II.41, 2.
Fasti Amiternini, VII kal.Iun. = 26 Mei 17 na Chr.
[ fer.ex s.c. quo]d eo die [Germanicus C]aesar [triumphans] invictus (sic)

est [in urbem].
17 na Chr. Fasti Ost.: [VII k. Iun.Germ]anic.Caesar [triumphavi]t ex German. 
Terug naar tekst

 
   
29. Tac,ann.II.53,1.
ILS 178 (zie ook ILS 176,177)
Germanico Caesari Ti.Aug.f.divi Aug.n. divi Iuli pron. pontif.,
flamini Augustali, augur., cos.II, imp.II.
 ■ Salerni vel Neapoli. 
Terug naar tekst  
 
   
30. Over Germanicus’ reis naar Egypte: (19 na Chr.)
Tac.ann.II.59-61, beetjes in Apion, Plinius maior, Suet.Tib.,
en Germanicus’ redevoering tot de Alexandrijnen. 
Terug naar tekst
 
   
31. Tac.ann.II.64,1.  Terug naar tekst  
   
32. Tac.ann.II.69,3.ff – 72.1,ff.

AANWEZIG: Zodat hij als een van de eersten over zijn eigen promotie
zou moeten stemmen, wat niet aanging. 
Terug naar tekst