Paullus Fabius Q. f. Maximus.

   

Geb. 46 v.Chr.
Overl. zomer 14.
1
Zoon van Q.Fabius Q.f.Maximus, cossuff. 45 v.Chr.
 
 
 

Huwde in 16 of 15 v.Chr. met Marcia 3, dochter van L.Marcius Philippus,

cossuff. 38 v.Chr., en van Atia minor 4, dochter van M.Atius Balbus.

Hieruit:
1. Paullus Fabius Persicus, consul in 34.
2. Fabia Numantina, zij huwde met:
     1. Sex.Appuleius, consul in 14.
     2. M.Plautius Silvanus, praetor in 24.

 
   

Functies:

Tribunus militum in 26 en 25 te Hispania.
5
Quaestor Augusti ca. 22-19 te Hispania.
6
Consul in 11 v.Chr.
7 Arvalis. 8
Proconsul van Asia 10/9 v.Chr.
9
Leg. Augusti pro praetore Hispania Citerior (Tarraconensis) 3/2 v.Chr.
10

Maximus, geboren waarschijnlijk in 46 v.Chr.

Na 27 v.Chr. was hij wellicht quaestor Augusti in Achaia (vlg. Groag),
van zijn latere ambten kennen we het consulaat, zijn proconsulaat in Asia,
waarschijnlijk in 10/9 v.Chr. (Zie Syme, Roman Revolution p.395),
zijn legatio in Hispania in 3 of 2 v.Chr.; hij pleegde later zelfmoord (Tac.ann.I.5 enz.)

Paullus Fabius Maximus, consul 11 v.Chr.,
was een directe afstammeling van een zoon van L.Aemilius Paullus,

consul in 231 v.Chr., vandaar een correct gebruik van de cognomen Paullus

als praenomen.
Zijn jongere broer, Africanus Fabius Maximus, consul in 10 v.Chr.,
echter usurpeerde de naam Africanus, daar de 2e Africanus Scipio
– de broer van zijn Fabii voorvader – géén nageslacht had. (R.Syme)

Seneca maior in zijn Controversiae.2.4,11,
vermeldt de mening van Cassius Severus, deze karakteriseerde Maximus als volgt :
quasi disertus es, quasi formosus est, quasi dives es;

   unum tantum es non quasi, vappa.”

"Je bent zogenaamd goed van de tongriem gesneden,
  je bent zogenaamd sexy, je bent zogenaamd goed bij kas;
  één ding ben je niet zogenaamd: een schurk!”

De inscripties stammen uit Asturia dat na de veroveringsoorlogen
van Augustus een tijdlang tot Lusitania behoorde.
Volgens Syme was Maximus stadhouder van Hispania Citerior
of van Lusitania. (Roman rev.401; Amer.Journ. of Philol. 55, 1934).
Voor zover duidelijk schijnen de stadhouders van Hisp.Cit. tot 19 v.Chr.
regelmatig voor een triennium ingezet te zijn. Maximus in 4-1 v.Chr.

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Pleegde zelfmoord kort vóór de dood van Augustus.(Tac.ann.I.5)  Terug naar tekst

 
   
2. Trad in functie op ca. 1 October; vierde een triomf ex Hispania
op 13 Oct., en overleed plotseling op 31 December 45 v.Chr. 
Terug naar tekst
 
   
3.

De Ode van Horatius (IV.1) is duidelijk een Epithalamium,
gecomponeerd in 16 of 15 v.Chr.
 ■ Epithalamium is een bruidslied,

      door een koor voor het bruidsbed gezongen.  Terug naar tekst

 
   
4. Atia minor, moeder van Marcia,
was een jongere zuster van Atia maior, de moeder van Augustus.
Marcia was dus een volle nicht van Augustus. 
Terug naar tekst
 
   
5.

Tribunus militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
In de republiek waren er twee soorten militaire tribunen,
zij die gekozen waren in de vergadering der tribus
en zij die waren benoemd door de bevelhebber.
Onder het principaat waren dit jongemannen die een senatoriale
of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi

(met een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen,
maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddelijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale

cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus

- tenminste sinds Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),
tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928)

Terug naar tekst

 
   
6.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met de

proconsuls van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren

verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug.
houdt in dat hij doelt op de tijd van het principaat,
terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek
.) 
Terug naar tekst

 
   
7.

ILS 919
Paullo Fabio Maximo cos.1, pontif., patron. coloniae
 ■ prope Hadriam Piceni. 1.cos. fuit a. a.u.c.743 (11 v.Chr.)

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een (consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulsverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
8.

Fratres Arvales.
Een uit 12 mannen bestaande broederschap
die in 29 v.Chr. door Augustus nieuw leven werd ingeblazen.
De leden bestonden in de tijd van de Julische-Claudische dynastie
uit mannen van redelijk sociaal aanzien: nobiles en ex-consuls.
Daarna behoorde zij met de sodales Titii en de Fetiales tot de minst belangrijke orde. 


Terug naar tekst

 
   
9. OGIS 458.  Terug naar tekst  
   
10. G.Alföldy in Fasti Hispanienses’, 1969
CIL II.2581. Lucus Augusti.
Caesari Paullus Fabius Maximus legat.Caesaris.

ILS 8895 Bracara Augusta (= EE VIII 504, nr. 280)
Imp.Caesari Divi f.Aug. pont.max. trib.pot. XXI sacrum Bracaragustani Paulli Fabi Maxsimi leg.pro pr. natali dedicata est.
(Tussen 3 Juli 3 en 5 Feb.2 v.Chr.) 
Terug naar tekst