|
Paullus Fabius Q. f. Maximus. |
||
|
Geb. 46 v.Chr. Overl. zomer 14. 1 Zoon van Q.Fabius Q.f.Maximus, cossuff. 45 v.Chr. |
||
|
Functies: Na 27 v.Chr. was hij wellicht quaestor Augusti in Achaia (vlg. Groag), consul in 231 v.Chr., vandaar een correct gebruik van de cognomen Paullus als praenomen. unum tantum es
non quasi, vappa.” |
||
|
|
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Pleegde zelfmoord kort vóór de dood van Augustus.(Tac.ann.I.5) Terug naar tekst |
|
| 2. | Trad in functie
op ca. 1 October; vierde een triomf ex Hispania op 13 Oct., en overleed plotseling op 31 December 45 v.Chr. Terug naar tekst |
|
| 3. | De Ode van
Horatius (IV.1) is duidelijk een Epithalamium, door een koor voor het bruidsbed gezongen. Terug naar tekst |
|
| 4. | Atia minor,
moeder van Marcia, was een jongere zuster van Atia maior, de moeder van Augustus. Marcia was dus een volle nicht van Augustus. Terug naar tekst |
|
| 5. | Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie. (met
een smalle streep). cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus - tenminste sinds
Claudius - |
|
| 6. | Quaestoren. (schatkist) en het archief, onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.Chr.) – vrijwel altijd
patriciërs – proconsuls van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse. verhoogd
tot 40. |
|
| 7. | ILS 919 volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden. In oorlog waren zij belast met
het opperbevel.
de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen. Terug naar tekst |
|
| 8. | Fratres Arvales. |
|
| 9. | OGIS 458. Terug naar tekst | |
| 10. | G.Alföldy in
Fasti Hispanienses’, 1969 CIL II.2581. Lucus Augusti. Caesari Paullus Fabius Maximus legat.Caesaris. ILS 8895 Bracara Augusta (= EE VIII 504, nr. 280) Imp.Caesari Divi f.Aug. pont.max. trib.pot. XXI sacrum Bracaragustani Paulli Fabi Maxsimi leg.pro pr. natali dedicata est. (Tussen 3 Juli 3 en 5 Feb.2 v.Chr.) Terug naar tekst |
|