Aulus Didius Gallus.

   

Geb. ca.6 v.Chr.
 
   

Functies:

Quaestor 19
1, legatus onder de proconsul van Asia.
Praefectus equitum
2, proconsul Sicilia.
Consulsuff. in 39
3, curator aquarum van 2e helft 38 tot ca.49 4.
Quindecimvir sac.fac.
5
Legatus en comes van Ti.Claudius Caesar Aug. in Britannia 43.
6
Legatus pro praetore exercitus Moesia 44-47?
7.
Proconsul van Asia 49-50.
8, leg. Aug. pro pr. Britanniae 52-57 9.

Didius Gallus had een dochter Didia Galla genaamd.
10

Over de vraag wanneer Gallus bepaalde functies uitoefende
bestaat vrij veel onzekerheid

en de historici zijn het dan ook lang niet met elkaar eens.
De twee inscripties uit respectievelijk Olympia en Athene werpen ook al niet veel licht op de zaak.
11

Dit is één van de vele gevallen waar de opmerking van wijlen prof.Sir R.Syme

in Roman papers vol.IV. p. 354 terecht kan worden geciteerd:
“The study of consuls and provincial governors awows an experimental science.
It proceeds by trial and error.
No harm or deception ensues if it is seen for what it is.”

Gallus was de adoptiefvader van Fabricius Veiento, deze werd toen:
A.Didius Gallus Fabricius Veiento.
12
Geboren mogelijk ca. 30, gehuwd met Attica,

was praetor vroeg in de regering van Nero, werd consul in? ,

consul II, 13 Jan.80, i.p.v. Titus Aug., consul III, in 83? .
Hij kreeg maar liefst vier priesterschappen:
XV vir sacris faciendis, sodalis Augustalis, sodalis Flavialis, sodalis Titialis.
Hij huwde met Attica. Was een berucht delator (aangever) onder Domitianus.

Plinius, ep.4.22, 4, zegt dat hij tijdens een diner bij keizer Nerva

respectabele gasten woedend maakte door zijn gedrag.

 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December. Zij waren belast met financiële
en administratieve zaken en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met de proconsuls
van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren

verhoogd tot 40.  Terug naar tekst

 
   
2. Praefectus equitum, aanvoerder van een cavallerie-eenheid.  Terug naar tekst  
   
3.

De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel

was ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur

van de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen

de cursus honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de

naamgevende consuls – de consul ordinarius

(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.  (ILS 5745,9197)  Terug naar tekst

 
   
4. Frontinus Aq.162 ; ILS 5745   Terug naar tekst  
   
5.

ILS 970.
A.Didius G[allus le]atus Ti.Claudi Caes[aris] Aug.Germanici1,
triumphalibus ornamentis, [X vir.] s.f., procos.----e2 et Siciliae, -------
siae3, praefectue equitat ---- ------------- ---[impe]ratoris i[ussu].
 ■ Olympia.

      1.A.Didius Gallus sub Claudio, ante 49, copias Romanas duxit trans 

      Danuvium (Tac.ann.xii,15) legatus ut videtur Moesiae qua in

      legatione puto hunc titulum positum esse.

      Postea etiam factus est leg.Britanniae (Tac.ann.12, 40 ; Agr.14).  

      2.Asiae vel Africae.  3. Hos loco Momms.fuisse putat legationem

      Moesiae; sed potest hoc loco fuisse memoria quaesturae

      vel leg.prov.Asiae.  Terug naar tekst

 
   
6. Tac.ann.XII, 40. Vlg. Levick waarschijnlijk in Britannia in 43.  Terug naar tekst  
   
7.

Legatus pro praetore Moesia: Syme 44-47?; W.Eck 1970, 44-45.
Tac.Ann.XII.15: ‘Didium ducem Romanum’, bedoeld wordt leg. Moesia.
Didius verkreeg hiervoor de ‘ornamenta triumphalia’.
(ILS 9197, dito CIL.III.7247 = ILS 970)

Didius was waarschijnlijk de eerste stadhouder van de zelfstandige

provincie Moesia na de afscheiding van de Drie verenigde provincies.
Zie ook: Tac.ann.XII.15; XII.40; XIV.29; Agr. 14,3; ILS 5745; 970.

Na Brittania vocht Gallus tegen de Donau stammen (Moesia)
en in Thracia (Zwarte zee) waarschijnlijk in 45-46.
(Dus als leg.pro pr. Moesia versloeg hij ook het koninkrijk Thracia,
dit werd nu een Romeinse provincie). 
Terug naar tekst

 
   
8. v.a.50/51 t/m 53/54 is hypothese van R.Syme.  Terug naar tekst  
   
9. The Roman governors of Britain, by A.R.Birley. 1967  Terug naar tekst  
   
10. vlg. Groag, PIR2, III D 70.  Terug naar tekst  
   
11.

Inscriptie:
A.Olympia.
Aulus Didius Gallus, legaat Ti.Claudius Caesar Augustus Germanicus,
Quindecimvir s.f. procos. Asia en Sicilië en ------,
Praef. equitum, comes en legaat van Aug. in Britannië.

B.Athene
Gallus, praef. equitum, ----- comes en legaat in Britannië,

legaat van Caesar, legaat van de vergoddelijkte Claudius,

legaat van Augustus, leg.pro praetore in Moesië,

leg.pro praetore in Britannië.  Terug naar tekst

 
   
12. ILS 1010
A.Didius Gallus Fabricius Veiento, cos.III, XV vir sacris faciend.,
sodalis Augustal., sod.Flavial., sod.Titialis, et Attica eius, Nemeton. v.s.l.m.
 ■ Moguntiaci. Fabr.Veiento memoratur a Tacito ann.14, 50;
      Dione 61,6; Plin.ep.9, 13; 13,9; 19,20 
Terug naar tekst