P. Clodius Pulcher.  RE -48-   a

   

Geb. ca.92 v.Chr.
Overl. 18 Januari 52 v.Chr. nabij Bovillae.
1

Zoon van Ap.Claudius Pulcher, cos. 79 v.Chr. en van Metella,
dochter van Q.Caecilius Metellus Balearicus, cos. 123 v.Chr.
 
 

Huwde in ca. 62/60 met Fulvia,
dochter van M.Fulvius Bambalio en Sempronia, dochter van Sempronius Tuditanus.

Hieruit:
1. P.Clodius P.f.Ap.n.Pulcher.
2
2. Clodia, huwde in 42 met C.Caesar divi f. (De latere Augustus)

    Na Perusia scheiding in 41 v.Chr.

 
   
Functies:

Tribunus militum 64,
3   quaestor 62. 4
Trib.plebis 58 v.Chr.
5 aedilis curulis 56. 6
Decemvir sacris faciundis 56.
7
 
 

Kort overzicht van Clodius’ belevenissen.

De jonge aristocraat P.Clodius Pulcher, geboren in de vooraanstaande familie der Claudii Pulchri,
diende in 70 v.Chr. in de staf van zijn zwager L.Licinius Lucullus.
In 69 valt deze Armenia binnen; hij verslaat Mithridates nabij Tigranocerta en neemt de stad in.
8
De nederlaag van Lucullus’ legatus C.Valerius Triarius in Pontus en de muiterij onder zijn legioenen,

aangestoken door de soldaten die door Fimbria 9 in 85 waren opgestookt om hun bevelhebber

Valerius Flaccus te vermoorden, dwongen Lucullus tot inactiviteit en terwijl Mithridates en Tigranes
- koning van Armenia en tevens schoonzoon van Mithridates
- hun koninkrijken heroverden,

moest Lucullus noodgedwongen terugkeren naar Nisibis. 10
Volgens geruchten zou Clodius sympathiseren met de muiters uit jaloersheid
op zijn zwager.
Toen Lucullus terugkeerde naar Pontus verliet Clodius hem en sloot zich in 67 in Cilicië aan

bij een andere zwager van hem, Q.Marcius Rex.

Deze vertrouwde hem de vloot toe waarna Clodius gevangen werd genomen door de

piraten en enige tijd later weer vrijgelaten.
Waarschijnlijk in begin 66 raakte hij in Antiochië betrokken in een conflict waarbij hij ternauwernood

aan de dood ontsnapte; hierna keerde hij in 65 terug naar Rome
en begon een proces wegens afpersing tegen Catalina.
(Plut.Luc.30-34; Dio 31.14-18 ; 38.15,6, diende onder Pompeius)


In December 62 v.Chr. drong de jonge patriciër P.Clodius Pulcher als slavin
vermomd het huis binnen van

C.Julius Caesar, pontifex maximus en praetor van dat jaar, waar een aantal voorname vrouwen

de heilige riten vierden voor de Goede Godin (Bona Dea),

waarbij de aanwezigheid van mannen ten strengste verboden was.
Clodius werd betrapt en ervan verdacht een verhouding te hebben met Pompeia,
Caesar’s vrouw.
Clodius deed een beroep op M.Cicero om hem een alibi te verschaffen maar Cicero weigerde

om als alibi te dienen; volgens zeggen omdat hij zichzelf vrij wilde pleiten bij zijn vrouw Terentia,

die Clodia, de losbandige zuster van Clodius, er van verdacht met Cicero te willen trouwen.
Porcius Cato en gelijkgezinden maakten van het proces tegen Clodius wegens heiligschennis een cause célèbre.

(Cic.ad Att.I.3,2)
Afziend van het oorspronkelijke plan om Clodius te laten berechten door
een praetor en een speciaal

samengestelde jury, stond de senaat het toe dat de juryleden op de normale manier werden gekozen.
M.Crassus kocht de jury om en Clodius werd vrijgesproken.

Sinds zijn vrijspraak in 61 koesterde Clodius diepe wraakgevoelens jegens Cicero wegens diens

belastende verklaring tijdens zijn proces.
Al langer trachtte hij het tribunaat te verkrijgen doch, daar hij er niet in slaagde geadopteerd te worden

in een plebeïsche familie, zonder succes.
Caesar zag in dat Clodius, eenmaal plebejer, als volkstribuun geriefelijk beschikbaar
zou zijn om elk

gevaar af te wenden dat Cicero of Cato voor zijn wetgeving van 59 zouden kunnen vormen.
Caesar riep als pontifex maximus en consul, de comitia curiata bijeen en liet binnen drie uur een

lex curiata aannemen die de adoptie (adrogatio) van Clodius in een plebeïsche familie goedkeurde.
(Mommsen, St.II.p.38; Suet.Div.Iul.20.4; Cicero, De domo, 41;
De provinciis consularibus, 42)

Na in Juli tot tribuun te zijn gekozen begon Clodius Cicero openlijk te bedreigen.
Op 10 December 59 diende Clodius vier wetsvoorstellen in
als voorbereiding op latere maatregelen tegen Cicero en Cato.
Eén hiervan, De lex frumentaria, was bedoeld om de volksgunst te winnen door de graanuitdelingen

aan het stadsproletariaat voortaan gratis te maken. (o.a.Dio 38.13)
Een tweede, De lex de collegiis, hief het verbod op dat de senaat in 64
had uitgesproken over alle clubs en collegia (gildes).
Het vierde wetsvoorstel behelsde de gehele of gedeeltelijke herroeping van de lex Aelia et Fufia

die de bevoegdheid regelde van curulische magistraten en volkstribunen op het belemmeren van

het houden van wetgevende en verkiezingsvergaderingen doormiddel van het uitkijken naar hemelse

voortekenen (spectio of servare de caelo): auspiciën.
Op 4 Januari 58 werden deze wetten aangenomen.
Begin maart ging Cicero in vrijwillige ballingschap naar Thessalonica.

In de zomer van 58 beging Clodius een rampzalige misrekening door,
mogelijk uit roekeloze aristocratische overmoed of een aristocratische bevlieging,
ruzie te zoeken met Pompeius Magnus, want dit zette het proces in werking

dat leidde tot Cicero’s terugroeping uit ballingschap.

Als aedilis stelt Clodius in 56 een gerechtelijke vervolging in

tegen Milo wegens openbare geweldpleging. (De Vi)

Clodius, een zeer vermogend man, kocht in 53 het huis van Aemilius Scaurus op de Palatijnse heuvel
voor 14.800.000 sesterciën. (Plin.Nat.Hist. 36.103)

In 52 bezat ene P.Clodius, praetor, een landgoed in Alba, en één gelegen in het Etrurische kustgebied.
(D’Arms.J.H.: Romans on the bay of Naples, 1970)
(Waarschijnlijk is dit de zoon van de trib.pleb.58,
e.a mogelijk verkregen uit zijn vaders nalatenschap)

Clodius’ dood op de Via Appia in 52 en de daarop volgende volkswoede en straatterreur leidde tot

de crisis die uiteindelijk leidde tot Pompeius’ benoeming door de senaat tot enig consul,
en vervolgens tot de spanningen tussen Caesar en Pompeius waarvan de burgeroorlog het resultaat was.
 

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Clodius werd op 18 Januari 52 v.Chr.op de via Appia nabij Bovillae vermoord
door aanhangers van T.Annius Milo, trib.plebis 57 v.Chr.
Deze werd daarop gerechtelijk vervolgd door Ap.Claudius Pulcher,
consul 38 v.Chr., neef van de vermoorde Clodius.
Het lijk van Clodius werd naar Rome vervoerd door Sex.Teidius een oudere senator die op

weg was van zijn landgoed naar Rome en het lijk meenam. (Asconius 28)  Terug naar tekst

 
   
2. ILS 882
P.Claudius P.f.Ap.n.Ap.pron.Pulcher q., quaestor, pr., augur
 ■ Romae. Est filius P.Clodii inimici Ciceronis (Val. Max.3.5, 3)
      (Cic.ad Att.xiv.13A +13B (44)) 
Terug naar tekst
 
   
3.

Tribunus militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
In de republiek waren er twee soorten militaire tribunen,
zij die gekozen waren in de vergadering der tribus
en zij die waren benoemd door de bevelhebber. 

Onder het principaat waren dit jongemannen
die een senatoriale of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en tribuni augusticlavi

(met een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen,
maar, daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddelijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale

cursus honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus

- tenminste sinds Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),

tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928)

Terug naar tekst

 
   
4.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies
met de proconsuls van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40. 
Terug naar tekst

 
   
5.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat.
De tribuun was onschendbaar (sacro sanctus), kon elk besluit,
ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren door zijn veto (intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht aan de tribuun ontnomen. Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had tot de senaat
hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,
wat precies de bedoeling was van Sulla.
In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,
met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen
de kandidatuur voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio) en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen

(ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;
en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst

 
   
6.

Aediles
Jaarlijks werden 2 aediles curulis en 2 aediles plebis
gekozen door de Comitia tributa.
Zij waren belast met handhaving van de orde in de stad, toezicht op handel en verkeer, organisatie en bekostiging van de openbare feestelijkheden, brandweer en bouwinspectie.
Het aedielschap gaf toegang tot de senaat.
Men werd e.v.t.aedilis 6 jaar na het quaestorschap.
Hun aantal werd onder Julius Caesar,

i.v.m. diens schepping van de aediles Ceriales, verhoogd tot 6 aediles.  Terug naar tekst

 
   
7. Quindecemviri sacris faciundis.
De 15 mannen hielden toezicht op de Sibillijnse boeken,
toezicht op buitenlandse godsdiensten in Rome,
en het brengen van zoenoffers ter afwering van ongunstige voortekenen. (prodigia)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia

Terug naar tekst
 
   
8.

Kort na 100 v.Chr. vestigde koning Tigran (Tigranes) I van Armenia

Tigranocerta als zijn zuidelijke hoofstad en bevolkte het met kolonisten die,
afkomstig uit Cappadocië en andere veroverde gebieden,
hier onder dwang werden herplaatst.
De slag bij Tigranocerta vond plaats op 6 October 69 v.Chr. 
Terug naar tekst

 
   
9. C.Flavius Fimbria, legatus 86–85 v.Chr. (Zie aldaar)   Terug naar tekst  
   
10. Stad en fort in Mesopotamië.  Terug naar tekst  
   
a

Zie Cicero, die bewijs leverd dat Clodius tot de tribus Palatina behoorde;

(Dom.49: ita repellebantur ut etiam Palatinam tuam perderent’)

Terug naar tekst