|
Q. Caecilius Q. f. L. n. Metellus Pius RE -98-.
Geb. ca. 123 v.Chr. |
|
|
Functies: Praetor 89 of 88 1, pro praetor Italia 88-87, proconsul Africa 88-82. Consul in 80 v.Chr. 2, proconsul Hispania ulterior 79-71. Pontifex ca. 97-63. 3 Pontifex maximus 81-63. 4 |
|
|
Kort overzicht van Pius’
belevenissen. naar Rome geroepen, doch het zinloze hiervan inziende vluchtte hij in 86 naar Africa welke provincie hij hield tot hij er in ca. 84 uit werd verdreven door C.Fabius Hadrianus, praetor
84. 5
in Gallia Cisalpina. |
|
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | |
| 1. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. commando worden belast. uitoefenen over een provincie. Terug naar tekst |
|
| 2. | Consuls. Romeinse
republiek. volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden. (consulaire) provincie. Terug naar tekst |
|
| 3. | Werd in 63 opgevolgd als pontifex door Q.Caecilius Metellus Nasica. Terug naar tekst |
|
| 4. | Werd als
zodanig opgevolgd door C.Julius Caesar; deze, op zijn beurt, werd als zodanig opgevolgd door M.Aemilius Lepidus, de tresvir rei publicae constituendae. Na diens dood in 12 v.Chr. nam Augustus het opperpriesterschap op zich en vervolgens alle keizers na hem. Terug naar tekst |
|
| 5. | Fabius
Hadrianus was vervolgens propraetor Africa 83-82. |
|
| 6. | Numidicus was
de broer van L.Caecilius L.f.Q.n.Metellus Dalmaticus, |
|