| 1.
|
Praesens,
cossuff. 119, was een vriend van Plinius (Zie ep.VII.3)
Terug naar tekst
|
|
|
|
|
| 2.
|
AE 1950,122.
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 3. |
Tribunus
militum: (Krijgstribuun) stafofficier bij de infanterie.
Onder het principaat waren dit jongemannen
die een senatoriale of een equestrische carrière ambieerden,
en zij werden overeenkomstig verdeeld in tribuni laticlavi
(met een brede streep op het tuniek) en
tribuni augusticlavi (met
een smalle streep).
Elke klasse van tribuni diende gedurende een jaar in een legioen,
maar,
daar waar de laticlavi na vervulling van hun jaar militaire dienst
onmiddellijk konden doorgaan naar de politieke senatoriale
cursus
honorum, dienden de aspiranten voor een equestrische cursus
- tenminste sinds
Claudius -
twee aanvullende functies als officier bij de hulptroepen te
vervullen.
De normale volgorde van deze krijgsdienst was praefectus cohortis
(i.e. commandant van een hulp cohort van een infanterie eenheid),
tribunus militum (augusticlavius), en praefectus alae
(i.e. commandant van een hulp ala of van een cavallerie eenheid).
(The Roman legions, by H.M.D.Parker, 1985 (1ste ed. 1928)
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 4. |
Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen
Romeinse
burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij
een vreemdeling
was betrokken.
Praetoren konden eventueel i.p.v.een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur
uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd naar
16 in 44 v.Chr.
Augustus verlaagde hun aantal tot 12.
Onder zijn opvolgers werden het er 18.
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 5. |
Ambtenaar
belast met de zorg (cura) cq. onderhoud van de Latijnse weg.
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 6. |
Cilicia
Tracheia.
Een nieuwe keizerlijke provincie,
(ontstaan door de samenvoeging van Cilicia Tracheia en Cilicia
Pedius
in 72 na Chr.) bestuurd door legaten van praetoriaanse rang:
Legati Augusti pro
praetore.
Praesens moet als keizerlijk legaat op de hoogte zijn geweest
van de gebeurtenissen ten tijde van de ‘adoptie’ van Hadrianus.
Terug naar tekst
|
|
|
|
|
| 7. |
De consul
suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang
tijdens het principaat.
Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel
was
ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur van
de staat werd het toch nog gezien als het hoogst bereikbare binnen
de cursus
honorum.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden
op
het ambt en er toch elk jaar nieuwe kandidaten kwamen werden de
naamgevende
consuls – de consul ordinarius
(de consuls die aan het begin van het jaar
aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige
tijd vervangen door suffecti zo dat er meer mensen beloond
konden worden voor hun
verdiensten jegens de keizer.
(vlg. Picard hield hij dit ambt in 124)
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 8. |
IG. IV 2454,
Epidaurus.
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 9. |
Laberia
Hostilia Crispina was de grootmoeder van keizerin Crispina.
■ Voor Laberia’s testament: CIL.IX.4512 Amiternum (Zuid Italië)
Zie tevens: CIL.IX.338, 425n, 4232,VIII, 110 Capoci Africa.
(Zie Commodus)
PIR. L 15
Laberia Marcia Hostilia Crispina Moecia Cornelia, M’.Laberii Maximi
bis consulis filia, uxor C.Bruttii Praesentis bis consulis, mater
consulis homonymi, avia L.Bruttii Quintii Crispini
(B 169) et Bruttiae Crispinae Augustae (B 170).
(Obiit inter annos 153 et 180, i.e. inter consulatus 1 et 2 filii.
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 10. |
Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.
2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium
(schatkist) en het archief,
onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a.
tot 28 v.chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande
– vrijwel altijd
patriciers –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.
10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies
met de proconsuls van de senaats provincies:
2 consulaire en 8
praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd
tot 40. Terug naar tekst
|
|
|
|
|
| 11. |
Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat.
De tribuun was onschendbaar (sacro sanctus), kon elk besluit,
ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren door zijn veto
(intercessio).
(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht
aan
de tribuun ontnomen.
Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun
géén toegang had tot
de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,
wat precies de bedoeling was van Sulla.
In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,
met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur
voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan
markeerde.)
Hij kon een ieder laten arresteren (prensio)
en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen
(ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden
beperkt.
Auxilium: het recht om plebeans te beschermen
Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;
en indien
alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”
Terug naar tekst |
|
|
|
|
| 12. |
De sodales
vormde een priestercollege aan wie
de cultus van een vergoddelijkte keizer was opgedragen.
Tijdens de keizertijd waren er in totaal vier van zulke colleges:
1.De sodales Augustales, ingesteld voor de verering van de tot god
verheven Augustus.
Na de vergoddelijking van Claudius werd deze uitgebreid
tot de sodales Augustales Claudiales.
2.Hetzelfde gebeurde met de sodales Flaviales,
een priesterschap ingesteld voor de verering van de vergoddelijkte
Vespasianus; dit college werd na de vergoddelijking van zijn zoon
en opvolger
Titus uitgebreid tot sodales Flaviales Titiales.
3.De sodales Hadrianales en, 4. de in 161 gecreërde sodales
Antonianii.
Elke sodalitas zorgde voor de cultus van de keizers behorende tot hetzelfde huis.
Terug naar tekst
ILS 1117
L.Fulvio C.f.Pom… [C] Bruttio Praesenti Min… Valerio Maximo Pompeio
L… Valenti Cornelio Proculo … Aquilio Veientoni cos.II1, pr[ocos.prov….,
patri] [C]r[i]spinae Aug., socero2 imp.Caes.Commodi Aug. Sodali
Hadrianali, sodali Antonin[iano item Veriano item] Marciano, comiti
impp.Ant[onini et Commodi Augg.] expeditionis Sarmaticae, p[raet.,
trib.pleb., quaes]tori Aug., tr.mil.leg.III Gallic[ae], donis milit.
Donato ab Imp.divo Antonino Aug.P[io]
■ Volceiis (Buccino) in Lucania. 1.consul 180. 2. zie Vita Marc.27,8
Terug naar tekst
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|