C. Asinius Cn. f. Pollio.  RE -25-

   

Geb. 76 v.Chr. origine Marrucini.
Overl. 5 na Chr. te Tusculum.
1

Kleinzoon van Herius Asinius
2 van Teate, praetor van de Marrucini.
 
 

Huwde met Quinctia, dochter van L.Quinctius 3, senator vóór 43 v.Chr.

Hieruit:
1. C.Asinius Gallus, consul 8 v.Chr. (Zie aldaar)

2. Asinia,
    huwde met ene Claudius Marcellus Aeserninus, XVvir s. f.
   
    Hieruit:
    M.Claudius Marcellus Aeserninus, praetor in 19. (De laatste der Claudii Marcelli)

 
   
Functies:

Legatus? C.Caesaris 49-48 v.Chr. Tribunus plebis 47.
4
Legatus C.Caesaris Africa 46-45, praetor 45.
5
Proconsul? Hispania ulterior 44.
Legatus M.Antonii Gallia Cisalpina ca. 42-41.
6
Consul II, 40 v.Chr.
7
Proconsul Macedonia eind 40 tot 39 of 38.
 
 

Kort overzicht van Pollio’s belevenissen.

Koos de zijde van Julius Caesar, zijn persoonlijke vriend,

in diens worsteling met Pompeius Magnus.
Vocht aan Caesar’s zijde vanaf diens overtocht over de Rubicon in Januari 49
(vlg.de Romeinse kalender, maar in feite op 22 Nov.50, vlg. de Juliaanse kalender.),
ging met Curio naar Africa, na wiens nederlaag en dood hij naar Griekenland

vertrok en was aan Caesars zijde tijdens de slag bij Pharsalus (48).
Vergezelde Caesar tijdens diens Afrikaanse campagne (46)
en tijdens de laatste slag op 17 Maart 45 te Munda in Spanje.
Beiden keerden terug naar Rome maar Pollio werd al snel naar

Hispania ulterior gezonden om weerstand te bieden tegen Sex.Pompeius,

alwaar hij zich bevond tijdens de moord op Caesar.
Na Caesar’s dood op 15 Maart 44 v.Chr. volgde hij gedurende vijf jaren M.Antonius.
Zag zich, na de terugtrekking van Lucius Antonius in Perusia (41),
geconfronteerd met de legioenen van Octavius.
Hij weigerde slag te leveren en trok zich terug over de Apennijnen.

(zie Marcus Antonius)
Voerde in September 40 namens Marcus Antonius onderhandelingen met Octavius
die leidde tot het Pact van Brundisium; trad kort hierna af als consul.
(Cic.ad Fam.10, 31; 10,32; 10,33.)
Eind 40 v.Chr. zond Marcus Antonius hem als proconsul naar Macedonia
om de Illyrische Parthini te bestrijden.

Pollio overwon en verkreeg een triomf voor zijn overwinning. 8
De retor, dichter en historicus trok zich hierna terug op zijn landgoed in Tusculum
en wijdde de rest van zijn leven aan literatuur.
Zo schreef hij 'Historiae'
over de burgeroorlogen,

te beginnen met het jaar 60 v Chr. de tijd van het verbond tussen

Pompeius, Caesar, en Crassus.  

 
   
   
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Antieke stad in Latium, Italië.  Terug naar tekst  
   
2. PIR.A 1222 ; Livius Per 73  Terug naar tekst  
   
3.

De senator L.Quinctius kwam op de proscriptielijsten van de triumviri,
en verging op zee.


(Appianus Bellum civ.IV.12; 27:

“Lucius, de schoonvader van Asinius, die toen consul was,

vluchtte over zee, maar, niet in staat zijn angst voor de storm
te verdragen sprong hij overboord.”)
Van hem is verder niets bekend. Zie ook Syme’s Roman Revolution.

Terug naar tekst

 
   
4.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat. De tribuun was onschendbaar

(sacro sanctus), kon elk besluit, ook van consuls en senaat,

ongeldig verklaren door zijn veto (intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht

aan de tribuun ontnomen.

Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had
tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,
wat precies de bedoeling was van Sulla.
In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,
met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur

voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio)
en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voor leggen

(ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;

en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst

 
   
5.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.
Praetoren konden eventueel i.p.v.een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 verhoogd naar 16.

Terug naar tekst

 
   
6.

O.a. voor het vestigen van veteranen op het hun toegewezen land.
Tevens kon hij voorkomen dat de bezittingen van de dichter

Virgilius werden geconfisceerd. Terug naar tekst

 
   
7.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders

en daarna van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw

van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
8. CIL 12, p 50; Dio 48. 41, 7. R
triumphavit ex Parthini (in 39 v.Chr.) (Acta triumphalia) 
Terug naar tekst