L. Arruntius.

   

Geb. ca. 27 v.Chr. te Atina.
Overl. 1e kwart 37.
4

Zoon van L.Arruntius L.f.L.n.
Quindecemvir sacris faciundis, legatus of praefectus classis in 31 v.Chr.
onder C.Julius divi f., en consul in 22 v.Chr.
 
 

Huwde met? Aemilia, zuster van M’. Aemilius Lepidus, consul in 11.

Hieruit:
1.Faustus Arruntius.
2.Paullus Arruntius.

 
   
Functies:

Quindecemvir sacris faciundis.
1
Consul in 6.
2
Legatus Tarraconensis (Hisp.cit.) 23 of 24 tot ca. 33.

Werd door Tiberius verhinderd naar zijn provincie te vertrekken;
als zijn waarnemer fungeerde L.Calpurnius Piso, legatus pro praetore,
deze werd echter in het jaar 25 vermoord.
3

L.Arruntius was de adoptiefvader van: L. Arruntius Camillus Furius Scribonianus.
Arruntius pleegde zelfmoord na beschuldiging van mede betrokkenheid in de zaak Albucilla (Tac.ann.VI.47,48).
De Arruntii van Atina zijn verbonden met de Cornelii Sullae en de Aemilii Scaurae (Tac.ann.III,31)

A.Jagenteufel in ‘Statthalter von Dalmatia’:
“Hij is zonder twijfel de zoon van M.Furius Camillus, cos. 8 na Chr.,
en adoptiefzoon van L. Arruntius, consul 6 na Chr., zoals Mommsen zei
(Hermes III.1969, p.133 ff.) en niet omgekeerd zoals Borghesi gelooft.

G.Alföldy: consul 6 na Chr. In de jaren 14,15,20 en 21 hield hij zich op te Rome.
In 15 als curator aquarum, later werd hij stadhouder van Hispania citerioris.”
(De datering is omstreden!)

Tacitus bericht dat Arruntius in 33 door Tiberius al 10 jaar verhinderd werd
zijn stadhouderschap op te nemen.
Dio spreekt over een stadhouder die 10 jaar vóór 31 benoemd werd.
Volgens Alföldy moet men Tacitus geloven en heeft Dio alles afgerond.
 

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Quindecemviri sacris faciundis.
De 15 mannen hielden toezicht op de Sibillijnse boeken,
toezicht op buitenlandse godsdiensten in Rome,
en het brengen van zoenoffers ter afwering van ongunstige voortekenen. (prodigia)
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia
Terug naar tekst
 
   
2.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.,
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna

van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw

van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
3.

Piso was een praetorisch legatus Augusti, dus een legatus iuridicus.  Terug naar tekst

 
   
4.

SEPULCRUM ARRUNTIORUM: de tombe van de familie, vrijgelatenen

en slaven, van L. Arruntius, consul in 6 na Chr., bestond uit drie

columbaria welke in de achttiende eeuw zijn gevonden aan de zuidzijde

van de huidige Viale della Principessa Margherita,

(tegenwoordig de Viale Principe di Piemonte)

iets meer dan 100 meter van de Porta Maggiore.

(CIL VI.5931 5960. (Platner & Ashby 1929)  Terug naar tekst