L. Apronius C. f. Cam.

   

Afkomstig uit Tibur.
 
 

Functies:

III vir. monetalis in ca. 6 v.Chr.
1
Consulsuff. Juli - Dec. 8 na Chr.
2
Legatus in Dalmatia in – op zijn vroegst - 9 na Chr. van

C.Vibius Postumus, cossuff. 5. 3
Legatus in Germania onder Germanicus in 15.
4
Proconsul van Africa 18-21 in de strijd tegen Tacfarinas.
5
Legatus Aug.pro praetore Germania inf. van tenminste 28 tot minimaal 34.

 

Huwde met Caesia.

Hieruit:
1. L.Apronius L.f.Caesianus.
    Praetor 32
7

    Consul ord. 1 Jan.-30 Juni 39. 8
    Septemvir epulo,
9 proconsul Africa (Libië)
    Nam onder zijn vader deel aan de oorlog tegen Tacfarinas.

2. Apronia Caesia.
10
    Zij huwde met Cn.Cornelius Lentulus Gaetulicus, consul in 26.

3. Apronia, overleden in 24.
11
    Huwde met M.Plautius Silvanus, praetor in 24.
    Zij werd door haar echtgenoot uit het raam gegooid waarbij zij de dood vond.
12

 
   

 
 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Zie ILS 991.  Terug naar tekst  
   
2.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Met hun mede-consul vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeen roepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als pro consul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.  Terug naar tekst

 
   
3. Vell.II.116, 3.  Terug naar tekst  
   
4.

Verkreeg hiervoor de ornamenta triumphalia. (Tac.ann.1.29,56,72)  Terug naar tekst

 
   
5. Hij voerde het bevel over het 1e Germania, Ve Alaudae,
XXe Valeria Victrix, en 21e Rapax.
(Tac.ann.3.21; 4, 13,23,73; 6,30; 11,19) 
Terug naar tekst
 
   
6.

Vlg..F.Stein, Die Kaiserlichen Beambten, 91,93,288ff.

Onderdrukte in 28 met veel moeite en met hulp van de legioenen in

Germania Sup. een opstand van de Friezen.  Terug naar tekst

 
   
7. Vlg.PIR2 A 788, (Dio 58,19)  Terug naar tekst  
   
8. Zie noot 2. en Dio 59.13,1-2; Suet.Cal.17.1.  Terug naar tekst  
   
9. Septemviri epulonum.
De 7 mannen – oorspronkelijk ‘tresviri’, 3 mannen –
zorgden bij openbare spelen voor de gastmalen der goden.
Onder Julius Caesar verhoogd tot 10 epulones.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden. Zie.  ILS 939 

pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.

(quattuor amplissima sacerdotia)   Terug naar tekst

 
   
10. 10.Caesiana in PIR2 C 976) Tac.ann.6.30, 2.  Terug naar tekst  
   
11. Tac.ann.4, 22.  Terug naar tekst  
   
12.

Tac.ann.I.56, 72; II.32; III.20, 21,64; IV.13, 22,23,73; VI.30.  Terug naar tekst

ILS 939

Eryx berg, Sicilië. (Vertaling; zie beneden Latijnse tekst

L.Apronius Caesianus L.f. VII vir. epulonis, wijdt ---- aan Venus van Eryx:
Hij, gezonden door zijn vader, proconsul van Libië,

Overwinnaar in oorlogen toen de Moorse vijand viel,

Die aan U opdroeg het gelukszwaard en de beeltenis van zijn vader,

Apronius, zoon van een leider, zelf een leider,

overwinnaar in eerlijke strijd.
Voor de toewijding en, eveneens, hernemen van de praetexta.
Dit gewaad, gepast gezocht door zijn vader en gegeven door Caesar.
Als een jongeling vertrok hij voor u, een van de zeven, godin.
Van de goden --- 2 regels weg:
Wederzijds ---
De zoon van Apronius de oudere, groter in daden dan in naam,
Daar hij de Gaetuliaanse stammen op de vlucht joeg,
Heeft de beeltenis van zijn geliefde vader opgericht, godin.
Als uw verdiende beloning, goede vader van de Aeneandae,
En de wapens die hij zwaaide; Welk een deugd wordt onthuld
door zijn schild versplinterd door de slagen!
Zijn zwaard rood door de vijand, Versleten door slachting,
en de trofee is bekroond door zijn speer,
Welke de wilde barbaar vol in het gezicht trof en velde.
Geen monument wordt meer vereerd door beiden dan dit,
Hetwelk vader en zoon hebben opgedragen aan u.
Zij hebben gezamenlijk de toewijding van de beeltenis van Caesar

gewaarborgd; Er was een strijd van plichtsgetrouwheid —

in elk was de grootste.
Onder de supervisie van Lucius Apronius, vrijgelatene van Lucius. 
Terug naar tekst

ILS 939
[L.Apronius L.f.Caesian]us VII vir [epulonu]m ----[Vene]ri Erucinae d.d.
[A patre hic missus Libyae procon]sule bella prospera dum pugnat, cecidit Maurus]ius hostis, Felicem gladium [tibi qui patrisque dicavit] Aproni effigiem [natus belli duce] duxque hic idem fuit : hici[lusto certamine vi]ctor, praetextae positae [causa pariterque re]sumptae, septemvir puer han[c, genitor quam rite r]ogarant, Caesar quam dedera[t , vestem tibi, sancta, reliquit.
Divor[um]-----------------------------------
Mut[ua--------------------------------------
Filius Aproni maio[r quam nominee factis] Gaetulas gentes q[uod dedit ipse fugae], effigiem cari, genitor[is, diva, locavit], Aeneadum alina paren[s, praemia iusta, tibi] armaque quae
gessit: scuto [per volnera fracto] quanta patet virtus! ens[is ab hoste rubet] caedibus attritus, consummatque [hasta tropaeum qua cecidit flossus barbar[us ora ferus]. Quo nihil est utrique magis venera[ile signum], hoc tibi sacrarunt filius atqu[e pater]: Caesaris effigiem posuit
p[ar cura duorum] : certavit pietas, su[mma in utroque fuit].
[curante] L.Apronio L.f.-------------
    in monte Eryce titulus positus est a. L.Apronio Caesiano qui cos.ord. 39
        adhuc adulescentulo, cum a.p. Chr. 20 patrem proconsulem Africae

        comitatus prospere adversus Numidas pugnasset (Tac.Ann.3, 21)
        Io videtur his carminibus dedicasse Veneri praetextam suam

        sacerdotatem (V.6 seq), effigiem patris armaque quae gesserat

        in pugna illa Africana (V.13 seq. of V.3),

        denique una cum patre effigiem Tiberii (V.19 seq.)  Terug naar tekst