C. Antonius M. f. M. n. RE –20- 1

   

Overl. eind 43 of begin 42 v.Chr. te Macedonia.

Zoon van M.Antonius Creticus, praetor 74 v.Chr.,
en van Julia, dochter van L.Julius Caesar, consul in 90 v.Chr.
 
   

Functies:

Legaat van Julius Caesar in 49 v.Chr. ter verdediging van Illyricum.
Praetor 44 v.Chr.
2
Proconsul van Macedonia in 43 v.Chr.
Pontifex in ca. 45.
3

Begin Januari 43 v.Chr. landde Caius Antonius te Dyrrhachium (Durazzo) in Illyrië in een poging om

Macedonia te heroveren op M.Junius Brutus die dit gebied met de hulp van de aftredende

proconsul van Macedonia Q.Hortensius had veroverd.
C.Antonius zag zich half Maart 43 v.Chr. bij Apollonia gedwongen tot overgave.
Na ontvangst van het bericht over deze gebeurtenissen in Rome,
legaliseerde de senaat het bewind van Brutus, met waarschijnlijk Imperium maius.
Brutus verlengde de termijn van Hortensius als proconsul van Macedonia.
Na het vernemen van de vorming van het tweede triumviraat en van de moord op

M.Tullius Cicero gaf Brutus aan Hortensius het bevel tot executie van Caius Antonius.
Het bevel werd uitgevoerd door de praefectus C.Clodius

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Jongere broer van de triumvir Marcus Antonius.  Terug naar tekst  
   
2.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.
Praetoren konden eventueel i.p.v.een consul met een militair

commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.  Terug naar tekst

 
   
3. Pontifices.
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap
van de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia.) 
Terug naar tekst