|
C. Antonius M. f. M. n. RE –20- 1 |
||
|
Overl. eind 43 of begin 42 v.Chr. te Macedonia. Zoon van M.Antonius Creticus, praetor 74 v.Chr., en van Julia, dochter van L.Julius Caesar, consul in 90 v.Chr. |
||
|
Functies: Macedonia te heroveren op M.Junius Brutus die dit gebied met de hulp van de aftredende proconsul van Macedonia Q.Hortensius had
veroverd. M.Tullius Cicero gaf Brutus aan Hortensius het bevel tot executie van Caius Antonius. |
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | Jongere broer van de triumvir Marcus Antonius. Terug naar tekst | |
| 2. | Praetoren. Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij een vreemdeling
was betrokken. commando worden belast. uitoefenen over een provincie. Terug naar tekst |
|
| 3. | Pontifices. Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap van de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters. Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten. (Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.) Alle priesterschappen golden normaal voor het leven. Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde. Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien en de politieke invloed van de houder. Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden: pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum. (quattuor amplissima sacerdotia.) Terug naar tekst |
|