L. Annaeus Seneca. (minor)

Geb. ca. 4 v.Chr. te Corduba in Baetica. 1
Overl. tussen 19 en 30 April 65 te Rome.

Zoon van M.Annaeus Seneca, retor. 2 en van Helvia.
 
 
 
 

Huwde in 49 of later met Pompeia Paulina,
dochter /of zuster van Pompeius Paulinus, consulsuff. 53.

Hieruit:
Een zoon die overleed in 51?

 
   
Functies:

Praetor 49. 3
Consulsuff. Aug. - Sept. 56. 4
 


Op beschuldiging van immorele verhouding of overspel met
Julia Livilla 5 werd Seneca van 41 tot begin 49 verbannen naar Corsica.
Op aandringen van Agrippina minor,

zuster van Julia Livilla en vierde echtgenote van Claudius,
werd hij in 49 door Claudius teruggeroepen en aangesteld als leraar en leidsman
van Agrippina’s zoon Nero sinds 49/50.
Seneca was schrijver van o.a. filosofische werken, tragedies, epigrammen
en een satire "Apocolocyntosis" ['de Verpompoening']
waarin hij op weinig stoïcijnse wijze afrekent met de overleden Claudius.
In de nasleep van de Piso samenzwering pleegde hij zelfmoord op bevel van Nero. 6

Lucius Seneca schreef o.a. epigrammen betreffende Cato’s heldendood:

       397R.

Invictum victis in partibus, omnia Caesar vincere qui potuit, te,

                      Cato, non potuit.
(Caesar won van alles en allen, maar niet van jou: Cato. je

                      partij verloor, jij won).
     
Seneca over de dood van Pompeius Magnus.


       413R.

     Litore diverso Libyae clarissima longe
   Nomina vix ullo condita sunt tumulo,
Magnus et hoc Magno maior Cato. Quam procul a te
    Aspicis heu cineres, Roma, iacere tuos !

(Zeer beroemde namen liggen nu verspreid
     begraven in Africa, nog nét in een graf:
de Grote, en, groter dan de grote, Cato. Ach!
    Rome, wat ligt hun as toch ver van jou!)

414R/414a.
Marmoreo Licinus tumulo iacet, at Cato nullo,
     Pompeius parvo. Credimus esse deos ?
Saxa premunt Licinum, levat altum fama Catonem.

        Pompeium tituli: credimus esse deos.

(Licinus heeft een graf van marmer, Cato geen,
Pompeius een klein. En goden zouden bestaan?

Steen drukt op Licinus, Cato stijgt door faam,
   Pompeius door triomfen! Goden bestaan!)

Versje op zijn broers Novatus en Milo en neefje Marcus:

441R.

Sic mihi sit frater maiorque minorque superstes
  Et de me doleant nil nisi morte mea ;
Sic illos vincam,sic vincar rursus amando,
  Mutuus inter nos sic bene certet amor ;
Sic dulci Marcus qui nunc sermone fritinnit,
   Facundo patruos provocet ore duos.

(Hopelijk zullen mijn broers langer leven dan ik
en niets aan mij betreuren dan mijn dood.
Hopelijk win ik van hen in liefde - en zij van mij!
  en blijft die liefdeswedstrijd over en weer.
Hopelijk zal Marcus, nu nog lieve babbelaar,
   ooit twee ooms in het spreken overtreffen!)

‘Grafdicht van Seneca’


667R.

       Cura, labor, meritum, sumpti pro munere honores,
           Ite, alias posthac sollicitate animas.
        Me procul a vobis deus evocat. Ilicet actis
           Rebus terrenis, hospita terra, vale.
        Corpus, avara, tamen sollemnibus accipe saxis :
           Namque animam caelo reddimus, ossa tibi.

        (Zorgen, werk, prestige, eer als dank voor werk :
            weg met jullie, val de rest maar lastig!
        De godheid roept me bij jullie vandaan, en zo zeg ik
            al het aardse, en moeder aarde, vaarwel!
        Mijn lichaam, hebber, mag je houden, met steen en al:
            de hemel geef ik mijn ziel terug, jou mijn botten.)

 ■ Formule van grafteksten: ‘sit tibi terra levis’ = ‘de aarde zij licht voor jou’.

( Epigrammen van Seneca, door Vincent Hunink in Hermeneus, 3 juli 1995 p.132-138.)
    
Broers van Seneca

1. Marcus Annaeus Novatus, de oudste van de broers.
    Hij werd door adoptie: Lucius Junius Gallio Annaeanus.
    Legatus Augusti pro praetore Achaea van Mei 51 tot Mei 52.

    Consulsuff. 55. Vader van Novatilla.

2. Marcus Annaeus Mela, de jongste van de broers.
    Geboren in Baetica.
    Overleden in 66.

    Huwde met Acilia,
    dochter van Acilius Lucanus, redenaar en senator uit Cordoba.

    Hieruit:
    M.Lucanus Annaeus, episch dichter.
    Geb. 3-11-39 te Corduba.
    Overl. 30-4-65 door zelfmoord in opdracht van Nero.
    Hij was gehuwd met Argentaria Polla.

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Cordoba in de Spaanse regio’s Andalusia en Extremadura  Terug naar tekst  
   
2. De vader is geboren ca. 50 v.Chr. te Colonia Patricia (Cordoba),
en overleden in 39 of 40 te Hisp.ult. 
Terug naar tekst
 
   
3.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.
Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul met een militair

commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor
het bestuur uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 geleidelijk verhoogd

naar 16 in 44 v.Chr.

Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
4.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Met hun mede-consul vormden zij
de twee hoogste ambtenaren in de Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeen roepen van de senaat en de volksvergadering,
waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als pro consul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.
De consul suffectus (plaatsvervangend consul) kwam vooral in zwang

tijdens het principaat.

Ondanks het feit dat het ambt onder de keizers vrijwel geheel was

ontdaan van enige echte macht of zeggenschap in het bestuur

van de staat, behield het ambt zijn oude glans en aanzien en werd

nog steeds gezien als het hoogst bereikbare.
Mede doordat de keizers zelf vaak jaren achtereen beslag legden

op het ambt en er elk jaar nieuwe kandidaten voor in aanmerking wilden

komen, werden de naamgevende consuls – de consul ordinarius
(de consuls die aan het begin van het jaar aantraden
en met wiens namen het betreffende jaar werd aangeduid) -
na enige tijd vervangen door suffecti zodat er meer mensen beloond

konden worden voor hun verdiensten jegens de keizer.

Terug naar tekst

 
   
5.

Dochter van C.Julius Caesar Germanicus en Agrippina maior,

en zuster van Caligula.
Julia Livilla werd in de herfst van 39 i.v.m. de Gaetulicus samenzwering,
tezamen met haar zuster Agrippina minor, verbannen door Caligula.
Zij werd begin 41 door Claudius teruggeroepen,
doch door toedoen van Valeria Messallina eind 41 verbannen
naar

Pandateria (hu Ventotene), en daar korte tijd later ter dood gebracht.
E.e.a. op een gefingeerde aanklacht van overspel met L.Annaeus Seneca. 
Terug naar tekst

 
   
6.

Tac.Ann.XV. 60-64.
Voor de (C.Calpurnius) Piso samenzwering; Tac.Ann.XV.48-59 ff. 
Terug naar tekst