M. Agrippa M. f. Posthumus.   RE -128-

Geb. 12 v.Chr. 1
Overl. 20 Augustus 14 na Chr. te Planasia. 2

Zoon van M.Vipsanius Agrippa en van Julia,

dochter van Augustus.
Sinds 26 Juni 4 na Chr. adoptiefzoon van Augustus;
vanaf die datum tot het jaar 6 lid van de

gens der Iulii onder de naam: Agrippa Iulius Caesar. 3

 
 
 

Toga virilis in 5 na Chr.
In de herfst van het jaar 6 uitstoting (abdicatio) uit de gens der Iuli Caesares,
verlies van het gentilicium Juli en onterving.

Werd tevens in 6 in afzondering gestuurd naar Surrentum (Sorrento).
In het jaar 7 werd hij verbannen naar het eiland Planasia

– hetgeen door een senatus consultum 4 werd bekrachtigd –
alwaar hij na het overlijden van Augustus
op bevel van C.Sallustius Crispus werd geëxecuteerd. 5
(Tac.ann.I,6, cf. E.Hohl, Hermes LXX (1935) 350ff.)

 

Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)
 
 
<
1. ILS 142
M.Agrippae M.f.Augusti nepoti, annos nato VII1,
A.Octavius A.f.Ligus, M.Genicilius M.f.Sabin. II vir(i)
 ■ traditur cum N 135, 1. Postumus natus 742 (12 v.Chr.)
      septinum annum explevit a. 749 (5 v.Chr.) 
Terug naar tekst
 
   
2. Nu Pianosa, eiland van de Toscaanse Archipel, in de Tyrrheense zee,
deel van de regio Toscanië, Italië, 13 km ten zuidwesten van het eiland Elba.
Pianosa beslaat een gebied van 10 vierkante km.
Het is, zoals de naam aangeeft (Italiaans: piano, “plat”), laag gelegen. 
Terug naar tekst
 
   
3.

ILS 143
Agrippa Iulius Augusti f.divi n.Caesar1
 ■ Volceiis in Lucania. 1. idem qui praecedit,

        adoptatus ab Augusto (a.p.C.4), nondum relegatus.

         (a.7 cf. Dio 55,12; Suet.Aug. 65; Tac.ann.I,3)  Terug naar tekst

 
   
4.

Senatus consultum ultimum ; (het laatste bevel van de Senaat)
De senaat gaf de consuls bevel
“er op toe te zien dat de Staat geen schade zou ondervinden”
(res publica ne quid detrimenti caperet).
Werd in noodgevallen door de senaat uitgevaardigd
en gaf de consul of magistraat de garantie van de steun van de senaat
voor elke maatregel die deze noodzakelijk achtte
voor het herstel van de normale toestand.
Het maakte aanspraak in staat te zijn tot het opschorten
van een aantal constitutionele controles,
cq. beperkingen van de macht van een magistraat.
(Res Gestae I, 6; Macrobius ‘Saturnalia’; Caesar bell. Civ.I.5)

De rechtsgeldigheid werd door sommige populares in twijfel getrokken.
Het decreet, strict gesproken, was niet meer dan een aansporing

aan de magistraten om te doen wat toch al hun plicht was om te doen,
d.i. het beschermen van de openbare veiligheid en orde;
het verleende geen, noch kon het enige bijkomende wettige macht

verlenen, noch verleende het specifiek vrijstelling van de wetten.
Het gaf alleen maar uitdrukking aan de instemming en steun van de senaat
voor iedere actie die de magistraat zou nemen.

Met dit “laatste bevel van de senaat” legde Augustus
de verantwoordelijkheid voor zijn handelen bij de senaat
en gaf de schijn van wettigheid aan de verbanning van Postumus
wiens enige ‘schuld’ waarschijnlijk alleen maar bestond
uit een overmaat aan jeugdige overmoed, bravoure en onnadenkendheid.

Terug naar tekst