PRAEFECTI   ANNONAE                                                                                      
 

Dit ambt werd door Augustus gecreëerd in of zeer kort na 6 na  Chr.

Augustus en zijn opvolgers waren als curatores annona  verantwoordelijk voor de annona, d.i. zorg te dragen voor  de aanvoer, opslag en distributie van de gratis graanverstrekking.
Met de uitvoering van de hieraan verbonden dagelijkse administratieve taken werden ambtenaren belast.
Aan het hoofd van deze organisatie stond de praefectus annonae.

 

Deze praefecti, uit de stand der equites,
waren belast met de voedselvoorziening van Rome.
De kosten die men in Rome aan de annonae uitgaf werden zoals vereist,

net als die voor de vigiles en de praetoriaanse garde,

onttrokken aan het aerarium militare.

In de Flavische periode vonden er nieuwe ontwikkelingen plaats.
Er verschenen in Rome vier nieuwe ‘fisci’ waarvan de ‘fiscus frumentarius’

de geldkas was van de praefectus annonae, die naar alle waarschijnlijkheid

in deze tijd stopte met het ad hoc onttrekken van gelden uit het aerarium,

maar één totaal bedrag ontving.

Tussen 312 en 328 (waarschijnlijk 326) werd het annonae te Rome een senatoriaal ambt.

(A.Chastagnol, ‘La préfecture urbaine a Rome...)

De eerste praefectus annonae was:

14- ?

C. Turranius, praef.Aegypti 7 – 4 v.Chr.

(Tac.Ann.I.7)

   
49?-55?

Pompeius Paulinus (Seneca’s schoonvader)

(Seneca. De Brev.Vitae, 19.1)

   
55-62

Faenius Rufus, praef.praet. 62-65 (Seneca’s zwager)

(Tac.Ann. XIII.13,22; XIV.51,2; XV.50,3 en 68)  

   
 

Claudius Athenodorus (IGLS  V,1998 = SEG 17,1960)

had eerder een procuratorschap in Syria onder Domitianus.

(zie o.a. Miriam T.Griffin’s, Seneca,
a philosopher in politics (1992))

   
Na 96

C.Minicius C.f.Vel.Italus

was eerder o.a. IIII vir iure dicundo, proc.prov.Hellespont.,

proc.prov.Asiae, proc. prov.Lugdunensis et Aquitanicae item Lactorae, praef.vigilum ca.96 (?),later praef.Aeg.101/102-103  

(CIL.V.875; PIR2.M 614)

   
Vóór 103

C.Vibius Maximus

praef.vigiles, en misschien annonae, praef.Aeg.103-107

   
Vóór 107

Ser.Sulpicius Similis

praef.Aeg. 107-112, praef.praet. ?-119

(Dio 69.19; Frag.Vat.233)

   
Tussen
101 en 103

M.Rutilius Lupus

praef.Aeg.113-117 (AE 1940, 38)

   
144

L.Valerius L.f.Quir.Proculus

was eerder o.a. praef.classis Alexandria, proc.Aug.Alpium Mar.,

proc.prov.Capp.,proc.prov.Asia, proc.prov.trium Gall.,

later praef.Aeg.144-147

(CIL. VI. 1002)

   
Vóór 1

M.Petronius M.f.Quir.Honoratus

was eerder proc.monetae, proc.vicesimae hereditatium,

proc.prov.Belgicaeet duarum Germaniarum,

proc. a rationib. Aug., later praef.Aeg.147/148

(CIL.XIV.4458; ILS 1340)

   
Midden
2e eeuw

Ti.Claudius Ti.fil.Pal.Secundinus L.Statius Macedonius

was eerder o.a. proc.provinc.Lugdunens.

et Aquitanicae, proc.a rationibus Aug.(Pii)

(ILS 1339 = CIL.V.867; RE 336)

   
138/161

C.Iunius C.f.Quir.Flavianus, onder Pius

was eerder o.a. proc. provinc.Lugdunens. et Aquitanicae,

proc.a rationibus

(ILS 1342, CIL.VI.1620)

   
v.a.
?152- 159

L.Volusius Maecianus

was eerder praefectus fabrum, adiutor operum publicorum,

praefectus vehiculorum, procurator bibliothecarum,

na het cura annona, praef.Aeg.161, cossuf.166?

(CIL, XIV, 250)

   
? vóór 168

Q.Baienus P.f.Pup.Blassianus

was eerder o.a. praef.classis Britannicae;

praef.classis Ravennatis;proc.Lugdunens. et Aquitanicae;

later praef.Aeg.168

(vlg.P.A.Brunt J.R.S.1975, vol.65; Zevi 1971)

   
Vóór 180

M.Aurelius Papirius Dionysius

praef.Aeg.ca.187/189 

(Paroli 1993, 159); Nuzzo 1996, 90-91)

   
179 T.Flavius Piso; praef.Aegypti 180/181
   
Vóór 189

L.Iulius Vehilius Gratus Iulianus

praef.praet.189-?191

(Dio LXXII. 14,1; Vita Comm, 7, 4. 11, 3; ILS 1327)

   
190

M. Aurelius Papirius Dionysius, 2e maal. 

praef.Aeg. ca.187/89,

in 190 tijdens hongersnoodopstand geexecuteerd.

   
Vóór 201

Claudius Iulianus p(erfectissimo) v(iro)

(Frag.Vatic.235, rescripto ad Cl.Iulianum. ILS 1346)

   
210

T.Messius Extricatus v.p.

(Portus, AE 1977.171; PIR2.­ 518; Dio 79.21,1) (zie onderaan)

   
221

Domitius Ulpianus

jurist, a libellis 202, praef.praet.222,

vermoord door de praetorianen in 223

   
ca.241

C.Attius Alcimus Felicianus p(erfectissimo) v(iro)

was eerder o.a. magister summarum rationum,

advocatus fisci provinciarum XI,

procurator alimentorum per Transpadum.

(ILS 1347)

   
253

Faltonius Restitutianus

praef.vigilum in 244  

(PIR2.F 109; CIL VI.1002)

   
250/35

Flavius Domitianus

(CIL.XIV,5342; 2e/3e eeuw ?)

   
270/275

Flavius Arabianus 

*! alléén bekend van de Hist.Aug.Vita Aurel!*

   
286/312 Scribonius (?)
   
ca.290

Hostilius Antipater v.p(erfectissimus)

(Gnomon XIII, 1938)
(zie altaarwijding aan Hercules Invictus te Ostia Antica)

   
306-312

Manilius Rusticus em(inentissimus) v.
plaatsvervangend praef.praet.

(ILS 8934; AE 1924, 112 Ostia)

   
312-313

Aurelius Victorianus

(CIL.XIV,131)

   
Na 312

C. Caelius Saturninus

vicarius van de diocese v.d. Moesia’s onder Constantijn I.

(ILS 1214=CIL VI.1704)

   
318-319

Profuturus, comes rei milit.Thracia
(Amm.Marcel.31,7,15; 8.3)      
   

   
326

Mastichianus, onder Constantijn I

(zie Gaius ‘ Het civiel recht, boek VI. 62,1:

De hereditatibus decurionum naviculariorum

cohortalium militum et fabricensium

   
328

Naeratius Cerealis

later praef.urbi 352-353, consul 358

   
Ergens na 331

Flavius Octavius Victor

financierde de restauratie van de  ‘Forum baden’ te Ostia

gebouwd door M.Gavius Maximus, praef.praet.138/139-158/159

   
Vóór 340

M.Maecius Memmius Furius Baburius Caecilianus Placidus

praef.praet. Italia en Africa 342-344

   
337/341

L.Crepereius Madalianus v(iro) c(larissimo)

praef(ecto) ann(onae) cum iure gladii  

(ILS 707; AE 1926, 119)

Belast met het onderhoud van pieren, vuurtoren en het baggeren

van de haven van Ostia (Thylander B336)

   
340/350 L.Aurelius Avianius Symmachus v.c., praef.urbi 364-365
   
340/350

Petronius (Sex.Claudius Petronius Probus, consul

(deze was of praef.annonae of vicarius van Rome)

   
361-363

Flavius Hesychius

(Oxy. XXXIV.2715. 386 na Chr.)

   
365

Maximus

   
366 Julianus (codex Theodosianus 14.15.2)
   
367 Aurelianus 
   
368-370

Flavius Maximinus

vicarius van Rome 370/71,
praef. praet. van de diocese van Gallia

(Amm.Marcell.XXVIII; XXIX,2,22,23;3,1,2;6,3. XXX,2,11)

   
372

Ursicinus, vicarius van Rome

(Amm.Marcell.XXVIII,1,44,45)

   
375/378

Sempronius Faustus v(iro) c(larissimus)

(AE.1968,1986)

“Valens, Gratianus en Valentinianus, Augusti,
besloten tot de  restauratie van de tempel
en porticus van de godin Isis te
Ostia onder toezicht van Sempronius Faustus.”

   
377 Proculus Gregorius, praef.praet.Gallia vroeg/midden 383
   
385 Nicetius (ILS 1272; PLRE)
   
385-389

Ragonius Vincentius Celsus v.c.

financierde waarschijnlijk de restauratie van de ‘Forum baden’ onder Theodosius.

(ILS 1272, Ostia)

   
350/400

Publius Attius Clementinus

(CIL XIV S, 4721 = AE 1914, 0159)

   
350/400 Antiochus ?
   
383/388 Herculius ?
   
393-394

Numerius Proiectus v.c.

(Gnomon XIII, 1938; PLRE 1)

Ten tijde van een opleving van het heidendom
onder de opstandige Arbogast

herstelde hij de Hercules cella te Ostia.

   
396-397 Caecilianus
   
403 Vitalius ?
   
425/450

Flavius Alexander Cresconius v.c.

liet de Porticus Placidiana,
een colonade met een lengte van 200 meter,

bouwen op de rechter oever van de Fossa Traiana
ter ere van Placidia, de moeder van keizer Valentinianus III

   
450/550 Achilles ?
   
400/600

Acholius Abydus v.c.

(CIL.XIV,157; 5e eeuw vlg.Seeck; 3e of 4e eeuw vlg.R.Syme,

BHAC 1972/74, 1976, 315  PIR2 A 0036)

   
522 Sabinus ?
   
   

M.Cébeillac-Gervassoni heeft deze buitengewone carrière
in verband gebracht
met T.Messius Extricatus die in 210
praef.ann. was en 7 jaar later consul II.

Zij gaat ervan uit dat de cursus van Stein
in de verkeerde volgorde staat en reconstrueert deze als volgt:

A studiis vóór 210, praef.ann.210, pontifex minor rond 210,

adlectus inter praetorios, legatus legionis,

adlectus inter consulares (ornamenta consularia!), comes et amicus Caesaris,

consul II in 217, en praefectus praetorio in 221-222.

Zo zou deze eques vlg. haar op een normale wijze via adlectio senator zijn geworden.

Het laatste – equestrische -  ambt zou te wijten zijn
aan de buitengewone omstandigheden ten tijde van Elagabalus.

Ook zonder de verbinding met Extricatus is ook Stein van mening
dat deze inscriptie gedateerd moet worden in de tijd van Elagabal
us.

 

Op chronologische gronden is het vlg. Michael Peachin en Gerhard Preuss
echter niet erg waarschijnlijk dat deze senator zijn aanstelling
als ab epistulis Graecis al onder Elagabalus ontving.
Zij pleiten voor: 

Missio ad iuniores legendos in 238 en Iudex vice Caesaris tussen 251-253.

Tussen deze beiden datums zou dan moeiteloos zijn cura Campanorum,

consulaat en legatus Augusti Syria (Coele?) kunnen worden ingepast.

Voor de paar resterende ambten is er daarna voldoende ruimte.

 

Volgt men echter de argumentatie van Stein
en laat men zijn keizerlijk ambt ab epistulae vallen
en onder Elagabalus
onstaat er dan een ambtsloze periode

van minstens 16 jaar tussen zijn ab epistulis
en zijn werkzaamheden in de regio Aemilia et Liguria.

Dit bezwaar vervalt als men uitgaat van een vroegere datering van deze

troepenaanstelling in deze Italische regio.