|
|
M.Aurelius Probus. -Probus- |
|
Geb. ca. 232 te Sirmium (Mitrovitz) in Pannonia. Overl. na 29 Augustus 282. |
||
|
Vanaf zomer 276: Imp.Caes.M.Aur.
Probo Pio Fel.Aug. 1 Nam de titel van, “deus et dominus natus” ["geboren god en heer"]. Consul in 277, consul II, in 278, consul III, in 279, consul IV, in 281, consul V, in 282. Ontving de eretitels: Gothicus maximus in 277; Germanicus maximus in 279; Parthicus Persicus maximus in 279; Medicus maximus in 279. Uitgeroepen tot keizer in het oosten; waarschijnlijk omstreeks dezelfde tijd als Florianus in het westen. Probus werd erkend in Syria, Palestina, en Egypte. Florianus in Asia minor en Europa. |
||
|
Kort overzicht van
Probus’ belevenissen begonnen door Tacitus en Florianus tegen de Gothen in Asia minor., want in 277 verkreeg hij de cognomen,
Gothicus maximus. in Gallia onder Proculus en vervolgens een onder Bonosus, de praef.classis Germanica (Bevelhebber
van de Rijn vloot)
te Agrippinensis. 2 waar zijn vertrouweling, de legatus Aug.pro pr., Julius Saturninus - mogelijk onder druk van zijn
troepen - zich tot Augustus had uitgeroepen. de legers van Raetia en Noricum hun bevelhebber, Carus, dwongen het keizerschap op zich te nemen. neer te slaan sloten zich aan bij de opstand. Toen de resterende troepen van Probus
dit hoorden vermoordden zij de keizer. van verraad wordt gedaan in Car. VI,
1. |
||
| Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten) | ||
| 1. | ILS 594 trib.pot.,
cos.1, p.p., d.d. 1.a.276 in eodem lapide est titulus
Tranquillinae Gordiani |
|
| 2. | De Germaanse stam der Ubii sloten een overeenkomst met de Romeinen en vestigde zich op de linkeroever van de Rijn. dochter van Germanicus en
Agrippina Agrippae f. de plaats tot een Romeinse colonia onder de naam “Colonia Claudia Ara Agrippinensis” hetwelk in 90 na
Chr. |
|