L.Septimius Julius Bassianus
           -Caracalla-
 


Geb. 4-4-188 te Lugdunum. (Lyon)
Overl. 6 of 8- 4 –217 nabij Edessa. 1

Zoon van L.Septimius Severus
en van Julia Domna 2, dochter van Julius Bassianus,
hogepriester van de god Elagabalus. 3

te Emesa 4 in Syria.

Keizer 4 Februari 211 – 6 of 8 April 217

 
 

Huwde: in April 202 met Fulvia Plautilla,
dochter van de praefectus praetorio

C.Fulvius Plautianus 5 en zij werd direct

verheven tot Augusta.

Scheiding in 205. 6
 

 
   

Functies:

195 (196?) Caesar en M.Aurelius Antoninus. 7
197.Pontifex, princeps iuventutis en Imperator destinatus.
198 (voor 3 Mei.). Imp. Caesar M.Aurelius Antoninus Augustus. 8
201.Toga virilis.
Dies imperii 28 Januari.
(Na Severus’ dood werd dit 4 Febr.; zijn sterfdag)
Consul in 202 te Antiochia met zijn vader als collega,

en ontving de titel Parthicus Maximus.
Consul II, in 205 met zijn broer Geta als collega.
Consul III, in 208 met zijn broer Geta als collega, consul IV, in 213.

Tribunicia potestas Caracalla.
 

I 28 Jan.(?) 198 t/m 9 Dec.198 (en imp.)
II 10 Dec.198 t/m 9 Dec.199
III 10 Dec.199 t/m 9 Dec.200
IV 10 Dec.200 t/m 9 Dec.201
V 10 Dec.201 t/m 9 Dec.202 (en consul)
VI 10 Dec.202 t/m 9 Dec.203
VII 10 Dec.203 t/m 9 Dec.204
VIII 10 Dec.204 t/m 9 Dec.205 (en cos.II)
iX 10 Dec.205 t/m 9 Dec.206
X 10 Dec.206 t/m 9 Dec.207 (Imp.II)
XI 10 Dec.207 t/m 9 Dec.208 (cos.III)
XII 10 Dec.208 t/m 9 Dec.209
XIII 10 Dec.209 t/m 9 Dec.210
XIV 10 Dec.210 t/m 9 Dec.211
XV 10 Dec.211 t/m. 9 Dec.212 (Imp.III?)
XVI 10 Dec.212 t/m. 9 Dec.213 (cos.IV)
XVII 10 Dec.213 t/m 9 Dec.214 (Imp.IV)
XVIII 10 Dec.214 t/m 9 Dec.215
XIX 10 Dec.215 t/m 9 Dec.216
XX 10 Dec.216 tot 6/8 -April-217

Acclamationes Imperatoribus.

I. in 198 ; II. in 207 ; III. in 212?; IV. in 214.

Kort overzicht van Caracalla’s belevenissen.

Vertrok in de lente van 213 naar Gallia Narbonensis 9;
ondernam in dat jaar een campagne in Raetia 10 tegen de Alamanni,
een invasie in Germania met een overwinning aan de Mainz,
en verkreeg hiervoor de cognomen Germanicus Maximus.
In de lente van 214 naar het oosten; via Dacia 11 naar de Donau,
vervolgens via Thracia naar Asia minor waar hij de winter
van 214-215 doorbracht te Nicomedia in Bithynia.
Daarna naar Antiochia en later naar Alexandria vanwaar hij terugkeerde
naar Antiochia waar hij de winter van 215-216 doorbracht.
In de lente van 216 trok hij via noord-Mesopotamia over de Tigris
naar Arbela 12 vanwaar al voor zijn aankomst de Parthische legers
zich terugtrokken. (Dio, lxxviii.1.1 2.)
De winter van 216-217 bracht hij door te Edessa (nu Urfa) in
noordelijk Mesopotamië. (zie verder noot 1)

Dio 79, 6.
[Caracalla] leefde negenentwintig jaren en vier dagen

(want hij was geboren op vier April), en na zes jaren,

twee maanden en twee dagen geregeerd te hebben.

Bronnen: Hist. Aug. Anton. Carac. 7 ; Cassius Dio 79 ; Herodianus 4,13.
 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Hij werd op 6 April 217 (Hist.Aug.VI.6) op zijn verjaardag

(4 April vlg.Dio LXXVIII.6,5) vermoord door de evocatus Julius Martialis,

e.e.a. op instigatie van de samenzweerders: Opellius Severus Macrinus,

praef.praetorio (en de nieuwe keizer) , de gebroeders Nemesianus
en Apollinaris, beiden tribuun in de praetoriaanse garde,
Aelius Decius Triccianus, praef.legionis Secundae Parthica,

en Marcius Agrippa, praef.classis.
De moord vond plaats tussen Carrhae en Edessa. (ten oosten van de Eufraat)
Caracalla werd ter plaatse gecremeerd en zijn as werd

naar zijn moeder – die op dat moment in Antiochië verbleef – gestuurd.
Volgens Cassius Dio deed zij eerst een poging de macht te grijpen,
doch toen dit mislukte en zij bevel kreeg om Antiochië te verlaten,
weigerde zij vervolgens voedsel en drank, en stierf.
Volgens Herodianus pleegde zij, na het vernemen van de moord

op haar laatste zoon, onmiddellijk zelfmoord.  Terug naar tekst

 
   
2.

ILS 324
Iulia Aug.1, mater Augg. et castrorum, matronis restituit.
Sabina Aug. matronis.
 ■ Romae. 1.Iulia est Domna, mater Caracalae et Getae


Julia Domna werd ‘Mater castrorum’ (Moeder v/h kamp) op 14-4-195.

(Datum papyrus BGU, 362,11; 15-17), e.e.a. in navolging van Faustina minor.  Terug naar tekst

 
   
3.

El Gebal (Ilāh ha-Ğabal: heer der berg), ook bekend als El-Gabaal,

Elagabal, Heliogabal, Heliogabaal was een Fenicische- Syrische zonnegod.  Terug naar tekst

 
   
4.

Emesa, de Romeinse naam voor de Syrische stad die nu Homs heet.  Terug naar tekst

 
   
5. Praef.Praet.c.197 ? -205 (ILS 1328).  Terug naar tekst  
   
6.

Plautianus – die te machtig was geworden - viel in 203 in ongenade.
Met de moord op Plautianus in 205,

(Vrijwel zeker in opdracht van Caracalla
die zowel Plautianus als wel diens dochter Plautilla hardgrondig haatte,
een wederzijdse haat trouwens wat hen betrof)

ontviel aan Plautilla niet alleen haar vader maar ook diens bescherming.
Caracalla scheidde van haar, (en drong aan op haar terechtstelling;
zijn vader wilde daar echter niet van horen)

haar titel van Augusta werd haar ontnomen,
en zij werd verbannen naar het eiland Lipara , (Dio 76,6,3)
en later, na Severus overlijden in 211, door Caracalla terechtgesteld.

(Dio. 77,1,1)

De Senaat in Rome kondigde een damnatio memoriae af over Plautianus.
(Vervloeking van de nagedachtenis)
(ILS 427; 456; 2163 etc) 
Terug naar tekst

 
   
7.

Septimius Severus wilde de status van zijn geslacht verhogen
door een (niet bestaande) verwantschap te suggereren met die van

keizer Marcus Aurelius en diens voorgangers,
en daarmee de heerschappij van zijn huis te legitimeren.
Vlg, Dio verzocht hij hiertoe de senaat hem te erkennen
als zoon van Marcus Aurelius en broer van Commodus.
Tevens verzocht hij hen het ‘Damnatio Memoriae’ van Commodus

te annuleren en hem daarentegen te vergoddelijken.
(Zie RIC.4, p.66 ; p.99, nr.72 “Severi Aug.Pii fil.” en p.99,nr.65-67

” Divi M.Pii F. ”  (Imp.VII, 195) )

ILS 420
Imp. Caesari divi Marci Antonini Pii Germ.Sarm.

filio divi Commodi fratri, divi Antonini Pii nepoti,

divi Hadriani pronepoti, divi Traiani Parth.abnepoti,

divi Nervae adnepoti,L.Septimio Severo Pio Pertinaci Aug.Arab.Adiab.

,pont.max.,trib.pot.v1, imp.viii, cos.ii,p.p.,

col.Aelia Hadriana Augusta Formiae.
 ■ Formiae. 1.a 197 in eodem trib.pot.quinta Severus etiam nonum

      et decimum imperator appellatus est. 

Terug naar tekst

 
   
8.

Mede-keizer van zijn vader Septimius Severus.

ILS 427
Genio eq.sing.Augg.nnn.et Herculi invicto pro salute et victoria et reditu impp.Caess.L.Septimi Severi Pii Pertinacis Aug.et M.Aureli Antonini Pii Felicis Aug.et L.Septimi Getae nobilissimi Caes.1 et Juliae Aug.2 matr.Augg.et kastr.et C.Fulvi Plautan.
3 pr.pr.c.v.et necessari [Augg.]
 ■ Romae.

      Titulus positus ante caedem Plautiani, quam accidisse d.22 Ian.203,

      sed factam esse postea videtur 204 aut 205. 1,2, et 3 Erasa.
 ■ Mogelijk is Caracalla al eind 197 verheven tot Augustus. 

Terug naar tekst

 
   
9.

De provincie is genoemd naar de hoofdstad Narbo, nu Narbonne.
Het omvatte zuid-oost Frankrijk tot aan Vienne in het noorden
(stad en gemeente in het Franse departement Isère en Toulouse in het westen. ) 
Terug naar tekst

 
   
10. Ongeveer het huidige Beieren.  Terug naar tekst  
   
11. Het huidige Roemenië.
Keizer Traianus veroverde in 106 heel Dacia
en dwong de Dacische koning Decebalus tot zelfmoord.
Dacia werd als provincie ingelijfd bij het Romeinse rijk. 
Terug naar tekst
 
   
12. Arbela. het huidige Arbîl of Erbil in Kurdistan; het noord-oosten van Irak.  Terug naar tekst