| De Dertig Pretendenten | ||
Historia Augusta |
||
(inleiding tot de Dertig Pretendenten door Trebellius Pollio) |
||
|
|
||
Na vele boeken te hebben geschreven in een stijl noch die van een historicus noch die van een geleerde maar slechts die van een leek, hebben we nu de jaren bereikt waarin de pretendenten opstonden – de jaren waarin het Rijk werd bestuurd door Gallienus en Valerianus - toen Valerianus in beslag werd genomen door de grote eisen van de Perzische oorlog en Gallienus, zoals op de juiste plaats zal worden verteld, niet alleen door mannen maar ook door vrouwen geminacht werd. Maar daar de mannen die van alle kanten van het Rijk toestroomden om de keizerlijke macht te grijpen zo obscuur waren kunnen de geleerden weinig over zaken hen betreffende zeggen noch kan dit van hen verlangt worden, en daar de historici die in het Grieks of Latijn hebben geschreven enkele van hen hebben overgeslagen noch zelfs aandacht hebben geschonken aan hun namen, en, om te besluiten, daar zekere gegevens over hen door zovelen zo verschillend zijn overgedragen, heb ik ze daarom allen in één enkel boek verzamelt, en dan ook nog een kort boek, speciaal omdat veel hen betreffende al is gezegd in de Levens van Valerianus en Gallienus en het niet nodig is deze hier nog eens te herhalen. |
||
|
||
| De collectie bevat eigenlijk 32 namen, waarvan de laatste twee een soort appendix vormen twee namen bevattend ontegenzeggelijk niet uit Gallienus’ tijd. Volgens Gall., xvi. 1; xix. 6; xxi. 1, zou het er volgens het oorspronkelijke plan van de auteur 20 bevatten, maar zoals Peter opmerkte (Abh. Sächs. Ges., xxvii. p. 190 f.), werd dit aantal verhoogd tot de Dertig Tirannen van Athene door er onnodig namen aan toe te voegen. |
||
|
||
Tyranni Triginta – De Dertig Pretendenten |
||
Als wij van de lijst de namen verwijderen van de twee vrouwenen de zes jongelingen die nooit de keizerlijke macht hebben bezeten,dan verminderd dat de lijst tot 22. |
||
Hiervan mogen wij met zekerheid aannemen dat Cyriades, Odaenathus, Maeonius en Ballista nooit het purper hebben bekleedt, en hetzelfde kan met bijna dezelfde zekerheid worden gezegd van Valens, Piso en Aemilianus. Saturninus, Trebellianus en Celsus mogen worden beschouwd als verzinsels van de auteur. |
||
Van de twaalf overgebleven namen was Valens “Superior” van de tijd van Decius en Victorinus, en Tetricus van de tijd van Claudius en Aurelianus. Dus de lijst van authentieke pretendenten onder Gallienus verminderd zichzelf nu tot negen, te weten: Postumus, (258 – 268), Laelianus, Marius, Ingenuus (258), Regalianus 258?), Aureolus (268), en Macrianus en zijn twee zonen (260-261). (D.Magie 1937). |
||
1. Cyriades, ofwel Mariades genoemd.
|
||
2. M.Cassianius Latinius Postumus Augustus.
Tengevolge van deze rivaliteit veroverde Postumus Keulen en liet Silvanus en de prins ter dood brengen. Vervolgens riep hij zichzelf uit tot keizer en ondanks Gallienus’ inspanningen bleef hij tot zijn dood in Mainz in 268 of 69 praktisch onafhankelijk heerser over Gallië. De vraag op welke datum Postumus’ aanvaarding van de keizerlijke macht plaats vond is verbonden met de naam van de vermoorde prins. Hoe dan ook, Saloninus schijnt nog in leven te zijn geweest in 260-261. Het was de oudere zoon, Valerianus, die ter dood werd gebracht in Keulen; dit komt overeen met de bewijzen dat de opstand van Ingenuus plaats vond in 258. |
||
|
||
|
||
|
||
|
||
6. Ingenuus. |
||
Gouverneur van de Pannonische provincies, werd tot Keizer uitgeroepen door zijn legioenen in Moesië en door die in Pannonië. Gallienus echter versloeg Ingenuus in de slag bij Mursa (Eszek) of te Sirmium (Mitrovitz) in Pannonië. Ingenuus sprong in het water en maakte zo een eind aan zijn leven.
|
||
7. Regalianus Augustus. |
||
|
||
8. Aureolus. |
||
Als commandant van Gallienus’ cavalerie leverde een grote bijdragen in de succesvolle strijd tegen Ingenuus. Later werd hij naar Thracië gezonden om tegenstand te bieden aan de oprukkende Macrianus wiens troepen hij overhaalde zich zonder strijd overgegeven. In 268 verklaarde hij zichzelf Keizer en trok op tegen Milaan. Gallienus belegerde hem maar viel tijdens de belegering. Na zijn dood onderwierp Aureolus zich aan Claudius maar plande weer eenopstand maar werd tijdens het begin hiervan door zijn soldaten gedood. Terug naar tekst |
||
|
||
|
||
10. T.Fulvius Junius Macrianus Augustus. (Junior.) Zie boven, laatste alinea. Terug naar tekst |
||
11. T.Fulvius Junius Quietus Augustus. |
||
|
||
12. Septimius Odaenathus. |
||
|
||
Een lid van de belangrijkste familie van Palmyra, hij ontving van de Romeinse regering de titel van consularis. Later werd hij benoemd tot heerser over het oosten, een algemeen imperium over alle Aziatische provincies en Egypte, maar ondergeschikt aan dat van de Romeinse keizer. Naderhand nam hij de titel aan van koning van Palmyra. Er is geen bewijs dat hij ooit de titel van Augustus heeft ontvangen van Gallienus, of het ooit zelf heeft aangenomen, of dat hij op welke manier dan ook rebelleerde tegen het gezag van Rome, ondanks dat in feite zijn positie bijna dat was van een onafhankelijke prins. Hij huwde Septimia Zenobia Augusta. Hij had een zoon (bij een eerdere vrouw) Vaballathus Athenodorus genaamd die zijn vader in 266-267 opvolgde en gezamelijk met Zenobia regeerde. Ofschoon Mommsen er op wees dat de titel van Augusta waarschijnlijk een eretitel was, en er geen enkele reden is om te geloven dat zij in feite de keizerlijke macht opeiste. Herennianus en Timolaus, noemen haar in deze serie van vitae als de zonen van Odaenathus en Zenobia, zijn uit geen andere bron bekend. Indien deze twee prinsen al ooit hebben bestaan waren de jongere zonen die nooit hebben geheerst. Odaenathus trok, met zijn leger, op tegen de Perzen, hij onderwierp Hisibis en het grootste deel van het oosten samen met geheel Mesopotamië, versloeg koning Sapor en dwong hem te vluchten. Toen wende hij zich tot de oriëntaalse provincies in de hoop Macrianus te kunnen vernietigen die in oppositie tegen Gallienus met regeren begonnen was, maar deze was al opgetrokken tegen Aureolus en Gallienus. Nadat Macrianus gesneuveld was, doodde Odaenathus ook zijn zoon Quietus, daarna, nadat hij voor het vergrootte deel orde op zaken had gesteld in het oosten, werd hij te Emesa (Homs) in 266-267 vermoord door zijn neef Maeonius. Terug naar tekst
|
||
13. Herodes. |
||
|
||
14. Maeonius. |
||
|
||
15. Ballista. |
||
|
||
16. Valens. |
||
|
||
17. Valens superior. |
||
|
||
18. Piso. |
||
■ Er zijn geen munten van Piso bekend en hij moet als fictief worden beschouwd. Terug naar tekst |
||
|
||
20. Saturninus. |
||
|
||
|
||
22. C.Pius Esuvius Tetricus Caesar. (Zoon van bovengenoemde) |
||
23. Trebellianus. |
||
|
||
24. Herennianus. |
||
Hij en Timolaus, in de vitae reeks genoemd als de zonen van Odaenathus en Zenobia en als heersent met hun moeder zijn uit geen andere bron bekend. De zoon van Odaenathus die hem in 266/267 opvolgde en samen met Zenobia regeerde was Vaballathus Athenodorus. Terug naar tekst |
||
25. Timolaus. Zie hierboven. Terug naar tekst |
||
26. Celsus. |
||
|
||
27. Septimia Zenobia Augusta. |
||
|
||
28. Victoria. |
||
|
||
29. Titus. |
||
|
||
30. Censorinus. |
||
|
||
Het einde van de Tyranni Triginta door Trebellius Pollio. |
||