D. Junius D. f. D. n. Brutus Albinus.  RE -55a supb. 5.-

   

Geb. ca. 81 v.Chr.
Overl. Juni 43 v.Chr. in Gallia.

Zoon van D.Junius D.f.M.n.Brutus, consul 77 v.Chr.
en van – waarschijnlijk – Postumia.
1
Adoptiefzoon van een Postumius Albinus.
2
 
 
Huwde in 50 v.Chr. met Valeria Paulla 3,
zuster van C.Valerius Triarius, praefectus classis 49-48.

 
   
Functies:

Praefectus classis in 56,
4   praefectus in 52. 5
Quaestor in ca. 50,
6   legatus in 49. 7
Legatus pro praetore? Gallia Transalpina 48-46.
Praetor 45.
8 Proconsul Gallia Cisalpina 44-43.
Consul designatus 42 v.Chr.
 
 

Kort overzicht van D.Brutus’ belevenissen.

D.Junius Brutus voerde in 56 v.Chr., met succes,
het bevel over Caesar’s vloot tegen de Veneti.
In 52 was hij één van Caesar’s praefecten in Gallia en verleende goede diensten tegen Vercingetorix.
Bij zijn terugkeer in Rome in 50 huwde hij Valeria Paulla.
9
Voerde in 49 het bevel over de vloot operaties bij Massilia wat leidde tot de overgave van de stad.
Werd door Caesar benoemd tot proconsul (leg.pro pr.?)
in Gallia Transalpina van 48 tot begin 45 (gedurende drie jaren)
in welke tijd hij een opstand van de Bellovaci neersloeg.
10
Ondanks alle gunsten hem verleend door Caesar nam hij deel aan de

samenzwering tegen en de moord op Julius Caesar op de Ides vam Maart 44 v.Chr.

(15 Maart) terwille van de z.g. Libertas van een kleine bevoorrechte groep.
Kort hierna bleek dat hij door Julius Caesar per testament was benoemd
tot voogd over diens e.v.t. zoon, en als één van Caesar’s secundaire erfgenamen.
Tijdens een bijeenkomst op 17 Maart in de tempel van Tellus
werd er amnestie verleend aan de moordenaars.
D. Brutus was wantrouwig ten opzichte van M.Antonius’ vertrek in April 44
naar zijn provincie en bereidde zich voor op verzet tegen Antonius
die door een wet van 1 Juni wettig aanspraak kon doen gelden op de provincie

Gallia Cisalpina.
Brutus werd te Mutina belegerd door Antonius
doch kon door de uitslag van de slag bij Forum Gallorum
11 op 14 April,
en de daarop volgende slag van Mutina van 21 April worden ontzet.
Hij achtervolgde Antonius op diens terugtocht doch deze zag kans
zich te verbinden met M.Aemilius Lepidus, de III vir.r.p.c., en diens legioenen,
en daarna tevens met L.Munatius Plancus, de legatus van Gallia Comata.
Tijdens Brutus Albinus’ ontsnappingspoging naar M.Junius Brutus in Macedonia
werd hij gevangen genomen door Camilus, een Keltisch stamhoofd,
en op bevel van Antonius gedood.
(Zie. M.Antonius en Vibius Pansa) Zie: Cic.Fam. Bk.XI, ep.I, IV, tot XXVI

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1. Sempronia genoemd als zijn moeder
is vermoedelijk slechts zijn stiefmoeder geweest.  
Terug naar tekst
 
   
2. T.P.Wiseman in ‘Cinna the Poet’, 1972:
‘Mogelijk was zijn adoptiefvader A.Post[humius] A.f.S.n.Albin[us]
die in 81 v.Chr. munten sloeg voor Cornelius Sulla.
(De Postumia gehuwd met Ser.Sulpicius Rufus, cos. 51,
zou dan misschien diens zuster zijn geweest? Lang niet zeker!) 
Terug naar tekst
 
   
3.

Valeria liet zich in 50 v.Chr. scheiden van haar eerdere
- net uit het buitenland terugkerende echtgenoot -
en huwde direct daarop met Brutus Albinus. (Ookwel: Valeria Polla) 
Terug naar tekst

 
   
4.

(B.G.III.5, 16)
Praefectus classis ofwel praefectus navium.
De marine stond als regel onder bevel van de bevelhebber van de landlegers.
In de late Republiek werd de marine of haar eskaders aangevoerd
door officieren met de titel praefectus classis of praefectus navium.
Kennelijk zowel uit de senatorenstand alswel uit vrijgelatenen.
In de tijd der Princeps uit de stand der equites.
In militaire rang waren zij gelijk aan de bevelhebber van een legioen. 
Terug naar tekst

 
   
5.

App.B.C.III.98: Praef. equitum, aanvoerder van een cavallerie eenheid.  Terug naar tekst

 
   
6.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies
met de proconsuls van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren verhoogd tot 40. 
Terug naar tekst

 
   
7. Liv.per.110: ‘relectis…. Legatis C.Trebonio et D.Bruto’  Terug naar tekst  
   
8.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v.een consul met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur
uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8 verhoogd naar 16. 
Terug naar tekst

 
   
9. Cic.VIII. 7, 2.  Terug naar tekst  
   
10. Vlg.Broughton 47- 46.  Terug naar tekst  
   
11. Op ca. 11 km ten Z.O van Mutina (Modena)  Terug naar tekst