Paullus Fabius Persicus.

   

Geb. ca. 2 v.Chr.
Overl. na 48 en mogelijk vóór 57.

Zoon van Paullus Fabius Maximus, consul 11 v.Chr., en van Marcia, dochter van L.Marcius Philippus, cossuff. 38 v.Chr., en van Atia minor.
 
 
Functies:

Quaestor van Tiberius Augustus,
1  praetor. 2
Consul in 34.
3 (De laatste consul in de familie)
Proconsul van Asia onder Claudius, 43/44?
4
Curator alvei Tiberis et riparum et cloacarum urbis.
5
Arvalis
6 sinds 15 als opvolger van zijn vader.
Pontifex,
7  sodalis Augustalis. 8
 
Misschien vader van: 9

1.  Fabius Numantinus.
2. (Fabius) Persicus Asturicus.

 
   
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.

10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies met de proconsuls
van de senaats provincies: 2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr.het aantal quaestoren

verhoogd tot 40.

Volgens Mommsen in ‘Römisches staatsrecht’:
20 quaestores, waarvan: 2 quaestores Augusti; 2 quaestores urbani;
4 quaestores consulum; en 12 quaestores provinciae.
(Let op! Het feit dat Mommsen.spreekt van q. Aug. houdt in
dat hij doelt op de tijd van het principaat,
terwijl het bovengenoemde in feite duidt op de tijd van de republiek
.) 
Terug naar tekst

 
   
2.

Praetoren.
Jaarlijks werden 8 praetoren gekozen door de comitia centuriata.
Hier onder de praetor urbanus, voor de rechtspraak tussen

Romeinse burgers, en de praetor peregrinus voor de processen waarbij

een vreemdeling was betrokken.

Praetoren konden eventueel i.p.v. een consul
met een militair commando worden belast.
Na afloop van hun ambtsjaar konden zij als pro praetor het bestuur

uitoefenen over een provincie.
Onder Julius Caesar werd hun aantal van 8
geleidelijk verhoogd naar 16 in 44 v.Chr.

Augustus verlaagde hun aantal tot 12.

Onder zijn opvolgers werden het er 18.  Terug naar tekst

 
   
3.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.
In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.


Grote veranderingen vonden plaats in de eerste eeuw v.Chr.
toen de staat in de macht kwam van militaire leiders en daarna

van de keizers.
De oude ambten werden toen prestigieuze maar betekenisloze sinecures.
Julius Caesar liet naar willekeur personen verkiezen tot consul.
Onder Augustus was het consulschap nog slechts een schaduw van wat het ooit was.
Vanaf de tijd van Tiberius lagen de consulverkiezingen in handen van

de senaat die alleen hen kozen die door de keizer waren aanbevolen.  Terug naar tekst

 
   
4.

Zie brief als procos. op pag.213 [586] = Suppl.Epigr.Gr. IV.516 (ca.44)  Terug naar tekst

 
   
5.

Vlg.PIR2 F 42: cur.rip. et alv.Tib., non ante 47;
de onbekende bron zegt: vóór 43, dito toga virilis in 15.

Curator alvei Tiberis et riparum et cloacarum urbis :
Consulair beheerder van het bed en de oever van de Tiber en de riolering van Rome. 

Terug naar tekst

 
   
6. Vlg.PIR2 F 42:
Memoratur inter fraters Arvales iam a.20, 21, certo a. 35, 36, 38, 39.
Vlg.onbekende bron: promagister 35.

Fratres Arvales.
Een uit 12 mannen bestaande broederschap die in 29 v.Chr.
door Augustus nieuw leven werd ingeblazen.
De leden bestonden in de tijd van de Julische-Claudische dynastie
uit mannen van redelijk sociaal aanzien: nobiles en ex-consuls.
Daarna behoorden zij met de sodales Titii en de Fetiales
tot de minst belangrijke orde. 
Terug naar tekst
 
   
7. ILS 951
[Paullus Fa]bius Persicus pontifex, sodalis Augustalis, frater Arvalis ----- Ephesi.

Pontifices.
Sedert Sulla een college van 15 priesters onder voorzitterschap
van de Pontifex maximus; in totaal dus 16 priesters.
Zij hielden o.a. toezicht op de godsdiensten.
(Vanaf 12 v.Chr. waren alle opeenvolgende princeps pont.max.)
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn
van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status,
het aanzien en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia
Terug naar tekst
 
   
8.

Sodales Augustales.
Priesters van de tot god verheven Augustus; sedert 14 na Chr.
Zij kwamen in aanzien direct na de vier grote priesterorden.

‘Er waren oorspronkelijk vijfentwintig sodales Augustales,
eenentwintig senatoren door loting aangewezen en vier leden

van de keizerlijke familie.
Zij waren belast met de cultus van de gens Iulia te Bovillae welke,

lang geleden ingesteld, nu was gegroepeerd rond de centrale figuur van Divus Augustus.
De meer belangrijke delen van de plichten van de sodales werden

in Rome vervuld, zoals de jaarlijkse inferiae voor de dode leden van

de keizerlijke familie in het Mausoleum op het Campus Martius

en bovenal de cultus van Divus Augustus.’
(Stefan Weinstock, JRS 47 (1957), p.146/7.) 
Terug naar tekst

 
   
9. Vlg. U.Vogel-Weidemann.  Terug naar tekst