Marcus Antonius M. f. M. n. III r.p.c. RE 30 

Geb.14-1-82 v.Chr.
1
Overl.1-8-30 v.Chr. te Alexandria, Egypte.
2

Zoon van M.Antonius Creticus, praetor 74 v.Chr,
en van Julia,

dochter van L.Julius Caesar, consul 90 v.Chr.
 

 
 
 

Huwde 1: met Fadia 3, dochter van Q.Fadius Gallus.

    Fadia overleed vóór 44.

Huwde 2: in ca. 54 v.Chr. met Antonia, dochter van C.Antonius Hybrida,

               consul 63 v.Chr. 4

Hieruit:
Antonia, geb.tussen 54-49 v.Chr. (Zie aldaar)

    Scheiding in 47 v.Chr.

Huwde 3: in 46 v.Chr. met Fulvia
5, dochter van M.Fulvius Bambalio
               en van Sempronia, dochter van Sempronius Tuditanus.

Hieruit:
1. Marcus Antonius Antyllus.
6
2. Iullus Antonius. (Zie aldaar)

Fulvia overleed in 40 v.Chr. te Sicyon in Macedonia.
 

Huwde 4: in Oct./Nov.40 v.Chr. met Octavia 7,
dochter van C.Octavius, praetor 61 v.Chr. en van Atia maior.

Hieruit:
1. Antonia maior. geb.39 v.Chr. (Zie aldaar)
2. Antonia minor. geb.36 v.Chr. (Zie aldaar)

    Scheiding in ca. Mei/Juni 32 v.Chr.
 

   

Huwde 5. in 36 v.Chr. met Cleopatra VII,

koningin van Egypte, dochter van

Ptolemaeus XII Auletes (de fluitspeler),
en van diens zuster Cleopatra VI.
8

Hieruit:
1. Alexander Helios, geb.40 v.Chr.
9
2. Cleopatra Selène, geb. 40 v.Chr.
10
3. Ptolemaeus Philadelphus, geb. 36 v.Chr.
 
Cleopatra pleegde zelfmoord, waarschijnlijk op 10 Augustus 30 v.Chr.

 
   

Functies:


Praefectus equitum
11 in Syria 57-55 v.Chr., onder A.Gabinius,
consul 58, en proconsul van Syria 57-54 v.Chr.
Quaestor in 50.
12, augur 50. 13, tribunus plebis in 49. 14
Magister Equitum van Sept./Oct. 48 - herfst 47.
15
Consul in 44 v.Chr.
16
Flamen Divi Iulii in 44.
17, en
Priester van de nieuw gevestigde orde van de Luperci Iuliani.
Proconsul van Gallia Cisalpina en Gallia Transalpina 43-40.
Triumvir rei publicae constituendae 43-38.
18
Triumvir rei publicae constituendae 37-33.
19
Consul II, in 34, consul designatus 31.
 

 

Kort overzicht van Antonius’ belevenissen.

Marcus Antonius was afkomstig uit een roemrijke doch verarmde plebeische familie.
Zijn vader schijnt een goedaardig maar vrij zorgeloos man te zijn geweest.
Zijn grootvader was van een ander kaliber; consul in 99 v.Chr.
en vermaard redenaar werd deze in begin Januari 86 door Caius Marius
in diens 7e consulaat vermoord.
Marcus, na zijn cavallerietijd in Syria onder Gabinius,
sloot zich aan bij Julius Caesar en betoonde zich een bekwaam en moedig generaal.
Tijdens de slag van Pharsalus (48) voerde hij het bevel over de linkervleugel
en werd als magister equitum – net als al eerder in 49 als volkstribuun –
belast met het hoogste gezag in Italië.

Antonius werd in 45 v.Chr. door Julius Caesar, via de Lex Cassia,

opgenomen in het patriciaat. (adlectio inter patricios)
Antonius, groot, sterk, en getraind vechtjas, werd op de beruchtte Idus van Maart

(15 maart 44) met opzet door C.Trebonius, cossuff.45,

weggehouden van de plaats van de moord op Caesar.
Na de moord vluchtte Antonius in eerste instantie doch keerde terug
met de steun van de troepen van de Magister Equitum M.Aemilius Lepidus
en stelde zich in het bezit van Caesars papieren en schatkist.
Antonius liet na de moord op Caesar als diens collega-consul in 44
een wet aannemen waarbij de maand Quinctilis voortaan Iulius genoemd zou worden.
Het dictatorschap werd voor eeuwig afgeschaft;
al Caesars daden werden bindend verklaard;
de Sicilianen ontvingen het Romeinse burgerschap

(Caesar had hen het Latijnse recht verleend)
en – opdat Lepidus beloond kon worden voor zijn hulp – werd aan het Volk
het kiesrecht ontnomen van de Pontifex Maximus
welke functie door de moord op Caesar vrij was gekomen.

Sinds 1 Juni 44 was hij proconsul van Gallia Cisalpina en Transalpina voor de duur van 5 jaren.
Sinds begin 43 belegerde hij de nog door Julius Caesar benoemde proconsul
van Gallia Cisalpina D.Iunius Brutus te Mutina.
Hij werd in de veldslagen te Forum Gallorum op 14 April 43
en te Mutina op 21 April 43 verslagen door de consuls van 43, A.Hirtius
en C.Vibius Pansa, met steun van C.Octavius als propraetor.

Tijdens Antonius’ westwaartse terugtocht sloot de praetor 43 P.Ventidius
zich met drie legioenen bij hem aan te Vada aan de Ligurische kust.
Beiden werden door de senaat te Rome tot staatsvijand verklaard.
Na zich op 29 Mei te Forum Iulii (Frèjus) te hebben verenigd met

M.Aemilius Lepidus 20, nu de proconsul van Gallia Narbonensis en

Hispania citerior – waarop ook deze op 30 Juni 21 tot staatsvijand

werd verklaard – verzekerden beiden zich van de steun van

C.Asinius Pollio, de proconsul van Hispania Ulterior,
en M.Munatius Plancus, de proconsul van Gallia Comata.
Plancus werkte nog samen met Brutus op 28 Juli
22   en voegde zich

pas bij Antonius en Lepidus na de mars op Rome van Octavius en het

aannemen van de lex Pedia die Brutus en anderen buiten de wet plaatsten. 30
Na de terechtstelling te hebben geregeld van D.Junius Brutus Albinus,

de proconsul van Gallia Cisalpina, die - na Antonius vergeefs te hebben

achtervolgd en na het van zijde veranderen van Plancus,

zelf na een vergeefse vluchtpoging gevangen was genomen -
keerde Antonius terug naar Gallia Cisalpina om met C.Julius Caesar (Octavianus)
en met Lepidus te Bononia te onderhandelen over het vestigen van het tweede triumviraat.
Na de slagen bij Philippi in November 42 herverdeelden de tresviri de provincies.
23
Antonius behield Gallia Transalpina en verkreeg tevens Gallia Narbonensis;
Gallia Cisalpina werd bij Italia gevoegd.

Hij vertrok vervolgens naar het oosten om dit te heroveren.

Octavianus behield Africa, Sardinia, en Sicilia.
Lepidus deed afstand van Hispania Citerioris ten behoeve van Octavianus

en van Narbonensis t.b.v. Antonius en verkreeg hiervoor – in 41- slechts Africa.

Na het vernemen van de uitkomst van de Perusiaanse oorlog
24
en de overname van Gallia Transalpina door Octavianus
(na het overlijden in 40 van de proconsul Q.Fufius Calenus) begon Antonius

een invasie van Italia, doch na interventie van leiders en soldaten van beiden

zijden kwam men in September 40 tot het Pact van Brundisium. 25
Hierbij behield Antonius alle provincies ten oosten van Scodra

aan de Adriatische kust met de benedenloop van de Drin

in het noorden van Albania als grens tussen Illyricum en Macedonia.
(Zijnde: Macedonië, Achaia, Asia, Pontus, Bithynië, Cilicië, Cyprus, Syrië,

Kreta, en de Cerenaica.
De laatste vijf droeg Antonius over aan buitenlandse koningen.)
Octavianus verkreeg alle provincies in het westen van Hispania tot Illyricum.
Lepidus behield Africa.

Antonius huwde in ca.Oct.40 met Octavia minor, de zuster van Octavianus.
Beiden sluiten in 39 voorlopig vrede met Sex.Pompeius te Puteoli,
deze behield Sicilië, Sardinië, en Corsica, en zou tevens de Peleponesis krijgen,
zijn vaders auguraat, en werd consul designatus voor 33.

In 37 werd te Tarentum het triumviraat verlengd,

terugtellend van 31 December 38 v.Chr. 26
Zelfde verdeling als ten tijde van Brundisium.
Sex.Pompeius werd uitgesloten van het hem toegezegde consulaat en auguraat.
Bij het verdrag van Tarentum werd tevens de verloving geregeld tussen Antonius’

zoon bij Fulvia, Antonius Antyllus en Julia, de dochter van Octavianus en Scribonia.

(Hij 7 jaar oud, zij 2 jaar oud.)

Op 3 September 36 v.Chr. werd Sex.Pompeius uiteindelijk in een zeeslag

te Naulochus door M.Agrippa en Octavianus verslagen.
Pompeius vluchtte hierop naar Mytilene op het eiland Lesbos.
Octavianus ontheft eenzijdig Lepidus van zijn provincie, leger,
en triumvirschap en verbant hem naar Circeii.
31
In 35 v.Chr. werd Sex.Pompeius te Asia minor gevangen genomen
en gedood door onderbevelhebbers van M.Antonius.
Bij de “Schenkingen van Alexandria” in 34 gedaan door M.Antonius
ontving Alexander Helios: Armenië, Medië, en het nog te veroveren Parthia.
Ptolemaeus Philadelphus: Phoenicia, Syrië en Cilicië.
Cleopatra Seléne: Cerenaica en Libië.
Caesarion met zijn moeder Cleopatra: gezamenlijk koningschap van Egypte en Cyprus.
27
In 32 scheiding tussen Antonius en zijn vrouw Octavia.
Haar broer Octavianus eigende zich onwettig het testament van Antonius toe
en verklaarde Cleopatra de oorlog.
32
2 September 31 v.Chr. zeeslag bij Actium.
28
Na hun nederlaag te Actium vluchtten beiden naar Egypte
alwaar zij in het daarop volgende jaar,

na de val van Alexandria op 1 Augustus 30 v.Chr. 29,
beiden zelfmoord pleegden; Antonius door het zwaard,
Cleopatra, negen dagen later, door gif of slangenbeet.

 

 
Noten (Er is geen volledigheid betracht in deze noten)  
 
1.

.(XIX k.Febr.) Vlg.Broughton geboren in 83.
Vlg.C.B.R.Pelling, Fellow en Praelector in Classic’s, Univ.Oxford,
is Antonius geboren op 14 Januari 86 of 83. 83 is waarschijnlijker;
daar het beter in zijn cursus past, en op munten van 43-42 staan

de cijfers ‘40’ en ‘41’, kennelijk zijn leeftijd toentertijd.

(RRC no.489 met Crawford’s noot).
Voor een vrij volledige stemmata van Antonius en zijn kinderen

bij zijn diverse vrouwen.
Zie; H.H.Scullard, ‘From the Gracchi to Nero’ 1962 pag. 331. 
Terug naar tekst

 
   
2. Antonius pleegde zelfmoord door middel van het zwaard.
Hij werd begraven op 3 Augustus 30 v.Chr. 
Terug naar tekst
 
   
3.

Uit Antonius’ eerste huwelijk zijn verscheidene kinderen,
die waarschijnlijk allen overleden vóór 44 v.Chr.
Fadia’s vader was een vrijgelatene,
dus mogelijk heeft het huwelijk nooit wettig plaatsgevonden;
de kinderen werden echter wel wettig erkend.

(Cic.ad Att.16.11,1; Phil.2.3; 3.17; 13.23) Terug naar tekst

 
   
4. Antonia, zijn tweede vrouw, was een volle nicht van Antonius.
Hij scheidde van haar i.v.m. haar overspel met P.Cornelius Dolabella,
de toenmalige echtgenoot van Tullia, de dochter van Cicero.
 Terug naar tekst
 
   
5. Fulvia, zijn derde echtgenote,
vluchtte na de val van Perusia in de lente van 40
en overleed in de 2e helft van 40 v.Chr. te Sicyon in Macedonia.
Zij was eerder gehuwd met:
1. P.Clodius Pulcher, trib.plebis in 58 v.Chr.
2. C.Scribonius Curio, trib.plebis in 50 v.Chr. 
Terug naar tekst
 
   
6.

Marcus Antonius Antyllus  RE –32-, geb. Febr./Maart 44 v.Chr.
Overl. 30 v.Chr. te Alexandrië (Gewurgd in opdracht van Octavianus) 
Terug naar tekst

 
   
7.

Octavia zijn vierde echtgenote was eerder gehuwd
met C.Claudius Marcellus, consul in 50 v.Chr.
Zij was minder dan 10 maanden weduwe toen zij Antonius huwde in Oct./Nov. 40 v.Chr.



Munt geslagen ter gelegenheid van het huwelijk van

Marcus Antonius met Octavia. Terug naar tekst

 
   
8. Cleopatra, zijn vijfde echtgenote, was zuster en weduwe van:
1. Ptolemaeus XIII, deze overleed in 47 v.Chr.
2. Ptolemaeus XIV, deze overleed in 44 v.Chr.
(C.T.C.Skeat in J.R.S.vol.43 (1953) p.98-100.
‘Cleopatra stierf waarschijnlijk op 10 Augustus,
negen dagen na de val van Alexandrië’.) 
Terug naar tekst
 
   
9.

Alexander Helios (de Zon) werd na de dood van zijn ouders door Octavia,
voormalig echtgenote van Antonius en de zuster van de latere Augustus,
kennelijk liefdevol in haar huis opgenomen.
Hij wordt voor het laatst genoemd in 29.

(Zie Plut.Ant.; Cassius Dio 51.15,6 ; 21,6)   Terug naar tekst

 
   
10. Cleopatra Selène (de Maan), de tweelingzuster van Alexander Helios,
huwde met Juba II, koning van Mauretania,
zoon van Juba I, de laatste koning van Numidia.
Hieruit
1. Drusilla, zij huwde met M.Antonius Felix,
een vrijgelatene van Claudius Caes.Aug. (Tac.hist.V.11)
2. Ptolemaeus, koning van Numidia en Mauretania van 23-40 na Chr.
Ptolemaeus werd in 40 door Caligula ter dood gebracht.
Met de dood van deze kleinzoon van M.Antonius en Cleopatra
eindigde de directe lijn van het Ptolemaeïsche huis.
(Suet.Cal.26, 1; Dio 49,41 etc.; Plut.Anton.) 
Terug naar tekst
 
   
11. Praefectus equitum, aanvoerder van een cavallerie eenheid.  Terug naar tekst  
   
12.

In 51 vlg.Broughton.
Quaestoren.
Jaarlijks werden 20 quaestoren gekozen door de Comitia tributa;
zij traden in functie op 5 December.
Zij waren belast met financiële en administratieve zaken
en werden toegevoegd aan provinciale bestuurders.

2 quaestores urbani fungeerden als beheerders van het Aerarium

(schatkist) en het archief,

onder toezicht van senaat, consuls, en censoren. (e.e.a. tot 28 v.Chr.)
Onder Augustus werden de twee meest vooraanstaande

– vrijwel altijd patriciërs –
als quaestor Augusti toegevoegd aan de Princeps.
10 van de 20 quaestores gingen mee naar de provincies
met de proconsuls van de senaats provincies:

2 consulaire en 8 praetoriaanse.
Onder Julius Caesar werd in 45 v.Chr. het aantal quaestoren

verhoogd tot 40. 

Terug naar tekst

 
   
13.

Augures. (Zie Cic.ad Fam.VIII,XIV)
Sedert Sulla een college van 15 priesters, onder Julius Caesar
verhoogd tot 16 priesters. Functie o.a. het lezen der voortekenen.
Alle priesterschappen golden normaal voor het leven.
Twee leden van dezelfde gens konden niet gelijktijdig lid zijn van één en dezelfde priesterorde.
Alle priesterschappen verhoogden de sociale status, het aanzien

en de politieke invloed van de houder.
Dit gold in het bijzonder voor de vier grote priesterorden:
pontifices, augures, quindecemviri sacris faciundis, septemviri epulonum.
(quattuor amplissima sacerdotia
Terug naar tekst

 
   
14.

Tribunus plebis.
Er werden 10 tribuni plebis per jaar gekozen.
Zij traden in functie op 10 December voorafgaand aan hun ambtsjaar.
Deze functie viel buiten de cursus Honorum,
doch kon e.v.t. 3 jaar na het quaestorschap worden uitgeoefend.
Het ambt gaf toegang tot de senaat. De tribuun was onschendbaar

(sacro sanctus),
kon elk besluit, ook van consuls en senaat, ongeldig verklaren

door zijn veto (intercessio).

(Door Sulla’s hervormingen van 81 v.Chr. werd o.a. dit vetorecht

aan de tribuun ontnomen.

Sulla had tevens bepaald dat een volkstribuun géén toegang had

tot de senaat hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière,
wat precies de bedoeling was van Sulla.
In 75 v.Chr. kwam C.Aurelius Cotta, de consul van dat jaar,
met het wetsvoorstel om voormalige volkstribunen de kandidatuur
voor andere magistraatsfuncties toe te staan,
zodat het ambt niet meer het politieke einde van hun loopbaan markeerde.)

Hij kon een ieder laten arresteren (prensio)
en door de volksvergadering laten veroordelen.
Hij kon de volksvergadering bijeenroepen en besluiten voorleggen

(ius agendi).
Kon slechts door interventie van een collega in zijn macht worden beperkt.
Auxilium: het recht om plebejers te beschermen

Plutarchus (Cato Min. XX, 3):
“De kracht van dit ambt is eerder negatief dan positief;
en indien alle tribunen op één na voor een maatregel zouden stemmen,
ligt de macht bij die ene die niet instemt of toestemming geeft.”

Terug naar tekst

 
   
15.

Magister equitum (ritmeester),
Bezat het hoogste gezag in de staat na de dictator.
Bij afwezigheid van de dictator trad hij op als diens plaatsvervanger.

(fasti Cap.)   Terug naar tekst

 
   
16.

Consuls.
Jaarlijks werden 2 consuls gekozen door de Comitia Centuriata.
Tezamen vormden zij de twee hoogste ambtenaren in de

Romeinse republiek.
Zij hadden tot taak het bijeenroepen van de senaat en de

volksvergadering, waarvan zij de besluiten uitvoerden.

In oorlog waren zij belast met het opperbevel.
Als proconsul waren zij belast met het bestuur van een

(consulaire) provincie.  Terug naar tekst

 
   
17. Flamen Divi Iulii in 44, ingewijdt in 40 (Plut.Ant.33,1)  Terug naar tekst  
   
18.

Herfst 43 v.Chr. Pact van Bononia.
(Overeenkomst gesloten aan de rivier de Lavino, nabij Bononia,
tussen M.Antonius, C.Octavius, en M.Aemilius Lepidus,
met als titel, triumviri rei publicae constituendae,
met imperium consulare gedurende vijf jaren.
Op 27-11-43 v.Chr. officieel per Lex Titia bevestigt
(Fasti Colatiani, II.XVIII.1, 273-75. no.18.= E.J 3, pag.32; ILS.76 )

43 v.Chr. Col.: M.Aemilius , M.Antonius, Imp.Caesar III vir. r.p.c.
ex a.d.V k. Dec. ad pr.k.vext.

ILS 76.
C.Iulio C.f.Caesari imp., triumviro r.p.c., patrono d.d.
 ■ Dessau: iii vir r.p.c. factus est Caesar lege Titia d.27 Nov 711

      (43 v.Chr.)  Terug naar tekst

 
   
19. III viri rei pub. cons. 37-33 v.Chr. te Tarentum in de lente van 37 verlengd
voor de duur van vijf jaren, gerekend met terug werkende kracht
tot het eind van de eerste, op 31 December 38 v.Chr. 
Terug naar tekst
 
   
20. Cic.ep.Planc.ad Cic.: ad fam.X.32, 2.  Terug naar tekst  
   
21. Cic.ad fam.XII.10, 1, pridie kal.Quinct.  Terug naar tekst  
   
22. Cic.ad fam.X.24, 3.  Terug naar tekst  
   
23. Appianus bell.civ. V.1-4.  Terug naar tekst  
   
24. Appianus BC V; Dio 48; Suetonius Aug. 12.  Terug naar tekst  
   
25.

40 v.Chr.Tr.Cap.:

imp.Caesar divi f. III vir r.p.c. ovans quod pacem cum M.Antonio fecit.
M.Antonius M.f.M.n. III vir. r.p.c.ovans quod pacem
cum imp.Caesare fecit. 
Terug naar tekst

 
   
26. 37 v.Chr.Cap.: M.Aimilius M.f.[Q.n.Lepidus II] M.Antonius M.f
[M.n.II] imp.Caesar divi [f.C.n.II III viri rei publ.constit. caussa].
Terug naar tekst
 
   
27. Plut. Ant. 54.  Terug naar tekst  
   
28.

32 v.Chr.Amit.: Bellum Acties classiar. cum M.Antonio
(Verkeerd geplaatst!!, had moeten zijn 31 v.Chr.)

Vlg. Plutarchus 61, beschikte Antonius bij Actium
over vijfhonderd oorlogsschepen en aan infanterie 100.000 man en

12.000 ruiters.
Aan Antonius’ zijde waren persoonlijk aanwezig de onderworpen

vorsten Bocchus van Libië, Tarcondemus van Boven-Cilicië,
Archelaus van Cappadocië, Philadelphus van Paphlagonië,

Mithridates van Commagene, en Sandalas van Thracië,

Polemon van Pontus had troepen gestuurd,
evenals Malchus uit Arabië en Herodes de jood,

Amyntas van Lycaonië en Galatië.
De koning van Medië had ook hulptroepen gestuurd.
Octavianus beschikte over 250 oorlogsschepen en 80.000 man infanterie,
en een ruiterij ongeveer even groot als die van Antonius. 
Terug naar tekst

 
   
29.

30 v.Chr.Amit.: bell[um classia]r. confect.
              Ven.: bellum Alexandreae. 

Plutarchus 87 (slot):
Antonius liet zeven kinderen na, van drie vrouwen; alleen zijn oudste zoon,

Antyllus, is door Octavianus ter dood gebracht.
De overigen heeft Octavia tot zich genomen en met haar eigen kinderen groot gebracht. Cleopatra Selène, de dochter van Cleopatra, heeft ze uitgehuwelijkt aan Juba

(Numidisch vazalvorst van Rome, geboren omstreeks 50 v.Chr.,

regeerde over Mauretanië van 25 v.Chr. tot 23 na Chr.),
de allerbeminnelijkste vorst die er geweest is.
Antonius, de zoon van Fulvia, heeft ze tot zulk een positie gebracht,
dat, terwijl Agrippa de eerste plaats innam in de waardering van Augustus

en de kinderen van Livia de tweede,

hij de derde plaats innam en ook geacht werd in te nemen.
Van Marcellus had ze zelf twee dochters en een zoon, Marcellus.
Deze zoon heeft Augustus tot zoon en tot schoonzoon gemaakt;
van de dochters heeft hij één aan Agrippa tot vrouw gegeven.
Maar daar Marcellus kort na zijn huwelijk stierf en het voor Augustus niet

gemakkelijk was uit zijn kring een andere schoonzoon te kiezen,

op wie hij kon vertrouwen,
heeft Octavia voorgesteld dat Agrippa van haar dochter zou scheiden
en met de dochter van Augustus trouwen.
Eerst wist ze Augustus hiertoe over te halen, later ook Agrippa;
daarop heeft ze haar eigen dochter weer in huis genomen
en uitgehuwelijkt aan Antonius;

Agrippa is toen met de dochter van Augustus getrouwd.
Antonius en Octavia hadden twee dochters;
één ervan is getrouwd met Domitius Ahenobarbus;
de andere, de om haar schoonheid en haar kuisheid beroemde Antonia,
met Drusus, de zoon van Livia en stiefzoon van Augustus.
Drusus en Antonia hadden twee zonen, Germanicus en Claudius.
Claudius is keizer geworden; van de kinderen van Germanicus is Caius

(Caligula) na een korte maar beruchte regering met zijn vrouw en

kind vermoord; hun dochter Agripppina heeft van Lucius Domitius een

zoon gekregen en is later getrouwd met keizer Claudius.
Die heeft deze zoon geadopteerd en hem Nero Germanicus genoemd.
Deze Nero is in mijn tijd keizer geweest.
Hij heeft zijn moeder vermoord en heeft met zijn krankzinnigheid het

Romeinse rijk bijna tot de ondergang gebracht.
Hij was een afstammeling van Antonius in de vijfde graad. 
Terug naar tekst  

 
   
30.

Juiste dateringen door R.Syme in ‘Fictie in Velleius’,
en hij vervolgt: " Velleius’ chronologie deugt niet….
Velleius heeft alles geantidateerd en geplaatst in Juni ten tijde van

de unie van Antonius en Lepidus om Octavianus vrij te pleiten van

ondermijning en verraad van zijn voormalig collega. enz."

  Terug naar tekst

 
   
31.

Het huidige San Felice Circeo in Lazio (Latium),
gelegen op een rotskaap in het uiterste zuidwesten van Italië aan

de Tyrreense Zee.  Terug naar tekst

 
   
32.

Let wel! Niet aan Marcus Antonius,

de werkelijke machthebber in het oosten.
Had Octavianus dat wel gedaan dan zou hij schuldig zijn bevonden
aan het beginnen van een burgeroorlog en dat was iets waar Rome
- na de slachtingen ten tijde van Marius, Cinna, Sulla, Pompeius en Caesar
en vervolgens met Brutus en Cassius – niet op zat te wachten.
Door de oorlog te verklaren aan Cleopatra vermeed hij
eventuele aantijgingen en problemen
daar het nu een oorlogsverklaring aan een vreemde mogendheid betrof. 
Terug naar tekst